Het Afrikaner eigene

De hechte Afrikaner gemeenschap heeft zich verschanst in Orania, een vlekje in de onmetelijke Noordkaap. In hun droom van een volksstaat zijn zwarten niet welkom. `We willen niet verzwolgen worden in Zuid-Afrika, we willen op onszelf blijven.'

Op een mooie zaterdag in maart bestelt Orania tante Betsie ter aarde. Veel treurnis valt er niet te lezen op de gezichten van de begrafenisgangers – tannie was al 98 tenslotte, dan mag het nageslacht tevreden zijn. Bovendien gelooft de hechte Afrikaner gemeenschap waarvan ze deel uitmaakte rotsvast in een hiernamaals. ,,De dood en het dodenrijk zijn overwonnen'', verkondigt dominee Hendrik Verwoerd, Betsies zoon, tijdens de rouwplechtigheid vanaf de kansel in de gemeenskapsaal. De god van de Boeren heeft gezegevierd. En morgen is het zondag.

Aan het graf bedankt schoonzoon Carel Boshof de almachtige God voor ,,de verlossing van de wereld en het menselijk lijden''. De vijf zoons en twee dochters laten de kist in de rode aarde zakken, waarna achterkleindochter Ané Verwoerd van vijf als eerste rozenblaadjes in het graf mag strooien. Op de achtergrond twee ruiters, de vierkleur van de boerenvlag tussen hen in. Donkere wolken dreigen met regen. Twee trompettisten spelen `Rust mijn ziel'.

Orania: een op het oog onbetekenend vlekje op de onmetelijke vlakte van de provincie Noordkaap. Droog is het er, en heet. De Oranjerivier, die water aanvoert uit de zwarte binnenlanden van Zuid-Afrika is de enige lesser van de dorstige akkers. Hier, aan de grens met de Vrijstaat – voorheen Oranjevrijstaat – maakten de Afrikaners een kleine tien jaar geleden een piepklein begin met hun volksstaat, een land waar het uitverkoren volk der blanke Afrikaners zijn eigen leven kan leiden, niet gehinderd door andere kleuren mensen. ,,Liever op een mesthoop in het midden van mijn volk, dan met koningen en prinsen in vreemde paleizen'', hield Generaal Christiaan de Wet zijn mensen tijdens de Boerenoorlog, begin vorige eeuw, voor.

Hier ook sleet Elizabeth (Betsie) Verwoerd, weduwe van een van Zuid-Afrika's meest omstreden politieke leiders, Hendrik Frensch Verwoerd, haar laatste levensjaren. Een volksstaat was het ideaal van haar man, passend in zijn ideeën over apartheid, waarvan hij een van de belangrijkste bedenkers en uitvoerders was. Maar Orania, een dorp in privé-bezit, is met zijn 650 inwoners slechts een miniatuurstaatje. Het Afrikaner Utopia had moeten reiken van de Limpoporivier in het noordoosten, tot de monding van de Oranjerivier en de Kaap in het westen des lands.

Op een heuvel, uitkijkend over Orania, staat een bronzen standbeeld voor Hendrik Verwoerd. De bronzen sculptuur van een metertje hoog werd in 1993 door Betsie onthuld, een dorpsbrochure spreekt over een `toeristiese attraksie'. `Oranje ontwikkeling in die hartland van die Afrikaner' staat er gegrift in een plaquette aan de voet van het standbeeld dat, bij nadere inspectie, half los op zijn sokkel staat. Aan de vlaggenmast wappert het oude oranje-blanje-bleu van die Suid-Afrikaanse Republiek. Met het `nieuwe Zuid-Afrika' wil Orania niets te maken hebben.

Overgang naar democratie

Orania is geen nieuwe nederzetting, maar ontstond in de jaren zestig als woonoord voor arbeiders en technici die aan een hele reeks waterbouwkundige hoogstandjes in de Oranjerivier werkten. Ze legden er stuwmeren en irrigatiekanalen aan. Toen het werk eind jaren tachtig gereed was, liep Orania leeg en raakten het hoofddorp, en het erbij gelegen township voor de kleurlingen Grootgewaagd in verval.

