Keyboard-blues (slot)

Een jaar of tien geleden bestond het Repetitive Strain Syndrome als verschijnsel nog niet, en nu schijnen er in Nederland al een miljoen RSI-lijders te zijn, waaronder maar liefst veertig procent van de beeldschermwerkers, grosso modo het lagere kantoorpersoneel. Die angstwekkende aantallen doen vermoeden dat het niet alleen gaat om een door de invoering van een nieuw apparaat veroorzaakte aandoening. Was zo'n epidemie alleen de schuld van de kantoorcomputer, dan zou het ding ogenblikkelijk door minister Borst tot volkvijand nummer één verklaard en verboden moeten worden.

Een ding om rekening mee te houden is dat dat miljoen rijp en groen door elkaar omvat. In de kranten en op de televisie zie je de laatste weken almaar extreme gevallen die in de WAO terechtgekomen zijn, en dat vertekent het beeld aanzienlijk. Een miljoen, zoveel mensen zitten er in de hele WAO niet. Eerder zullen dat miljoen en die veertig procent schattingen zijn van het aantal mensen dat zegt wel eens ergens last van te hebben of gehad te hebben. Tegen de dokter, in een enquête of tegen een vakbondskaderlid. Verder kan dat `last hebben' van alles betekenen. RSI omvat veel meer dan de beruchte muisarm alleen. Als je goed kijkt vallen alle klassieke kantoorkwalen behalve aambeien eronder. Kwalen die typisch zijn voor zittend, routinematig werk in een strak gecontroleerde omgeving, die soms aanwijsbare fysieke aandoeningen zijn, maar vaak ook niet. Daarmee wordt het overigens niet minder verontrustend. Op zijn minst kun je vaststellen dat bijna de helft van de beeldschermwerkers zich in zijn werk niet gelukkig voelt en dat is geen best gegeven.

Ook al heetten ze toen geen RSI, de meeste van die kantoorkwalen bestaan al sinds jaar en dag. Kramp-achtige aandoeningen, ontraceerbare pijn in allerlei ledematen, hoofdpijn, rugpijnen zijn allemaal niet van gisteren. De computer heeft in dat opzicht misschien wel meer als katalysator gewerkt voor het benoembaar maken van de ellende dan als directe oorzaak ervan. Wel lijkt het er echt op dat sinds de computer het kantoor veroverde het aantal ongelukkige en zieke kantoorwerkers alarmerend sterk gestegen is.

Dat laatste feit is des te opmerkelijker als je bedenkt dat precies in diezelfde periode via allerlei ARBO-regelgeving van alles gedaan is aan het ergonomisch verbeteren van de kantoorwerkplek. Die regelgeving heeft bijvoorbeeld zijn weerslag gehad op het soort kantoormeubilair dat in de handel is, zodat de gemiddelde ergonomische kwaliteit van werkplekken inmiddels vanzelf gestegen moet zijn, zelfs bij de onwilligste werkgevers. Hoe kan degene die op die betere nieuwe stoel zit dan toch zieker worden? Het vermoeden rijst dat al die kostbare maatregelen en al die dwingende voorschriften wellicht de plank misslaan. Laten we daarom eens kijken wat de computer nu precies voor veranderingen gebracht heeft.

Computers hebben voor veel fysieke arbeid overbodig gemaakt. Zwaar en vuil werk in fabrieken is weggeautomatiseerd. Dat was deels een zegen, maar het heeft ook veel ongeschoolden tot eeuwige werkloosheid veroordeeld. Op kantoren gebeurde net zoiets. Daar verdween meer en meer het heen en weer gesleep met mappen en dossiers door ze te elektronificeren, en het heen en weer geloop over afdelingen doordat collega's via interne netwerken bereikbaar werden. De werkgever boekte er op korte termijn productiviteitswinst mee: er was minder verloren tijd en wat een werknemer deed werd ook door personeelsvolgsystemen veel beter controleerbaar. Aan de andere kant werd de kantoorwerker steeds meer op zijn stoel vastgeplakt, als een piloot in een nauwe cockpit, acht uur per dag. Voor de beeldschermwerker betekende de computer minder afwisseling, strakkere controle en een zowel objectief als subjectief stijgende werkdruk. Het voorlopig hoogtepunt is het callcenter, waar de medewerker idealiter nooit meer vanonder zijn headset hoeft op te staan. Letterlijk alles wat nodig is hoort in een oogwenk op het beeldscherm te verschijnen.

Dat steeds strakkere keurslijf is de wraak van de computer, en het is niet zo gek dat lichaam en geest zich daartegen verzetten. Leg je een al te knellend regime op, dan komen kistkalf en kantoorwerker vanzelf in opstand. Openlijk of door ziek te worden.

Wel gek is het, dat alle ergonomische verbeteringen juist gericht zijn op het nog verder immobiliseren van het personeel. Polssteuntjes, documenthouders, monitorstandaards, heel precies instelbare stoelen, alles is gericht op het bereiken van de ideale werkhouding en het vervolgens vasthouden daarvan. Wee degene die denkt de dag al draaiend en verzittend op een keukenstoel te kunnen doorbrengen! Hij roept de toorn van alle ergonomische deskundigen over zich af. Wee de werkgever die niet ogenblikkelijk ergonomische toetsenborden - dingen waarop de handen minimaal hoeven te bewegen - en polssteuntjes aanschaft, hij wordt door de FNV genadeloos in een letselschadeprocedure gestort.

Dat zou allemaal heel verdedigbaar zijn als er goede gronden waren voor al die voorschriften die de kantoorwerker tot een standbeeld in ideaalpose veroordelen. Maar waar je wel regelmatig allerlei arbeidsdeskundigen hoort roepen dát dingen zus of zo moeten (`kijk, die mevrouw zit op het puntje van haar stoel, helemaal verkeerd', hoorde ik er laatst nog een zeggen, zonder de mevrouw in kwestie te vragen of ze ook de hele dag zo bleef zitten), hoor je nooit waarom dat zo is. Gewoon, een mooie, heldere, wetenschappelijke onderbouwing van al die adviezen. Zijn er longitudinale onderzoeken waarbij ergonomische-stoelers en keukenstoelers systematisch vergeleken zijn? Zijn er goed gecontroleerde studies naar de funestheid van het opzijkijken naar het beeldscherm dan wel een papieren document? Of naar de rare gewoonte van rechtshandigen om hun muis rechts van zich te hebben, precies daar waar ze ook notities maken, de telefoon vasthouden, en wat niet al nog meer? Of extrapoleren onze ergonomen maar wat uit algemene anatomische kennis en veronderstellingen? Ik ben daar, zelf ook maar een eenvoudige beeldschermwerker op een keukenstoel, wel nieuwsgierig naar.