Hou de kinderen van de straat!

Elke dag lezen ze in de krant dat `hun' kinderen met de politie of onderling vechten – vorige week in Amsterdam met fatale afloop – en dat ze diefstallen plegen of erger. En al is het slechte nieuws te eenzijdig, toch maken Marokkaanse ouders in Nederland zich zorgen. Hoe loodsen zij hun kinderen door de puberteit? `Een Marokkaans kind moet je malen, als komijn.'

Waarom wonen de twee oudste zonen van Bouarfa el Marcouchi in Marokko? Ze zijn 15 en 13 jaar oud, en ze verlangen naar huis, naar Amsterdam. Hun moeder wilde niet dat ze weggingen, hun vader mist ze ook. Maar hij had geen keuze: ,,Als mijn oudste hier zou zijn gebleven, was hij nu verloren.'

Dat zit zo: volgens de juf kon zijn zoon niet naar de mavo. In overleg met haar liet Marcouchi hem bijspijkeren. Ja, zei de juf in maart nog, zo is het voldoende. Maar in mei zei ze ineens: hij kan toch niet naar de mavo. ,,Ze heeft me in de maling genomen.' Marcouchi wilde niet dat zijn zoon naar het beroepsonderwijs ging. Waarom niet? ,,Op de mavo krijgen ze elke dag huiswerk. Op een technische school niet. Dan hebben ze alle tijd om op straat rond te hangen.' Bekijk 't maar, dacht Marcouchi, ik stuur ze naar Marokko. Daar zitten zijn zoons nu intern op een godsdienstschool. En als om de juistheid van zijn beslissing te onderstrepen haalt hij een autoriteit aan, de Amsterdamse minderhedenambtenaar: ,,Jan Beerenhout heeft zelf gezegd dat Marokkaanse meisjes het beter doen dan de jongens, omdat zij niet op straat mogen.'

Hoe houd je ze van de straat, dat is het hoofddoel van de Marokkaanse opvoeding in Nederland. Zo verschillend als de ouders hun kinderen tegemoettreden – verlicht of ouderwets, streng of liberaal, met slaag of snoep – zo eenstemmig zijn ze in hun bezorgdheid. Die vatten ze ongeveer zo samen: het kind van negen dat tot 's avonds laat buiten rondhangt, is straks het jochie van tien dat `vuile hoer' roept tegen de buurvrouw, dat op zijn elfde drugs rondbrengt voor dealers en dat ten slotte op zijn vijftiende een pistool op zak heeft.

Marcouchi is taxichauffeur in Amsterdam, die kent `de straat'. Maar de drie mannen van de Stichting Marokkaanse Werkgroep Rivierenbuurt, met wie hij zit te praten (,,allemaal vaders, natuurlijk, iedereen heeft kinderen') weten het even goed. Ze lezen toch wat er gebeurt? Drugs. Verkrachting. Vechtpartijen, laatst nog eentje waarbij het Marokkaanse meisje Nadia om het leven kwam. Als hun kinderen te lang op straat zijn, zijn de ouders bang dat hun zoiets overkomt. Of dat ze worden verleid. Marcouchi was zelf negen toen hij uit Marokko naar Amsterdam verhuisde. Toen hingen hij en zijn vrienden rond in het centrum, op hun Zündapps of Kreidlers. Maar nu is de Dam een knooppunt voor de drugshandel. ,,Misschien dat mijn kinderen die lui niet aanspreken, maar zij hen wel.'

Rood stoplicht

Dit is geen oudemannennostalgie van de 37-jarige Marcouchi. De meeste onderzoeken wijzen uit dat de Marokkanen die naar Nederland verhuisden, minder vaak met de politie in aanraking kwamen dan het Nederlandse gemiddelde, maar dat hun kinderen vaker dan gemiddeld met de politie in aanraking komen. Voor Marcouchi is dat alweer een bewijs dat zijn besluit goed is geweest: ,,Jongens van 16 of 17 die net uit Marokko komen, zijn hartstikke goed. Beter dan de jongens die hier zijn opgegroeid.' Voordat ze 17 jaar zijn, zullen zijn oudste zoons de Nederlandse straten niet meer terugzien. Blijven ze zeker op het rechte pad.