Dit was ook de periode dat Zuid-Afrika de overgang meemaakte van apartheid naar democratie, door veel Afrikaners met lede ogen aanschouwd. De meest behoudzuchtige elementen uit de Afrikaner gemeenschap zochten koortsachtig naar een uitweg. De oplossing vonden ze in het verleden. Als de Afrikaners door de eeuwen heen in de problemen kwamen, trokken ze zich terug in hun lager: zet de wagens in de rondte en hou alles wat ongewenst is daarbuiten. Het idee van de volksstaat was geboren, met een nieuwe Grote Trek als visioen. Ditmaal ging alles volgens de regels. De rechtse Afrikaner Vrijheidsstichting liet haar oog vallen op Orania, dat in maart 1991 van de toen nog zittende blanke minderheidsregering werd gekocht voor 1,5 miljoen rand (een half miljoen gulden). De laatste `gekleurde' bewoners van Grootgewaagd, bruinmense zeggen de Afrikaners, werden op hardhandige wijze uit hun huizen gezet. Het buurtschap met zijn kleine huisjes doopten de Afrikaners om tot Kleingeluk.

Bij het toegangshek tot Orania staat nu een bord: `Streng privaat'. Abram, een kleurling uit een naburig township heeft die boodschap goed begrepen. Afrikaans spreekt hij wel, maar het bruin van zijn velletje is verkeerd. Hij doet op zijn rode transportfiets inkopies bij de Afsaalwinkel, gelegen net buiten de hekken aan de doorgaande weg. ,,Daar mag ik niet komen'' – hij knikt met zijn hoofd achterover richting dorp.

En wie het wel doet met de `verkeerde huidkleur' zal dat merken. De zwarte fotograaf Lucky Nxumalo waagde het onlangs voor zijn krant Sowetan Sunday World om met enige metgezellen, ook al niet blank, het dorp binnen te rijden. Binnen de kortste keren kregen ze een bakkie met opgewonden dorpelingen achter zich aan. ,,Wat doen julle kaffers hier, fok op uit ons dorp'', beten ze de bezoekers toe. Alleen optreden van een lid van de dorpsraad, van tevoren ingelicht over de `zwarte visite' kon erger voorkomen.

Blanke handen

Natuurlijk mogen swartmense niet in Orania komen, zegt Adreas Duplessis, gepensioneerd journalist en sinds vier jaar de dorpschroniqueur. ,,Alle werk wordt hier gedaan door blanke handen. Dis volkseie arbeid. Daarom hebben we ook geen misdaad'', zegt hij. Met grote trots geeft Duplessis een rondleiding langs de moderne agrarische economie waarop zijn Afrikaner gemeenschap is gebouwd. In de uitgestrekte landerijen van Vluytjeskraal, rondom de dorpskom, liggen bedrijven waarmee Orania de wereld versteld wil laten staan. Het paradepaardje is de melkerij Bo-Karoo Suiwel, waar driehonderd stuks Fries stamboekvee en een klompie Jersey-koeien – ,,voor de extra room'', legt Duplessis uit – loom onder afdaken liggen te wachten op hun melkbeurten, drie keer per dag. Om half een sjokken de zwart-witte dieren de gecomputeriseerde melkafdeling binnen voor de lunchronde, waar blanke vrouwelijke melksters klaarstaan om zuignappen aan de uiers te bevestigen. ,,Koeien hebben liever dat boerinnen aan hen zitten dan boeren'', zegt een van hen.

Het melkbedrijf, een NV, is nu al het grootste van Zuid-Afrika, nee sterker: van het zuidelijk halfrond verduidelijkt Duplessis, maar zal uitgroeien tot een mammoetonderneming met duizend koeien en een kaasfabriek. Achterliggende gedachte: hoe groter en indrukwekkender, hoe meer indruk het Volksstaatdorp zal maken. Men beschikt verder over een tomatenkwekerij, plantages met spanspekke (suikermeloenen), druiven, olijfbomen en groentes, allemaal bewaterd via irrigatiekanalen uit de Oranjerivier. Verder zijn er twaalfduizend pecannootbomen geplant.

