Eerste Kamer

De heer Wiegel komt weer eens tot opmerkelijke uitspraken over rol en functioneren van de Eerste Kamer (NRC Handelsblad, 11 maart). Blijkbaar gaat de heer Wiegel uit van een veronderstelling dat de leden daarvan onafhankelijke, zelfstandig opererende individuen zijn, aan niemand verantwoording schuldig. Hij gaat voorbij aan de wijze waarop zij in functie zijn gekomen, want gekozen door het Nederlandse volk. Dat dit gekozen worden door getrapte verkiezing ging is daarbij irrelevant.

Uiteindelijk is het gekozen worden een aangesteld worden door de kiezers, die daardoor ook ten volle gerechtigd zijn hen terecht te wijzen, te corrigeren. En als in ons parlement zaken worden behandeld waarover mogelijk een meerderheid der kiezers een andere mening heeft dan de senaat, dan houdt het begrip `democratie', wat `macht van het volk' betekent zoals Wiegel moet weten, in dat datzelfde volk blijvend het recht heeft zijn andere opvatting kenbaar te maken.

Onze grondwet heeft een functiebeschrijving van de senaat die stamt van lang voor het algemeen kiesrecht, maar daarmee zijn regenten-opvattingen en daarmee overeenkomstige uitspraken nu niet meer aanvaardbaar.