dot.edu

ON mouseUp; if Response=`Mozart' then answer `Wolfi'; else put `Try again' into the message box; end mouseUp. Shakespeare of Conrad is het niet, maar geniaal is het wel. De houtige smaak van dit proza is nu juist de bedoeling. Het is geen gewone tekst, maar HyperTalk, een taal om een computer te vertellen wat-ie moet doen. Het briljante is niet alleen dat de taal – hoewel kunstmatig – voldoende op Engels lijkt om er meteen mee aan de slag te kunnen, maar vooral dat hij is ontworpen om gebruik te maken van het feit dat computerprogramma's alle kanten op kunnen. De combinatie `if', `then' en `else' bevrijdt het programma van zijn oogkleppen; mensen die zeggen dat een computer `nooit meer doet dan je hem opdraagt' hebben er niets van begrepen. Een programma dat zulke conditionele sprongen bevat, kan reageren op allerlei veranderlijke omstandigheden. Dankzij deze vondst, die dateert uit het programmeer-Pleistoceen, kan een computer vliegen, in plaats van op spoorrails te rijden.

De computertaal HyperTalk, in 1986 bedacht door Bill Atkinson en Dan Winkler van Apple Computer, maakt van de conditionele sprong gebruik om razendsnel verbindingen te leggen tussen allerlei dingen. Zo'n verbinding, meestal een link genoemd, maakt het programma associatief. De geniale vondst in HyperTalk is, dat die conditionele verbindingen van de taal onderdeel zijn van elk document, in de oorspronkelijke opzet een stack (stapel kaarten) genoemd. In Atkinsons programma HyperCard voor Macintosh zag het document er dan ook uit als een systeemkaart (dat was vijftien jaar geleden, toen zo'n kaartje maar net op het scherm paste). Elk document is zodoende een klein programma, dat op verzoek, en op eigen houtje, kan reageren op de wereld eromheen, `het milieu'.

Gewapend met deze hypertaal kan iedereen in principe alle mogelijke eigenschappen van alle mogelijke digitale documenten op alle mogelijke manieren met elkaar verbinden: plaatjes met onderschriften, namen met jaartallen, kleuren met klanken, noem maar op. Door dat associatieve gedrag wordt een HyperCard-document een beetje intelligent, een beetje poëtisch, kortom menselijk. Ook de natuurkundige staat en valt met vergelijkingen: een appel valt zoals de Maan. En de dichter eveneens: Shall I compare thee to a summer's day?

Voor de gelukkige Mac-bezitters was HyperCard geweldig, maar het werd pas echt spectaculair toen Tim Berners-Lee, werkend aan het Europese centrum voor hoge-energie fysica CERN in Genève, op het idee kwam hypertekst te verenigen met een andere programmeertaal, die was ontwikkeld door zetters van drukwerk. Dit type taal, een markup language, beschrijft de handelingen die een zetter en een opmaker moeten verrichten om een bladzijde tekst persklaar te maken. Door versmelting van de twee talen ontstond de HyperText Markup Language: HTML. Hierdoor is de wereld grondiger veranderd dan door de atoombom, zonder gebruik van grof geweld.

Ongeveer de helft van alle Nederlanders spreekt zonder het te weten HTML met elkaar, met de overburen, met familie in Turkije en Chili. Start uw computer en het programma Netscape, ga naar het menu View, en klik op Page Source. Kijk, dat is nu HTML. Helaas is de taal op geen stukken na zo goed leesbaar als het oorspronkelijke HyperTalk, maar het werkt wel. 't Is vergelijkbaar met Esperanto zoals oorspronkelijk bedoeld door Zamenhof, de bedenker ervan. Maar wat bij Esperanto een nadeel is (het is geen natuurlijke taal, wordt door mensen dus moeizaam opgepikt en begint daarna prompt te evolueren) is bij computers nu juist een groot voordeel. Zolang er niet mee geknoeid wordt, kan iedereen en elke computer met HTML overweg, en hebben wij dus voor het eerst in de geschiedenis van onze planeet een echte lingua franca. Maar alles wat gratis is, is de natuurlijke vijand van de handel. Het gigantische economische belang van HTML, dat niets kost en universeel is, blijkt wel uit het feit dat Bill Gates zijn uiterste best doet om de taal te verzieken tot een monopolie-versie ervan, zodat je hem alleen kunt gebruiken op door Microsoft gedicteerde voorwaarden.

