Column

Maxim@pampa.nl

Het wordt dus Brussel. Je hebt gelijk. Den Haag is saai. Brussel is een echte stad. Het volk is gekleurd, het heeft een levend centrum met een heus nachtleven en je kan er vierentwintig uur eten, drinken en dansen. De vraag is of je daarna nog naar de wat stille provinciestad Den Haag wil, want laten we eerlijk zijn: je bent een vrouw van de wereld, we hebben beelden gezien dat je op een tafel staat te dansen, je hebt in het altijd heftige New York gewoond en nu zou je naar Den Haag moeten. Denk na lieverd. Denk diep na. Het leven is eenmalig, de dood komt altijd onverwacht en er moet geleefd worden. Lukt dat in Nederland? Volgens mij niet.

Donderdagmiddag landde ik op Schiphol en zag vanuit de lucht Aalsmeer liggen. Dat keurige, rechte, zevensloterige, kasserige Aalsmeer, maar het probleem is: heel ons land is één groot Aalsmeer. Het amusement komt er niet voor niets vandaan. Kijk vanuit je vliegtuig goed naar ons land en besef wat je ziet: rechte lijnen. En zo denken de mensen ook. Zo eten ze, drinken ze en dansen ze. Wat dat betreft is Brussel alweer een stuk aardser. Maar lieve schat: ook Brussel is het niet. Ik zeg dat omdat ik net uit Rome kom. Dáár moet je heen! Rome! Het grootste openluchtmuseum van de wereld. De mooiste vrouwen leven daar, de best geklede mannen, je kan er in alle restaurants voortreffelijk eten, het bruist en toetert tot vroeg in de ochtend, de temperatuur is goddelijk, voetbal zit in ieders genen en er wordt genoten. Je ziet bijna nooit een suf zwijgend echtpaar aan een zeikerig tafeltje van twee, maar je ziet een tafel, een grote tafel vrienden met wijn, brood, antipasti en pasta en sausen en vlees en vis en kaas en toetjes en espresso en grappa. Daar moet je wonen lieverd. Wordt geen Hollandse, wordt gewoon Europese en dan het liefst Italiaanse. Je hebt het figuur, de bouw en het temperament. En als je naar Rome rijdt, ga dan niet door dat zware Duitsland. Ga via Nancy, slaap op het prachtige Place Stanislaw, rij door de Côte de Nuits, de Côte d'Or, slurp de Chambolle Musigny, proef de Montrachet, dwarrel door Lyon, kuier door de Provence, neem Marseille tot je en race door het saaie noorden van Italië. Werp een ontwapenende blik op het torentje van Pisa, blijf lang hangen in Florence, laat je verpletteren door het prachtige plein van Siena, fluister je door Toscane, Umbrië en Lazio en sluip Rome binnen.

En in Rome maakt het niet meer uit. In Rome mag alles. Zo gauw je in de binnenstad bent is elk steegje raker dan raak, iedere straathoek ontroert, alle pleinen pakken je in. De mensen krioelen door elkaar en zijn druk. Druk met prettig leven. Niks tosti, heerlijk lunchen. Ga naar de Piazze Nicosia en bestel een gegrillde Mozarella met truffel. Drink er een soepele Barolo bij en kijk naar de Italianen. Zie ze praten met hun handen en ogen. Alles is opera, alles komedie, allemaal kunst. Daar kan je bestaan. Koop een scootertje en ga los.

Natuurlijk is het land corrupt. Het hele volk bestaat uit louter Pepertjes, alleen wel Pepertjes die het toegeven. Ga slapen in Hotel Raphaël en weet dat de corrupte ex-premier Craxi daar, toen hij naar buiten kwam, door een woedende menigte werd opgewacht en muntjes naar zijn hoofd gesmeten kreeg, terwijl men riep: ,,Dief, dief, vuile dief!'' Dat is politiek, dat is leven, dat is echt straatvechten.

Ga een paar weken naar Rome en je wilt nooit meer naar het rechtlijnige Nederland, het super-Aalsmeer aan de Noordzee. Bij ons gaan de corruptiezaken over bonnetjes en een enkeltje Oslo voor je vrouw. Een Italiaanse politicus neemt iedereen mee, behalve zijn eigen vrouw. En zeker niet naar Oslo. Een Italiaan regelt een ticket voor zijn zinderende maîtresse. Brussel is de eerste stap en daarna moet je door naar het echte zuiden. In één opzicht is Alex een echte Italiaan: die wonen ook allemaal naast hun moeder. Zie je woensdag in de Keukenhof.