Orania is zo goed als selfsupporting. Er is een school, een ziekenhuisje, de kindercrèche `Jubel en Juig', een camping aan de rivier, herberg Oranje, de Afrikaner Protestantse Kerk – de laatste van de Afrikaner kerken die zwarten uitsluit van lidmaatschap – en er is een historisch museum, dat voor de dorpelingen niet minder dan een heiligdom is. De bejaarde beheerder Fanie Jordaan, slalomt in korte broek en op velskoene zijn bezoekers tussen glazen kasten en tafeltjes door met de verzameling wapens waarmee de Boeren zich onder aanvoering van ,,door God gestuurde leiders'' een weg vochten door de Afrikaanse geschiedenis.

Het heilige der heiligen van het kleine gebouwtje is een van buiten afgesloten kamer, geheel gewijd aan `doktor' en zijn vrouw. Plooirokken van Betsie, haar leerboek `Vergelijkend eksamen Hollands', het hoedje en de bretels van Hendrik. In een van de vitrines staat het donkerpak opgesteld dat Verwoerd droeg toen hij in 1966 werd vermoord. Rode vlaggetjes geven de vier plekken aan waar de dolk van kamerbode Dimitri Tsafendas het kostuum binnendrong. Een bezoekende cameraploeg mag er beslist geen opnames van maken, want de Afrikaners vrezen dat politieke tegenstanders het pak komen stelen of vernietigen. ,,Ja, we leven in Babelse tijden'', zegt Jordaan treurig.

Wat drijft de mensen van Orania, deze afstammelingen van Nederlanders, Duitsers en Fransen? Waarom trekken ze zich terug uit de bewoonde wereld? Emeritus hoogleraar Carel Boshoff III, getrouwd met Verwoerds dochter Anna, is een van de stichters van Orania. Boshoff (72) ontvangt in het kantoor van het Vryheidsfront, een rechts-christelijke politieke partij waarvan hij leider is in de Noordkaap. Een innemende man met een lief gezicht, zilveren haren, baardje en een onafscheidelijke slappe vlinderdas. Boven zijn houten bank met een zitting van riempies (een ruim vlechtwerk van leer) hangt een bordje met de tekst, die de onverzettelijkheid van de Afrikaners illustreert: `Hoe harder jy moet trek, hoe groter die wortel'.

Roemrijk verleden

Luisterend naar Boshoff hoort men vooral het roemrijke verleden weerklinken van `het volk', Blut und Boden. En daar tegenover toont hij grote angst voor `de anderen', voor `volksvreemde' elementen. ,,Als we niet oppassen worden we verzwolgen in Zuid-Afrika'', zegt hij ,,en dat willen we niet, we willen op onszelf blijven.'' Boshoff spreekt over ,,de lange traditie van streven naar vrijheid en onafhankelijkheid'' van de Afrikaners, beginnend in ,,de jaren '34-'38'', waarmee hij 1834-1838 bedoelt: de Grote Trek der Boeren van de Kaap naar de binnenlanden van Zuid-Afrika. Deze landverhuizing heeft in de beleving van de Afrikaners van Orania mythische proporties aangenomen. Hun leiders van toen, de Voortrekkers en die uit de Boerenoorlog zijn hun werkelijke helden, aan wie in latere jaren alleen `doktor' Verwoerd kon tippen.

,,De volksstaat is een droom'', geeft de professor toe. Maar, met de buste van schoonvader Verwoerd achter zich, voegt hij eraan toe dat dromen werkelijkheid kunnen worden. Hij vergelijkt de positie van de Afrikaners graag met die van de joden, eind negentiende eeuw. ,,Niemand geloofde op dat moment serieus dat Theodor Herzl enige kans maakte met zijn idee van een staat Israel. Men kreeg ongelijk.'' Het huidige Israel is een voorbeeld voor de Afrikaners. Er bestaan grote overeenkomsten in de droge natuurlijke omstandigheden van de Noordkaap en Israel. Boeren uit Orania zijn in de joodse staat geweest voor lessen in irrigatie en andere technieken. Keihard werken, dat is het motto van Orania. ,,Arbeid maakt vrij'', zegt professor Boshoff, zich niet realiserend welke gruwelijke historische bijbetekenis dit in Europa heeft.

