`Ik wil niet meer rijk zijn, ik wil mensen helpen'

Bij de marine krijgen zestien jongeren uit Amsterdam les in discipline. Dat gaat niet zonder slag of stoot.

Op het terrein van marinebasis Fort Erfprins bij Den Helder marcheert een pelotonnetje jongeren in marine-uniform keurig in de maat. De tred oogt zelfverzekerd en de gezichten verraden opperste concentratie.

Half januari zijn zestien Amsterdamse probleemjongeren begonnen aan het project De Uitdaging. Drie maanden lang volgen ze lessen techniek en automatisering, afgewisseld met krachtproeven om teamgeest te vormen. Daarbij zijn ze onderworpen aan een strikt regime van discipline en regelmaat.

Vorig jaar draaide het project al bij de landmacht en vanaf volgende week is de luchtmacht aan de beurt. Na deze drie pilots beslist Defensie of er een permanent vervolg komt, om ,,maatschappelijke taken te vervullen''. Een loopbaan bij de marine is voor de meesten geen optie, omdat ze de juiste vooropleiding missen.

De kandidaten worden door diverse jeugdhulpinstanties aangedragen bij de gemeente Amsterdam, die de marine 15.000 gulden per persoon betaalt. Hoewel de gemeente het heeft over een ,,laatste-kans-project'', wil projectleider Henk Westerhoff niet de nadruk leggen op de criminaliteit van de jongeren. ,,Het gaat ook om jongens met problemen thuis, die moeite hebben om een vast dagritme aan te houden. De meesten hebben bovendien geen enkele opleiding afgemaakt en zonder begeleiding hebben ze geen kansen op de arbeidsmarkt. Daarvoor zullen ze hun gedrag moeten aanpassen.''

De begeleiders van de marine hebben zich ook moeten aanpassen. De regels waar matrozen zich aan moeten houden, bleken in het begin niet te werken. ,,Het zijn individualisten en erg dominant. Als je ze in de groep gaat corrigeren, dan pikt zo'n individu dat gewoon niet'', vertelt overste Handgraaf, projectcoördinator namens de marine.

In de techniekklas werkt iedereen voor zichzelf aan hydrauliek en pneumatiek. De jongens maken schema's, testen die uit met computersimulaties en brengen ze dan in praktijk. Als er even geen begeleider bij is, staan twee jongens plotseling dreigend tegenover elkaar. Ze willen dezelfde computer gebruiken en zijn niet van plan voor elkaar te wijken. Dan komt Dandy (18) tussenbeide, kalmeert de twee en bedenkt een compromis. Er volgen nog een paar boze blikken, maar na een paar minuten is alles weer vergeten.

,,Ik ben nu verstandiger dan vroeger'', vertelt Dandy. ,,Als ik ruzie met iemand had, dan wilde ik ook pay back. Nu weet ik dat je samen moet kunnen werken, anders bereik je niets.'' Dandy stopte met een opleiding voertuigtechniek toen hij zestien was. Daarna had hij nog wel een baantje, maar dat duurde niet lang. De jaren daarna waren chaotisch en onregelmatig. Na een ruzie thuis kwam Dandy in contact met een maatschappelijk werker, die hem voorstelde mee te doen aan De Uitdaging.

,,Ik had meer actie verwacht, een soort mariniersoefeningen. Nu vind ik het wel best, want ik studeer nu graag. Voor het eerst niet omdat het moet, maar omdat ik het zelf wil. In de klas komen anderen nu ook om mijn hulp vragen als ze iets niet begrijpen. Ik doe dat op mijn eigen manier, dan snappen ze het sneller.'' Een van de docenten heeft hem om die reden ook een baan aangeboden als amanuensis bij de cursussen die hij geeft.

Overste Handgraaf bespeurt een duidelijke verandering in het gedrag van de jongens. ,,In het begin ontaardden conflicten gelijk in grof taalgebruik en ze stonden dan ook meteen klaar om dat met non-verbaal geweld te benadrukken. Nu wordt het in negen van de tien gevallen uitgepraat. De ouders merken dat trouwens ook. Een Turkse jongen heeft tijdens een weekendverlof voor het eerst sinds tijden weer eens met zijn vader gepraat. Die was daar zwaar van onder de indruk en de moeder van die jongen heeft het hele weekend glimmend rondgelopen. Dat is belangrijk, want de omgeving moet ook meehelpen.''

Toch is het niet allemaal koek en ei. Tegen het eind van het project begint de discipline wat te verslappen. De afgelopen nacht zijn twee jongens betrapt op het gebruik van softdrugs, bij Defensie een doodzonde. In afwachting van de sancties is de stemming wat gedrukt, niemand laat het achterste van de tong zien. Na de lunch is de kogel door de kerk: de twee beklaagden worden uit het project gezet en naar huis gestuurd. De andere jongens vinden dat veel te streng en protesteren heftig, maar overste Handgraaf is onverbiddelijk. Vanuit Amsterdam is al een auto onderweg en halverwege de middag zijn ze vertrokken.

Henk Westerhoff van de gemeente Amsterdam betreurt de voortijdige aftocht. ,,Zelf zouden we waarschijnlijk anders hebben gereageerd, maar de marine heeft nu eenmaal de leiding. Zij stellen de regels op en dat moeten we accepteren.'' Westerhoff is teleurgesteld. ,,We moeten er met de hulpverleners voor zorgen dat ze niet terugvallen in de oude situatie, waar iedereen blowt als een gek. Dat zou zonde zijn van alle moeite. We proberen nog zo veel mogelijk brokken bij elkaar te rapen.''

Rizvan (18) vindt het wegsturen overdreven, maar wil het gedrag van zijn klasgenoten niet goedpraten. Zelf heeft hij met veel moeite geleerd gedisciplineerder te leven. Rizvan ging voortijdig van school en kreeg een baantje in een speelgoedwinkel waar hij al snel werd ontslagen, omdat hij zijn agressie niet onder controle had. Door verkeerde vrienden (,,Ik was een meelopertje'') kwam hij in aanraking met de politie. Nu probeert hij zijn leven te beteren. ,,Ik ben de oudste zoon thuis en ik wil het mijn moeder niet aandoen dat ik straks doodga of in de gevangenis kom.'' Rizvan wil politieagent worden. ,,Ik heb niet meer de wens om rijk zijn. Ik wil gewoon leven en mensen helpen, dan kan ik gelukkig zijn.''