Je mag van een genie niet eisen dat hij of zij alle gevolgen van een ontdekking of uitvinding overziet, maar Berners-Lee heeft wel een beetje vermoed dat hij de wereld op zijn kop ging zetten. Hij noemde de verzamelde HTML-bestanden het World Wide Web, en voorzag dus dat hun talloze verbindingen een dramatische uitwerking zouden hebben. Het hele netwerk is een document, en dankzij de conditionele sprongen gaat het een eigen leven leiden. Wie de illusie had dat een computersysteem langs gebaande paden gaat, moet nu anders piepen. Zoals de vlinder van Lorenz, kan een oppervlakkige wijziging van een document in Leiden een crisis teweegbrengen in Lahore. Daarom zijn HTML en WWW wapens der vrijheid: je kunt het democratisch gehalte van een regering aflezen aan haar tolerantie voor het Web.

HTML en WWW zijn cadeaus van de wetenschap aan de maatschappij. Zoiets als astronomische navigatie, elektriciteit en de computer. Voortgekomen uit zuiver wetenschappelijk onderzoek, zonder tussenkomst van plannen en onderzoekvoorstellen. Dus is de uitvinder van het Web nog steeds straatarm, althans vergeleken met de industriële laatkomers die zijn zaaigoed oogsten. Berners-Lee krijgt stank voor dank, in de vorm van het schampere If you're so smart, why are you not rich? Zo spreken mensen die in Nederland een cursus maatschappelijke relevantie hebben gevolgd, die daar hebben geleerd af te geven op alles wat zij niet begrijpen, en dat is heel veel. Het is vooral afkomstig van mensen die zich, dankzij deze vorstelijke geschenken, op schaamteloze wijze verrijken met de handel in piepschuim. Schaduwstapelaars, noemde Willem van Iependaal ze, grootkwansel, Internet-bonzen die dertig miljard euro krijgen voor een bedrijf met een prijs/prestatieverhouding in de onderste regionen van de Hades.

Het is opvallend dat in heel de reusachtige elektronische industrie er absoluut niemand was die deze mogelijkheden van het e-medium onderkende, en er iets nieuws mee schiep. En dat in een buitensporig geprezen bedrijfstak die vrijwel synoniem is met de `New Economy'. Maar we hadden het kunnen weten, want iets soortgelijks geldt voor de computer zelf. Ook die is grotendeels uit de wetenschap afkomstig, een machtig monument van toegepaste wiskunde en natuurwetenschappen. In de jaren zestig besloot een gloeilampenfabriek in het zuiden des lands dat men zich hiermee niet hoefde in te laten, omdat het evident speeltjes voor natuurkundigen betrof. Toch moeten we niet uit het oog verliezen dat de industrie (na een trage start) een positieve rol heeft gespeeld, want zonder de verbluffende verbeteringen in productiemethoden zou de Mac waarop ik dit tik, een miljoentje of twaalf moeten kosten.

Ik zet mij dan ook niet af tegen de industrie als geheel, maar wel tegen de piepschuimbakkers, en vooral tegen de Kaninefaten die steeds maar weer zaniken over maatschappelijke relevantie. Zij zien niet dat wetenschap de kurk is waarop het hele circus drijft, en dat die kurk zo goed als gratis is dankzij het fantastische rendement van de dot.edu-bedrijven: onderwijs en wetenschap. Daar komt bij dat wetenschappers de goede gewoonte hebben hun vondsten weg te geven. Berners-Lee heeft geen octrooi aangevraagd op zijn geniale creatie, evenmin als Arthur Clarke de communicatiesatelliet patenteerde. Wat de goegemeente niet bevalt is dat je bij een

dot.edu-firma niet zomaar iets kunt bestellen. 't Is altijd afwachten wat er op de toonbank zal verschijnen, en wachten is een gruwel voor de tot consument gedegenereerde mens, die aan flitskapitaal en flitsbevrediging verslaafd is geraakt.

Op de schaarse momenten dat er wel direct toepassingen in het verschiet liggen, wordt de zaak subiet overgenomen door de negotie. Dat is al zo sinds de Neanderthalers de handel uitvonden, en daar moet je dan ook niet over mekkeren. Bovendien heeft die handel een wakker oog voor doelmatigheid, en daaraan ontbreekt het in dot.edu-land nogal. Dus dat men die dertig miljard afschuift is nog tot daar aan toe; de e-motionele beurshandelaren volgen gewoon hun totemdier, de lemming. Waar ik wel tegenin zwem is de vloedgolf van schamperheid, het gebrek aan respect en beloning voor onderwijs en wetenschap, de onrechtvaardigheid dat de maaiers als winners worden gezien en de zaaiers als losers. De euforie over dot.com zou er nooit geweest zijn zonder het noeste bouwen van dot.edu, een veel belangrijker domein. De wanverhouding werd treffend geïllustreerd in een bespreking in deze krant van het boek van Berners-Lee. Zijn portret had de grootte van een postzegel; daarnaast prijkte op briefkaartformaat de foto van een priesteres van het grootkwansel. En bij het zien van de triomfantelijke grijns onder die plastic permanent kan ik niet nalaten te denken: wat zou het onderwijs hebben kunnen doen met een investering van dertig miljard?