De vergelijking met de joden vindt Boshoff niet ongepast. Afrikaners zijn niet in groten getale vermoord, ze worden niet vervolgd en zijn vrij om te gaan en te staan waar ze willen in Zuid-Afrika, ,,maar dat kan allemaal veranderen'', zegt hij, ,,met zes miljoen zwarte werklozen in dit land weet je het nooit, het zou allemaal wel eens heel naar voor ons kunnen worden.''

Zoon Carel Boshoff IV noemt men de denker van Orania. Hij woont in Kleingeluk waar zijn vrouw een juwelensmederij drijft. `Carel Vier' wijdt zich met zijn 36 jaar aan de studie: theologie, geschiedenis, filosofie en de architectuur – maar is nog altijd zonder academische titel. In zijn ideeën voor een volksstaat verwijst hij onder meer naar de vermaarde Italiaanse denker Nicolò Machiavelli, die in Il Principe (1532) uitlegt hoe men een nieuwe staat moet beginnen vanaf niets. Zoek een tamelijk nutteloos gebied uit, waar niemand ogenschijnlijk belang bij heeft, richt er een stad op en zorg dat die succes heeft. Zodra dat het geval is sta je op en zeg je: `Kijk, dit hebben we bereikt, nu is de grond van ons'.

Maar de gewetenloze middeleeuwse machtspolitiek werkt natuurlijk niet, zolang de Afrikaners niet beschikken over een centraal element van machiavellistische machtspolitiek: een leger. Boshoff jr. geeft er daarom een hedendaagse draai aan: Orania zal bewijzen dat het op eigen kracht, in de woestijn, tot grote dingen in staat is. En dat resultaat zal de regering in Pretoria – door de Oraniërs aangeduid als `vreemd bewind' – onder de neus worden geduwd. ,,Zien jullie het nu'', zullen ze zeggen, ,,we steken iedereen de loef af.'' De Afrikaners hebben geen plannen voor de oprichting van een militie, of geven daar althans geen ruchtbaarheid aan.

Bittereinders

Orania is nog maar een beginnetje voor de Boshoffen. Nu zijn het alleen de Bittereinders die er wonen – zij die de gedachte steunen dat de Afrikaners nooit de Vrede van Vereeniging in 1902 hadden moeten tekenen, die een smadelijk einde voor hen van de Boerenoorlog tegen de Britten betekende. Maar de volksstaat moet uiteindelijk reiken van Orania tot aan de Atlantische Oceaan, zo'n duizend kilometer lang. Met getallen kan Boshoff sr. niet echt overweg, het gebied waar de Afrikaners aanspraak op maken omvat, zo schat hij, ongeveer 160 vierkante kilometer. Vergist hij zich niet een paar nulletjes? Na telefonisch overleg met een partijgenoot geeft de verstrooide professor dat toe: 160.000 vierkante kilometer is het beoogde gebied, vier keer zo groot als Nederland, waarop de tweeëneenhalf miljoen Afrikaners die Zuid-Afrika telt zich zouden moeten mogen uitleven.

Boshoff sr. verdedigt de claim. ,,De Noordkaap is een grotendeels leeg gebied waar bijna niemand wil wonen. Wij wel.'' In de volksstaat, die op den duur volledig onafhankelijk zou moeten worden, zouden overigens ook wel zwarten en kleurlingen mogen wonen, mits ze zich aanpassen aan de Afrikaners, dat spreekt voor zich. Professor Boshoff: ,,We willen geen nieuwe apartheid of discriminatie, we streven naar wat in Nederland ruilverkaveling heet.''

Wat zou hij doen als een van zijn kinderen of kleinkinderen met een zwart vriendje of vriendinnetje was thuisgekomen? ,,Dat zou heel erg ongewoon zijn, daar zou ik het heel moeilijk mee hebben. Maar de jeugd zelf moet kiezen, zij moet ook eigen vrijheid hebben.'' Het woord integratie komt ter sprake, en half zittend in de deuropening van zijn auto krijgt Boshoff het ineens benauwd. ,,Denkt u dat de Afrikaners ooit zouden kunnen verdwijnen in Zuid-Afrika, opgaan in andere volkeren?'', vraagt hij verschrikt. ,,Ja professor, dat zou best eens kunnen.''

