Koeterwaals

Beatrijs Ritsema schreef onder de titel `Koeterwaals' over talen: autochtone, allochtone en streektalen (NRC Handelsblad, 1 maart). Er blijkt een onredelijkheid uit die het gevolg moet zijn van een onverklaarbare verontwaardiging. Ritsema weet zeker wel beter dan hieruit blijkt. Niemand verlangt dat allochtonen hun `moedertaal' opgeven. En het is even onredelijk dat van streektaalsprekers te verlangen. Die spreken in Nederland allemaal ook Nederlands. En tegenwoordig wordt begrepen dat het kennen van twee talen (of meer) gunstig is voor taalgebruik en taalleren in het algemeen.

Tegenwoordig wordt ook begrepen hoe het leren van een eerste taal en van volgende talen in zijn werk gaat. Een eerste taal kan niet uitgetrokken worden als een jasje. Het ageren tegen de tweetaligheid van streektaalsprekers is onverstandig. Vooral als het gebeurt door tweetaligen die, behalve Nederlands, Engels spreken dat in veel gevallen eerder de aanduiding koeterwaals verdient.

Dat is bij Ritsema zeker niet het geval, ik neem aan dat ze daarom het voordeel van tweetaligheid kan inzien. Dat voordeel is: beseffen dat het ook anders kan dan je gewend bent, soms beter in een tweede of derde taal, in emotionele situaties meestal beter in de eerste taal.

    • Dr. Jo Daan