Koekoek!

Al meer dan dertig jaar maakt de Amerikaanse ornitholoog Luis Baptista geluidsopnamen van vogels. Over drummende spotvogels, merels die Beethoven fluiten en het raadsel van de spreeuw van Mozart.

`EEN KIKKER kwaakt, de coyote huilt, de koe loeit en de olifant schettert, maar van vogels vinden we dat ze zingen. Kennelijk spreekt het geluid dat ze produceren ons aan en hebben we er plezier in ernaar te luisteren. Vogelwijsjes, met hun afwisseling in toonhoogtes en intervallen, doen de mens denken aan zijn eigen muziek. Door haar grote aantrekkingskracht hebben culturen verspreid over de hele wereld vogelgezang verwerkt in muzikale composities.''

Luis Baptista, directeur-curator van de afdeling ornithologie en zoogdierkunde van de Californische Academie van Wetenschappen, maakt al meer dan dertig jaar in het veld geluidsopnamen van vogels. In de binnenlanden van Nieuw Guinea, de bossen verspreid over Europa, het Amazone-regenwoud en op de Caraïbische eilanden en Costa Rica: overal legt hij vogelgeluiden vast op de band en inmiddels heeft hij zijn conclusies vastgelegd in ruim honderd publicaties. Onlangs presenteerde Baptista – opgegroeid in Hongkong en Macao en een zeer begenadigd spreker – op de jaarbijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) in Washington zijn ideeën in een lezing getiteld Why Bird Songs is Sometimes Like Music. In overrompelende vaart en gelardeerd met tal van vogelopnames en muziekfragmenten wist hij het publiek moeiteloos voor zich te winnen.

Voorbeelden te over van inheemse volkeren die vogelgeluiden in hun muziek stoppen. Zo gebruiken de stamoudsten van de Koyokun-indianen in Noord-Alaska in hun muziek de zang van de zeeduiker. In Costa Rica leeft een volk dat in fluitmuziek het winterkoninkje verwerkt. En in de Siberische deelrepubliek Toeva zouden sjamanen in hun rituelen ter genezing van zieken de roep van de raaf imiteren.

Ook Westerse componisten laten zich door vogelgeluiden inspireren. Baptista: ``Antonio Vivaldi eerde in Il Gardellino de goudvink, in het allegro van Mozarts Spatzenmesse doen de violen aan het getsjilp van mussen denken en Ralph Vaughan Williams gaf in zijn compositie The lark ascending een saluut aan de leeuwerik. Maar echt herkenbaar aanwezig zijn deze vogels in deze composities toch niet. Anders ligt het bij de achttiende-eeuwse Tsjechische componist František Xaver Brixi. Die schreef een pianoconcert met enkele gelijke noten in staccato gevolgd door een lagere noot, een patroon dat we kennen van de koolmees. Ook de eerste symfonie van Anton Bruckner heeft zo'n mees. In Noah's flood van Benjamin Britten zit een fluit die een duif nadoet. En Ottorino Respighi's Fontane di Roma – fonteinen van Rome – heeft de zang van de Europese nachtegaal.''

Speciale aandacht had Baptista voor de Europese kwartel en merel. De roep van de kwartel – drie keer dezelfde noot – is, aldus de Amerikaan, te herkennen in de hobopartij in het tweede deel van Beethovens zesde symfonie (de Pastorale). Baptista: ``De kwartel is erg populair bij componisten. Beethoven stopte hem eveneens in het lied Der Wachtelschlag uit 1803, Franz Schubert deed in 1822 in een gelijknamig lied hetzelfde en mijn favoriete kwartel is te vinden in een prachtig fluitconcert van Franz Joseph Haydn, ook al onder de titel Der Wachtelschlag.''

Van alle vogels duikt de koekoek waarschijnlijk het vaakst op in muziek, aldus Baptista. ``Al in de dertiende eeuw is hij van de partij in Sumer is icumen in, de oudste canon van de Engelse school. Drie eeuwen later stopt de Franse componist Clément Jannequin de koekoek in een van zijn chansons. Ook in Beethovens Pastorale komt de koekoek voor, ditmaal gespeeld door een klarinet. Maar het mooist klinkt hij in Johann Sebastian Bachs Thema all' Imitatio Gallina Cuccu (deel 5 van de sonate in D, BWV 963), in welke fuga de koekoek het in contrapunt opneemt tegen een kip en de overwinning behaalt.''