,,Alle ouders zijn onzeker', zegt Fatima el Mahi (42 jaar, drie zoons en een dochter, van 21 tot 2 jaar). ,,Maar Marokkaanse ouders zijn dubbel onzeker. Zoals zij zelf zijn opgevoed, zo worden hun kinderen niet meer opgevoed. In Marokko helpt de hele familie mee. Hier ìs de hele familie niet.'

,,Daar', zegt Rabiaa Boulhalhoul (34, twee dochters, 14 en 10, en een zoon van 7) ,,hadden we een samenleving waarin de codes bekend waren. Hier kennen de kinderen ze niet, en de ouders ook niet. Het enige duidelijke is een rood stoplicht, dan moet je stoppen. Maar voor de rest: vrijheid blijheid – denken Marokkanen.'

Boulhalhoul, die zich als Rotterdamse ambtenaar ook professioneel met opvoeding bezighoudt, vat het verschil tussen beide culturen bondig samen. In Marokko is het kind gehoorzaam, geen gesprekspartner, ze groeien op in groepsverband. In Nederland wordt een kind zelfstandig gemaakt, opgevoed met een eigen mening, als een individu. In Marokko slaat een kind zijn ogen neer als hij een volwassene aankijkt, in Nederland kijken ze elkaar recht in de ogen.

Zo bezien hebben Marokkaanse opvoeders in Nederland twee mogelijkheden. Of ze zijn uitermate streng, of ze leren hun kind stap voor stap de nieuwe codes kennen.

De vier Amsterdamse vaders vinden zichzelf niet streng. Ze proberen hun kinderen goed op te voeden. Dat wil zeggen, volgens Jilali Zaitouni (49 jaar, zeven dochters, van 26 jaar tot 4 weken oud): ,,Respect bijbrengen, voor zichzelf en anderen, gehoorzaamheid en discipline.'

Kinderen zijn net vogels, zegt de een, je laat ze niet zomaar wegvliegen. Een kind is een stier, zegt de ander, die wil er altijd op los. Een kind is net als een jonge boom, zegt Marcouchi, zo'n boompje waar twee paaltjes naast staan om hem recht te houden. Als de boom sterk genoeg is, kunnen de paaltjes weg.

Zaitouni: ,,Ik verbied niet zomaar iets. Als mijn dochters naar een schoolfeest willen, zeg ik niet meteen nee. Ik bereid ze voor op wat ze daar zullen aantreffen. Alcohol, drugs, sigaretten. En dan mogen ze hun eigen besluit nemen.'

Marcouchi: ,,Mijn vader, die was streng. Nee is nee. Ik ben streng voor hun eigen bestwil. Ik leg altijd uit waaróm iets niet mag. Mijn kinderen komen nooit later dan zeven uur 's avonds thuis. Die zijn gewoon báng in het donker.'

Een derde vader zegt: ,,Ik vraag elke middag: heb je je best gedaan op school? Heb je goed geluisterd? Heb je de juf geholpen?'

En de vierde vader zegt: ,,Ik weet wat goed en slecht is. Als ze iets willen, moeten ze mijn toestemming vragen. Ik ben de baas.'

Je zou zeggen, wat kan er dan nog misgaan?

Fatima el Mahi merkt dat de kinderen thuis, onder de hoede van hun vader, gehoorzamer zijn dan in de buitenwereld. ,,Thuis is het tv uit = tv uit. Op school gedragen ze zich brutaler, de jongens vooral.'

De Amsterdamse vaders zeggen dat het komt doordat de Nederlandse samenleving hun een beproefd pedagogisch instrument uit handen heeft genomen. Marcouchi wijst naar een poster van de kindertelefoon die aan de muur hangt. ,,Ik zal eerlijk zijn. Als een kind zich slecht gedraagt, geeft een vader wel eens een pak slaag. Maar hier in Nederland wordt je kind dan afgepakt door de Kinderbescherming. Ik kan mijn kind moeilijk streng toespreken, want hij kan makkelijk weglopen. Ze weten de weg, ze zijn slim.'

Rabiaa Boulhalhoul is minder geneigd de schuld bij de samenleving te leggen. Ze zegt: ,,Kinderen die door hun ouders kort worden gehouden, komen in de problemen als ze met de vrijheid worden geconfronteerd.'

