Europa weet geen raad met Afrika

In Kairo begint maandag de allereerste Europees-Afrikaanse topconferentie. Maar Afrika heeft van die bijeenkomst weinig te verwachten. Europa heeft nog altijd geen visie op het buurcontinent.

Zelfs over de naam voor de Europees-Afrikaanse top bestond lang onzekerheid. Uiteindelijk is gekozen voor `Top Afrika-Europa onder auspiciën van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) en de Europese Unie'. Aanvankelijk had Afrika eenvoudigweg `Top EU-OAE' voorgesteld, maar dat leidde tot een Marokkaanse boycotdreiging. Marokko is immers geen lid meer van de OAE sinds Polisario als representant van de (door Marokko bezette) Westelijke Sahara de waarnemersstatus kreeg. De EU wilde Marokko er als strategische partner in Noord-Afrika absoluut bij hebben. En OAE-voorzitter Algerije, dat Polisario altijd heeft gesteund, stelde zich uiteindelijk soepel op.

De affaire heeft Europese en Afrikaanse diplomaten wekenlang bezighouden. Maar maandag gaat in de Egyptische hoofdstad Kairo dan toch de tweedaagse topconferentie van bijna 70 staatshoofden en regeringsleiders van start. Onder hen is ook de Libische leider Gadaffi die onlangs nog vergeefs om een ontvangst in Brussel vroeg.

De top waarvoor Portugal zich in 1996 al sterk maakte, is een primeur. Nooit eerder hebben staatshoofden en regeringsleiders uit de Europese Unie en Afrika elkaar op een dergelijke forum ontmoet. Dat lijkt meteen ook de belangrijkste betekenis ervan.

De Europese Commmissie noemt als voornaamste oogmerk van de top ,,het vergroten van het internationale bewustzijn van Afrika's belang en potentieel''. Die vage formulering weerspiegelt de verlegenheid van de EU met Afrika. ,,Maar niemand wil dat het lijkt alsof zijn land het continent in de steek laat'', zegt een Europese diplomaat.

Tegelijk is dan de vraag wat de EU concreet kan doen. De EU-lidstaten zijn al jarenlang de belangrijkste donoren. Maar diplomaten erkennen dat Europa nog altijd geen visie op Afrika heeft ontwikkeld. Op initiatief van Portugal dat door zijn ex-koloniën nauwe banden met Afrika heeft, spraken de Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking afgelopen januari in Lissabon voor het eerst over een gezamenlijk Afrikabeleid. Het motto `Veiligheid, democratie en ontwikkeling in Afrika' was een erkenning dat het geen zin meer heeft over de ontwikkeling te praten, als conflictpreventie en conflictbeheersing in het door geweld verscheurde continent geen integraal onderdeel zijn. De ministers Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) hadden die visie al in hun gezamenlijke `Memorandum over Afrika' neergelegd.

Op Nederlands iniatiatief schreef de Spanjaard Javier Solana vorige maand een notitie voor de Europese ministers van Buitenlandse Zaken over de crisis in het Afrikaanse Grote Meren Gebied. Het was de eerste formele bemoeienis met Afrika van de hoge EU-vertegenwoordiger voor buitenlands en veiligheidsbeleid, een functie die tot vorig jaar oktober niet eens bestond.

Voor de Afrikaanse landen moet de top ook bewijzen dat zij niet anders worden behandeld dan andere continenten. ,,De topbijeenkomsten van de EU met Azië en Latijns-Amerika zijn ook een vast onderdeel van het Europese beleid'', onderstreept de Zuid-Afrikaanse EU-ambassadeur Elias Links. Zijn Zambiaanse collega Isaiah Chabala uit zich in dezelfde zin. Volgens ambassadeur Links zouden de EU en Afrika in Kairo al de afspraak voor een volgende top moeten maken om het ,,momentum'' te behouden. Maar daar voelen de meeste EU-lidstaten vooralsnog niet voor, al heeft Griekenland aangeboden als toekomstig EU-voorzitter in 2003 gastheer te zijn. In de ontwerp-slotverklaring wordt niet over een nieuwe top gesproken. Volgens EU-diplomaten is het door de ongewisse ontwikkelingen in Afrika riskant nu al plannen te maken voor een volgende top, waar de Europese regeringsleiders dan misschien moeten erkennen dat er van alle goede voornemens weinig is terechtgekomen.

Van Franse zijde wordt erop gewezen dat tussen de EU en Afrika al andere formele `mechanismen' bestaan: het ACP-verdrag met ex-Europese kolonies waarvan vooral Afrika ten zuiden van de Sahara profiteert en het Euro-Mediterrane partnerschap met onder meer Noord-Afrika dat in een vrijhandelsovereenkomst moet uitmonden.

Ambassadeur Links van Zuid-Afrika is positief over de mogelijkheden van het onlangs vernieuwde ACP-verdrag waaraan voor vijf jaar 22 miljard euro ontwikkelingssteun is gekoppeld. In het nieuwe verdrag, dat de Lomé-overeenkomst vervangt, is veel meer nadruk gelegd op goed bestuur, de particuliere sector, en de rol van non-gouvernementele organisaties. Ambassadeur Links is wel uitermate kritisch over het Europese handelsbeleid. ,,Zuid-Afrika is nog steeds zeer teleurgesteld over de moeizame totstandkoming van het handelsakkoord met de EU'', onderstreept hij. Afrikaanse landen klagen bovendien al jaren over de gesubsidieerde Europese landbouwexport die Afrikaanse boeren het leven onmogelijk maakt. De ontwerp-slotverklaring van Kairo die deze week in Brussel circuleerde, bevat over deze en andere onderwerpen (schulden, conflictpreventie) slechts algemene frasen.

Javier Solana is in zijn notitie over de crisis in het Grote Meren Gebied hard voor de EU. Het effect van Europese steun aan diplomatieke en hulpinspanningen is volgens hem beperkt gebleven door ,,eigen agenda's van lidstaten en interne Europese concurrentie''. Ook wijst Solana op ,,gebrek aan status'' van de EU in de Veiligheidsraad van de VN.

,,Het belangrijkste is dat er weer aandacht is voor Afrika'', zegt een diplomaat. De vraag is of dat meer oplevert dan een `familiefoto' van bijna zeventig regeringsleiders. Van demonstraties zullen zij in elk geval geen last hebben. Vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties kregen geen visum voor Egypte.