Een bijzonder geval is de merel. Baptista: ``Die zingt verreweg het mooist, de nachtegaal is meer iets voor dichters. Aan het begin van het rondo in Beethovens vioolconcert uit 1806 is de merel duidelijk herkenbaar. Welnu, in 1953 schreef een Britse ornitholoog in een boek dat hij tijdens een boswandeling een merel precies dat thema uit het rondo daadwerkelijk had horen zingen. In 1980 had een concertpianist uit Stuttgart dezelfde ervaring; volgens hem had Beethoven het thema aan de zang van de merel ontleend. Dat zou betekenen dat merels dit lied langs orale weg zo'n tweehonderd jaar – en wellicht veel langer – aan hun nakomelingen hebben doorgegeven.''

Behalve vocalisten telt het vogelrijk ook instrumentalisten. Een opmerkelijke vertegenwoordiger van de tweede categorie is waargenomen in het regenwoud van het schiereiland Cape York in Australië. Baptista: ``Het ging om een zwarte palmkaketoe. Een mannetje had rode wangen van de opwinding, de vleugels uitgestrekt als een adelaar. Met zijn linkerpoot hield hij een stokje vast waarmee hij al zingend ritmisch op een holle eucalyptusstam beukte, alles met het doel een kaketoevrouwtje te imponeren – wat snel lukte. Dat stokje had hij gemaakt door een geschikt takje van een boom af te breken en de bladeren te verwijderen. Na afloop van de voorstelling borg hij het stokje zorgvuldig weg zodat hij het bij een volgende poging tot hofmakerij alleen maar tevoorschijn hoefde te trekken.''

MESSIAEN

Ook de snip is een soort instrumentalist. Wanneer die de aandacht van een vrouwtje wil trekken vliegt hij recht omhoog om onder een hoek een duikvlucht in te zetten. Daarbij spreidt hij zijn staart. Omdat de buitenste staartveren van de snip stijver zijn dan de rest brengt de luchtstroom ze in trilling net als het rietje in een blaasinstrument. Zo ontstaat het karakteristieke snipgeluid. Baptista wist het met succes te imiteren door twee veren aan een champagnekurk te bevestigen en deze met een elastiek de lucht in te schieten. Zo bewees hij dat de snip niet zong.

Drie jaar geleden zag Baptista in de bossen van de Sierra Nevada in Californië een William's sapsucker, een variant van de specht. ``Met uitzondering van de ivoorsnavelspecht zingen spechten niet'', aldus de Amerikaan. ``Een William's sapsucker roffelt met zijn snavel op een boomstam, waarbij de toon afhangt van het plekje dat hij heeft uitgezocht. De vogel die ik aantrof had een repertoire van zeven tonen en het bijzondere was dat hij met een mannetje verderop in het bos in dialoog was en zijn toon aanpaste aan die van de tegenpartij. Ging de buurman omhoog, dan deed hij dat ook. Besloot de buurman tot een lagere toon, dan volgde hij direct. Feilloos wist de William's sapsucker steeds de juiste plek op de boomstam te vinden. Een week lang heb ik hem in de weer gezien. Toen had hij kennelijk zijn begeerde vrouwtje gevonden, want opeens deed hij er het zwijgen toe.''

Komen we bij de vocalisten. Om te beginnen heb je vogels die hetzelfde klinken als muziekinstrumenten. Zo lijkt de zang van de aardbeivink uit China volgens Baptista op een fluit die een toonladder afloopt. In de Australische woestijn leeft de Diamond firetail en die klinkt als een hobo. En in het regenwoud van Costa Rica zingt een vogel de eerste vier noten van Mozarts klarinetkwintet, zij het als fagot en een pietsje vals.

Daarnaast vallen er in het vogelrijk leerlingen van bepaalde componisten te bespeuren. Baptista: ``Ik herinner me nog goed hoe ik als kind Philip Entremont het vierde pianoconcert van Beethoven hoorde spelen en in het programmaboekje las dat Beethoven dol was op herhaling: dezelfde noot klinkt meermalen in een vast ritme. Dat doet hij bij de pauken in de introductie van het vioolconcert, je ziet het in het vierde pianoconcert, halverwege de Appassionata, en ook in zijn vijfde symfonie. Gaan we nu naar het regenwoud in Zuid-Mexico, tegen de grens met Guatemala. Daar gedraagt het witgeborste boswinterkoninkje zich overduidelijk als een van Beethovens leerlingen. Het winterkoninkje doet niet anders, ook hij verdubbelt noten. Of neem Chopins étude opus 10, nummer 12, met die krachtige toonladder. In de Redwood-woestijn in Californië doet het canyon-winterkoninkje niet voor de Pool onder.''

