Drama en daden

NIET VAAK ZAL een artikel op een opiniepagina zo'n golf aan reacties hebben losgemaakt als de bijdrage van publicist Paul Scheffer, die twee maanden geleden in deze krant verscheen onder de titel Het multiculturele drama. Het zeer brede debat dat spontaan volgde op zijn aanklacht tegen de in Nederland heersende cultuur van het wegdenken van de problemen die gepaard gaan met de komst van grote groepen allochtonen, was op zijn minst zo interessant als het artikel zelf. En dan ging het er niet zozeer om wát er gezegd werd, maar vooral dát het thema zo massaal besproken werd.

Scheffer stelde in zijn stuk de vraag centraal waarom in Nederland zo gelaten wordt gereageerd op het ontstaan van een nieuwe tweedeling. Een tweedeling die hij als ,,veel venijniger'' betitelde als de sociale ongelijkheid die de negentiende eeuw kenmerkte. Scheffer: ,,Zo energiek als `de sociale kwestie' van weleer te lijf is gegaan, zo aarzelend wordt nu omgegaan met het multiculturele drama dat zich onder onze ogen voltrekt.''

In nogal wat van de reacties op het soms apocalyptische betoog is gezegd dat zijn verhaal strikt genomen weinig nieuws bevatte. Op zichzelf was dat een terechte constatering. In zijn essay beriep Scheffer zich onder andere op talloze openbare bronnen, zoals bijvoorbeeld de vorig jaar verschenen `Rapportage Minderheden' van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij heeft bekende zaken en gegevens geschikt en herschikt, historische verbanden gelegd, lijnen doorgetrokken, en dit alles vervolgens opgeschreven vanuit een persoonlijke opvatting. Inderdaad, zo bezien geen echt nieuws dus. Maar juist daarom is het desondanks ontstane nationale discours wel zo fascinerend. Het was blijkbaar toch opzienbarend genoeg om tot zoveel discussie te leiden.

DIT HEEFT ONGETWIJFELD te maken met de toonzetting van het artikel. In zijn `multiculturele drama' sprak hij nu eens niet direct de allochtonen als probleemgroep aan, maar richtte hij zich allereerst op de overheersende onverschillige houding in het ontvangende land zelf. Zoals Scheffer vorige week in zijn `repliek' stelde was het hem er niet om te doen ,,om mensen uit te sluiten, maar om mensen in te sluiten''.

Deze benadering, die een principieel andere is dan de telkens terugkerende ad hoc discussie over toelatingsnormen naar aanleiding van de nieuwste instroomcijfers, heeft ertoe geleid dat het debat de afgelopen maanden op een minder verkrampte wijze kon worden gevoerd. Er is al heel wat mee gewonnen dat bepaalde problemen die samengaan met een multi-etnische samenleving benoemd en besproken kunnen worden, en niet direct in verband gebracht worden met het beladen begrip hier-niet-thuishoren.

Tevens waren er de nodige nieuwe deelnemers. De naam van de auteur heeft zonder meer voor veel mensen als alibi gefungeerd om zich over dit in Nederland nog altijd met een hoge mate van politieke correctheid omgeven onderwerp uit te spreken.

Het resultaat was al met al een volwassen debat dat, enkele uitzonderingen daargelaten, niet is ontsierd door valse klanken. De intensiteit van de discussie gaf aan dat de verkleuring van Nederland als een enorme maatschappelijke kwestie wordt beschouwd. Duidelijk tot uiting kwam het breed gedragen gevoel dat een sense of urgency ontbreekt als het gaat om het voeren van een effectief integratiebeleid.

TEGEN DIE ACHTERGROND was de stilte vanuit Den Haag de afgelopen twee maanden opvallend. Eerstverantwoordelijk minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) reageerde weliswaar vrijwel onmiddellijk op het stuk, maar zijn boodschap was tegengesteld: de zaak hoefde niet gedramatiseerd te worden en men diende vertrouwen te hebben in het in gang gezette beleid. De grote respons op de aanklacht was nu juist een indicatie dat dit vertrouwen er niet is.

Maar in Den Haag is dit signaal niet opgepikt. Zo ontstond de vreemde figuur van aan de ene kant een heftig debat in de samenleving met aan de andere kant een absoluut stilzwijgen vanuit de politiek. Dat wijst van de kant van de politiek op óf overtuiging van het eigen gelijk, dan wel onvermogen om in te spelen op een buiten Den Haag ontstaan maatschappelijk debat.

Het is eenvoudig om `Het multiculturele drama' af te doen als `hele grote, hele lege woorden' zoals VVD-fractievoorzitter Dijkstal begin deze week deed. Maar hiermee diskwalificeerde de leider van de liberalen ook de talloze mensen die daarna het debat zijn aangegaan. Op zijn minst zo opvallend en veelzeggend was de totale afwezigheid in het debat van de Partij van de Arbeid, de grootste regeringspartij.

Vorige week schreef Scheffer zijn repliek. Daarmee is het debat vanzelfsprekend niet voorbij. De eerste resultaten sijpelen intussen wel al door. Zo kan de breedgedragen kritiek op de zeer voorzichtige aanpak van staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) bij het aanpakken van de taalachterstanden in het onderwijs niet los worden gezien van wat er de afgelopen twee maanden is gebeurd.

DE DISCUSSIE OVER het multiculturele drama is geopend. Sluimerend gevoel van onbehagen en onmacht heeft een stem gekregen. Van het grootste belang is nu dat het gesprek tussen alle betrokkenen en belangstellenden doorgaat en dat het tot een doorbreking van de apathie leidt. Om met Scheffer te spreken: gelatenheid die zich verkoopt als geduld met goede bedoelingen, helpt niet echt. De les van het debat van de afgelopen twee maanden is dat die gelatenheid nog geen vanzelfsprekendheid is.