Luchtige vertolking van Hugo Claus' Everzwijn

,,Het is lente en ik ben niet content'', zegt Richard III, de slechtste van alle koningen die Shakespeare schiep. Slechter nog dan Macbeth, die vooral moordde uit angst en waanzin. Richard moordt uit machtswellust, en omdat hij toch te lelijk en mismaakt is: ,,Als ik geen vrijer kan zijn, niet in de mode, dan zal ik slecht zijn, een nette rotzak.'' Al doet hij nauwelijks moeite zijn moorden te versluieren, de mensen rondom hem laten zich toch steeds weer verleiden, vangen, meevoeren. Die sluwe verleidingsdans van het beest en zijn prooien stuwt het toneelstuk voort.

De Belgische schrijver Hugo Claus schreef in de jaren tachtig een tamelijk getrouwe bewerking, Everzwijn, thans opgevoerd door de Bossche jongelingen van toneelgroep De Wetten van Kepler. Richard, gespeeld door Herman van de Wijdeven, heeft de fysiek van een Brabantse boerenknecht met een groot hoofd en gemillimeterd haar. Zijn forse lijf heeft hij in te groot pak gestoken. Hij liegt slecht, zijn domme grijns is niet erg innemend, toch slikt iedereen zijn praatjes.

Van de Wijdeven speelt veel op het publiek en pakt het in door te koketteren met zijn slechtheid. Hij krijgt in zijn schurkenrol zware concurrentie van Marcel Roelfsema, die maar liefs vijf rollen speelt. Als broertje Clarence is hij een nerveus kind met een spraakgebrek; de oude koning speelt hij met een hese rokersrochel; de laffe lakei Hastings geeft hij een truttig krullende onderlip. Het beste op dreef is hij als Buckingham, Richards broeder in het kwaad. Roelfsema kan prachtig gluiperig en laconiek glimlachen. Hij is de enige die werkelijk aan de koning gewaagd is.

Jammer dat de vrouwenrollen minder sterk bezet zijn. De vrouwen mogen in dit slachtstuk toch al weinig meer doen dan buigen en huilen. De mooie Cindy de Quant en Sofie van der Vleuten laten na de moord op man en kroost wel erg weinig van hun verdriet, woede en haat zien. Ze laten zich door Richard wel erg makkelijk ,,vangen en kletsnat pakken.''

Regisseur Dominique Hoste geeft de spelers alle ruimte. Het podium is nagenoeg leeg, op de achtergrond klinkt dreigende gerommel van elektrische gitaren en drums. Zoals gebruikelijk bij De Wetten van Kepler is er moderne muziek en voeren de spelers een paar dansjes op. De nadruk ligt dit keer echter op de rauwe, boerse tekst van Hugo Claus. ,,Vrede is mijn genre niet'', zegt Richard. ,,En nu het vrede is, een slappe tijd, een zwak gepiep, wat moet ik met die tijd? Staan loeren naar mijn kromme schaduw in de zon?''

Hoste's Everzwijn is lekker snel en luchtig, maar mist wat kilte. Het is toch niet helemaal goed dat de moorden de toeschouwer even weinig doen als Richard.

Voorstelling: Everzwijn. Door: De Wetten van Kepler. Tekst: Hugo Claus. Regie: Dominique Hoste. Gezien: 30/3 Theater Bis 's-Hertogenbosch. Tournee t/m 27/5. Inl.: (073) 614 1934.