Verdeeldheid

Het grootste probleem voor de volksstaat is de lauwe en tegengestelde reacties die hij onder `het volk' zelf heeft losgemaakt. Illustratief voor de verdeeldheid in de Afrikaner gelederen is de familie Boshoff-Verwoerd. Van het nageslacht van Hendrik Verwoerd woont alleen het echtpaar Carel Boshoff en Anna Verwoerd met enkele van hun kinderen in Orania, de andere zes Verwoerds wonen elders en ze zijn lang niet allemaal even `volks'. Een van de kleinzoons, Wilhelm, schokte zijn verwanten enkele jaren geleden door lid te worden van het ANC en daarin een actieve rol te spelen. Wilhelms vrouw Melanie is zelfs parlementslid voor het ANC, aartsvijand van de conservatieve Afrikaners.

Afgaande op verkiezingsuitslagen wijst een overgrote meerderheid van de Afrikaners het idee van een aparte staat af. Het Vryheidsfront ging bij de landelijke verkiezingen van vorig jaar terug van negen naar drie parlementszetels. In Orania behaalde de partij van Boshoff wel een meerderheid. Maar behalve onder de dorpsintellectuelen en een handvol rabiate racisten lijken economische en hedonistische overwegingen op zijn minst een even belangrijke rol te hebben gespeeld als politieke. Gezinnen komen naar het gebied toe met niets, zoeken ergens een stuk grond, ververwijderd van de buren en bouwen zelf hun huis, zonder tierelantijnen. ,,Sommigen willen zelfs niet zijn aangesloten op het elektriciteitsnet'', zegt Adreas Duplessis, ,,ze willen van niemand afhankelijk zijn.''

De grootste bedreiging die de volksstaat boven het hoofd hangt is de opstelling van het regerende ANC. In naam is de partij van president Mbeki eigenlijk nog heel vriendelijk voor de Afrikaners. De ANC-premier van de Noordkaap, Manne Dipico, maakte keurig zijn opwachting op de begrafenis van Betsie Verwoerd. Hij schudde handen en omgekeerd bejegende iedereen hem omgekeerd met alle egards. Zelfs Nelson Mandela, die door toedoen van Verwoerd in 1963 voor 27 jaar de gevangenis indraaide voor zijn verzet tegen de apartheid, liet van zich horen. De oud-president van Zuid-Afrika betuigde na het overlijden van mevrouw Verwoerd zijn deelneming aan de familie en roemde haar ,,Afrikaner gastvrijheid''. In 1995 was hij al eens hoogstpersoonlijk naar Orania gekomen om met haar thee te drinken. En al die tijd wist Mandela heel goed dat de zeer begaafde Betsie Verwoerd in de tijd dat haar man premier was, mede het beleid had bepaald. Maar Mandela liet het verleden rusten.

Al deze sympathie van zwarte kant betekent niet dat het ANC de Afrikaners ook zal toestaan een eigen staat te beginnen. Sterker nog: de regering in Pretoria stelt voor om Orania samen te voegen met de nabijgelegen gemeentes Hopetown en Strydenburg, waar overwegend zwarten en kleurlingen wonen. De dorpsraad van Orania verzet zich fel tegen de fusie, het zou het einde betekenen van een droom. Professor Boshoff voert maandag (3 april) overleg met het ANC om `de ramp' af te wenden. De Afrikaners van Orania willen hun land niet delen, ze willen met anderen niets te maken hebben. Zoals Verwoerd himself in 1958 de zieleroerselen van zijn mensen omschreef: ,,Ons veg nie vir geld of goed nie, ons veg vir die lewe van 'n volk'' – Wij vechten niet voor geld of goed, wij vechten voor het leven van een volk.

Betsie Verwoerd is begraven, de inwoners van Orania keren terug naar hun huizen en hun hoeves. Er heerst een serene rust in het dorp. Plotseling verschijnt een halve regenboog uit het niets, als een hemelse interventie, de stralen reiken precies tot boven het standbeeld van Hendrik Verwoerd. Bestaat er dan toch een god, komt hij nu naar beneden om zijn uitverkoren volk te redden? Toch niet, de zon gaat gewoon onder. En in het donker blijft Hendrik Verwoerd, de man van koper, eenzaam achter op zijn koppie, uitstarend over Orania, avondland van zijn lelieblanke nageslacht. Morgen is het zondag.