Er is in de ogen van Boulhalhoul geen alternatief: als je wilt dat je kinderen `succesvol' volwassen worden in Nederland moet je ze op weg helpen.

,,Laatst ging de klas van onze dochter Selma op schoolreis. Mijn man zei: ze mag niet mee omdat ze een meisje is. Ik vloog meteen op. Maar toen begon hij hard te lachen, dus nou weet ik nog steeds niet of-ie het meende of dat hij een grapje maakte. Je kunt zulke dingen niet verbieden. Je kunt je dochter niet isoleren uit de groep. Je moet haar stapje voor stapje helpen opereren in vrijheid.'

Boulhalhoul en Fatima el Mahi zijn allebei bewuste opvoeders. In huize Boulhalhoul zijn wekelijks speciale gesprekken over opvoeding. Op zondag, met als centrale vraag: wat vinden de kinderen belangrijk? Selma maakt de notulen. ,,Het bleek bijvoorbeeld dat ze zich eraan stoorden dat ik vaak niet meeat. Dat heb ik daarna aangepast.'

De vrouwen zijn ook allebei, naar eigen zeggen, liberaler dan hun man. Boulhalhoul: ,,Mijn man kan bijvoorbeeld nog zeggen: dat hóórt niet. Marokkaanse kinderen, zegt hij, moet je malen. Net als komijn, gaan ze pas geuren als ze gemalen worden. Hij kan wel eens driftig worden. Als de kinderen maar blijven doorgaan, als onze zoon Farid niet ophoudt met stompen uitdelen. Dan zegt hij: dit is typisch Marokkaans gedrag. Hou op, zeg ik dan. Dit is gewoon kindergedrag.'

Mahi: ,,Mijn man is helemaal in Marokko opgevoed en dat kun je merken. Als bijvoorbeeld op het journaal een item is over aids, dan zet hij de tv uit. Waarom doe je dat, vraag ik, omdat de kinderen erbij zijn? Waarom zou je je voor je kinderen schamen?'

Tijdens de puberteit van Morad, hun oudste zoon, hebben Fatima en haar man veel ruzie gehad. Hij vond dat zij te vrij was, en te makkelijk. Hij wilde dat Morad naar de universiteit ging, maar die kon het op de havo al niet bolwerken. ,,Achteraf heb ik er spijt van dat ik mijn man heb gevolgd in dat pushen van Morad. Twee jaar lang, toen hij 17, 18 was, hebben we schreeuwende ruzie gehad in huis. Hij is toen ook van school gegaan, kwam laat thuis met allerlei smoesjes. Ik denk niet dat hij echt rottigheid heeft uitgehaald, Morad heeft een rustig karakter. Het is goedgekomen hoor; Morad volgt nu een bedrijfsopleiding systeembeheer bij Getronics. En hij vadert een beetje over zijn jongere broer die het nu moeilijk heeft op school.

,,Dat is Hisam. Vijftien jaar. Thuis weet hij wel wat zijn grenzen zijn. Mijn man is best streng. Maar buitenshuis? Je weet nooit wie hij tegenkomt. Ze zijn zo beïnvloedbaar. En er zit zoveel woede in hem. Gelukkig woont Morad nog thuis. Die helpt Hisam met zijn huiswerk. `Je moet niet dezelfde fout maken als ik', zegt hij.'

Ook Boulhalhoul heeft het moeilijk gehad met Selma, haar veertienjarige dochter. Een jaar geleden vonkte het nog: ze kocht iets wat niet mocht, ze kwam later thuis dan afgesproken, ze wilde toch met vriendinnetjes naar de Rotterdamse binnenstad. ,,In die tijd dacht ik wel eens, had ik haar nou maar Marokkaans opgevoed, in plaats van Nederlands waar een kind altijd iets mag terugzeggen.' Maar het ergste lijkt nu voorbij. ,,Ze is volwassener, overschat zichzelf minder en ze doet van alles uit zichzelf, in plaats van dat ik erom moet vragen.'