Het canyon-winterkoninkje is ook in ander opzicht bijzonder, aldus Baptista. ``Charles Hartshorne, een filosoof en vogelkenner uit Austin die dit jaar 103 wordt, stelt in zijn boek Born to sing dat het canyon-winterkoninkje de enige vogel is die volgens het chromatische stelsel zingt. De heremietlijster uit de Sierra Nevada zingt daarentegen volgens het vijftonige systeem van de Chinezen en Japanners, ook bekend van Puccini's opera Turandot, terwijl de boslijster het houdt op het Westerse diatonische systeem.''

Ook de canon is de zangvogel niet vreemd. Baptista: ``Schubert past hem toe in zijn Schwanengesang – linker- en rechterhand spelen dezelfde melodie – en ook vind je hem in het Echo-divertimento van Haydn en de sonate in A van César Franck. Maar op Socorro-eiland, 600 kilometer buiten de kust van Mexico in de Grote Oceaan en behorend tot de Revillagigedo Archipel, hoorde ik twee spotvogels samen ook een canon zingen. Dat kunnen ze uren volhouden. Die vogel wordt overigens bedreigd omdat zijn natuurlijke leefomgeving door de import van schapen is aangetast. Dat speelt aan de zuidkant van het vulkaaneiland – militair gebied, ik reisde erheen per slagschip – en het gevolg is dat zich op Socorro inmiddels Amerikaanse vogels hebben gevestigd, wat blijkt uit de dialecten die ze zingen. Aan de noordkant van Socorro zingen ze nog gewoon Spaans.''

PAPAGENO

Bij de zanggors, een vogel die diverse liedjes op zijn repertoire heeft staan, ontdekte Baptista dat zijn composities dezelfde opbouw vertonen als sonates. ``Ze nemen een liedje, brengen er wat variaties in aan door wat vibrato toe te voegen of een noot te benadrukken, dan gooien ze het vibrato er weer uit en lassen iets nieuws in en uiteindelijk keren ze terug naar het beginthema. Wat je ziet is expositie, variaties op een thema en recapitulatie, ofwel de drie kenmerkende stijlelementen van de sonate. Net als mensen hebben ook vogels een hekel aan monotonie, maar de variaties moeten niet oneindig doorgaan, dat is weer te vermoeiend.''

Vogels beschikken over drie manieren om hun zang langs de weg van de orale traditie aan soortgenoten over te dragen: een lied kan van vader op zoon, of van moeder op dochter overgaan; de oudere generatie kan de jongere inlichten en kinderen kunnen het van elkaar leren. Baptista: ``Een fraai voorbeeld van verticale traditie is de Galapagos-vink. Bij de mens zie je het trouwens ook. Toen ik in 1998 veldwerk deed op het eiland Karkar voor de zuidoostkust van Nieuw Guinea ontmoette ik een dorpsoudste die de liederen van de clan onder zijn beheer had. Die liederen zijn zeer kostbaar, zo'n 48 varkens per stuk – een goede bruid brengt er negen op. Zonder te betalen mag je die liederen niet zingen. De man vertelde me dat zijn oudste zoon het land erfde en de tweede de liederen. En Alexander von Humboldt ontdekte al bijna twee eeuwen geleden dat orale tradities bij indianen in het Caraïbische gebied van vader op zoon en van moeder op dochter werden overgedragen.''

Bij de White crowned sparrow licht de ene generatie de andere in. Baptista: ``Daar kwamen we achter door de zang van de vaders en de kinderen apart op te nemen en ook die van de buren van de kinderen nadat ze waren uitgevlogen en zich elders zelfstandig hadden gevestigd. Als we die opnames analyseerden – ieder liedje werd vastgelegd in 26 parameters – en vervolgens op totaalverzameling statistische technieken loslieten, bleek dat de zonen hun liedjes niet zozeer van hun ouders hadden geleerd, maar van de oudere generatie als geheel. Iets dat je bij mensen ook vaak ziet. Bij overdracht van liedjes ontstaan op den duur vanzelf dialecten. De mus die ik uit mijn raam aan het Golden Gate Park in San Francisco hoor klinkt anders dan zijn soortgenoot aan de kust van Oregon.''

Volgens Baptista bieden de overeenkomsten tussen muziek en vogelzang een goed aanknopingspunt om mensen bewust te maken van de noodzaak tot het zuinig omspringen met biodiversiteit en natuurlijke leefomgeving. ``De koekoek en de merel die Beethoven en Mozart inspireerden zijn ook nu nog volop aanwezig, maar de kwartel uit de liederen van Schubert en Haydn is in Duitsland sterk op zijn retour wegens de aantasting van zijn habitat. Het zou treurig zijn als de dag aanbreekt waarop zijn roep alleen nog maar klinkt op de band of in de muziek van grote componisten.''

Enkele websites met vogelgeluiden zijn te vinden via www.nrc.nl/Doc