De ideeën over opvoeding onder Marokkanen in Nederland zijn al sterk veranderd, zegt Mahi. Zij stapte twintig jaar geleden een Rotterdams buurthuis binnen om vrijwilligsterswerk te doen. Daar was ze de eerste Marokkaanse vrouw. Haar zoon, nu 21, was het eerste Marokkaanse kind op de crèche. El Mahi belde overal in de buurt aan de deur om Marokkaanse vrouwen aan te sporen hun kinderen naar de crèche te brengen en zelf opvoedingscursussen te volgen. ,,In de jaren negentig zeiden die vrouwen: mijn kind is nog te klein. Of: mijn andere kinderen zijn toch ook goed terechtgekomen?' Nu heeft de crèche een wachtlijst van anderhalf jaar en stromen de cursussen vol.

Zo is de Marokkaanse opvoeding in Nederland langzaam een mengvorm van twee waardenstelsels aan het worden. Onvermijdelijk, vindt Boulhalhoul, maar niet altijd even makkelijk. Want ze wil wel degelijk vasthouden aan haar Marokkaanse achtergrond. Met Kerstmis vroegen haar kinderen: `Waarom mogen wij thuis geen kerstboom? Wij geloven toch ook in Jezus?' Boulhalhoul heeft ze naar de buurman gestuurd om uit te leggen dat de boom met Kerstmis niet veel te maken heeft met de Jezus die ze uit de Koran kennen. ,,Op school vind ik het geen punt, maar ik wil geen kerstboom in huis. Dan kun je alles wel overnemen.'

Ook voor de kinderen is de cultuurvermenging soms verwarrend. Selma, Boulhalhouls oudste dochter, was eens bij de buren en daar kwamen gasten op bezoek. Waar kom jij vandaan, vroegen ze Selma. Uit Maassluis, zei ze. Nee, waar kom je echt vandaan? Uit Maassluis. Nee, had de buurvrouw gezegd, als de mensen vragen waar je vandaan komt, moet je zeggen: uit Marokko. ,,'sAvonds vroeg Selma me: `Mamma, heb ik het verkeerde antwoord gegeven? Ik kom toch uit Maassluis?' Ik heb haar uitgelegd dat het antwoord soms afhangt van de mensen die de vraag stellen.'

Zelfs Farid, de zevenjarige zoon van Boulhalhoul, leert zichzelf al in twee verschillende culturen bewegen. Als hij met oma praat, slaat hij zijn ogen neer, als hij met de juf praat, kijkt hij haar aan. Boulhalhoul: ,,Wij proberen onze kinderen wel Marokkaans op te voeden en ze islamiet te laten zijn, maar ze zijn multicultureel, of ik het nu leuk vind of niet.'

De kinderen Boulhalhoul worden ook langs twee lijnen opgevoed. Rabiaas man en zijzelf nemen vooral het Nederlandse deel van de opvoeding voor hun rekening. Oma, die vlakbij woont, neemt het islamitische deel van de opvoeding voor haar rekening. Die vertelt ze over de hemel en de hel. Over wat wel en niet hoort. Dat je niet mag liegen, dat je geen seks mag hebben voor het huwelijk.

En oma, trots, houdt kleine Farid voor dat hij de man is in huis. ,,Hij zegt het zelf ook. Laatst zag hij mijn man afwassen en toen vroeg hij: wat doe jij nou? Dat is vrouwenwerk hoor. Opa wast nooit af. Uh-uh, zeiden we tegen elkaar, wij gaan jou eens even bijspijkeren, jongetje. We hebben een krukje aangeschoven en zo heeft hij zijn vader geholpen met de afwas, terwijl ik toekeek. En intussen deden ze de tafels van vermenigvuldiging samen. Misschien, als ze ouder zijn, verwijten mijn kinderen mij dat ik ze te Westers heb opgevoed.'

Hoewel ze zeker weet dat haar opvoeding-tot-zelfstandigheid de meeste kans van slagen heeft, slaat Rabiaa Boulhalhoul de angst wel eens om het hart. Hoe Nederlands zullen haar kinderen daarmee worden? En is ze dan gelukkig met het resultaat? ,,Hoe zal ik reageren als Selma straks achttien is en op zichzelf wil wonen? Zij zegt nu dat ze na school eerst naar Italië wil. Ik weet niet hoe ik dat moet vinden. Ik heb haar opgevoed om dat aan te kunnen, maar ik ben tegelijkertijd bang voor de consequenties ervan. Ik heb haar zelfstandig gemaakt, maar ik zie ertegenop dat zij zich straks helemaal daarnaar gaat gedragen. Dat ze misschien wil samenwonen.'