DE SPREEUW VAN MOZART

Op 27 mei 1784 kocht Wolfgang Amadeus Mozart voor 4 cent in een dierenwinkel een spreeuw. Hij raakte zeer gehecht aan het beest. Zo leerde hij de vogel een thema fluiten uit zijn zeventiende pianoconcert in G (KV 453) en in een aantekenboekje noteerde hij de desbetreffende muziekregel en ook de imitatie van de spreeuw. Alhoewel de vogel de juiste melodie niet helemaal te pakken had – sommige noten werden ten onrechte een halve toon verhoogd – was Mozart opgetogen. Das war schön, schreef hij eronder.

Toen de spreeuw na drie jaar dood ging, was Mozart dan ook zeer aangedaan. Hij zei zijn vrienden zich in het zwart te kleden en terwijl ze de vogel begroeven droeg Mozart een lang gedicht voor dat hij speciaal voor de gelegenheid had geschreven.

Acht dagen later schreef Mozart een stuk dat musicologen voor raadsels stelde: Ein musikalischer Spass (KV 522). Ze begrepen het niet, het stuk miste gewoon de kwaliteit van Mozart. `Een afstotelijk, onevenwichtig en onlogisch bijeenvegen van materiaal zonder inspiratie', schreef een twintigste-eeuwse criticus achterop een platenhoes over het eerste deel. En het stuk, zo vervolgde hij, eindigde met `een groteske cadens die veel te lang aanhoudt en op pretentieuze wijze met een lachwekkend diepe pizzicato-toon eindigt'. Ein musikalischer Spass zou armzalige populaire componisten en slechte orkesten uit Mozarts tijd op de hak willen nemen.

In een artikel in de American Scientist kwamen Meredith West en Andrew King tien jaar geleden tot een andere conclusie. Beide psychologen stelden dat Mozart de zang van de spreeuw in het stuk had verwerkt. Deze vogel houdt ervan om in een motief te knippen, met de brokken te schuiven, ze te hergroeperen, hier en daar een dissonant in te lassen en het geheel enigszins vals ten gehore te brengen. Vandaar dat de hoorns in Ein musikalischer Spass gek klinken. Ook het abrupte einde, alsof de instrumenten opeens dienst weigerden, sluit aan bij de muzikale gewoontes van de spreeuw.

Luis Baptista gaf in zijn AAAS-lezing in Washington een extra argument ter ondersteuning van de spreeuw-theorie. ``Vogels als de spreeuw hebben twee stel stembanden, links en rechts van het strottenhoofd en samen de syrinx geheten'', aldus de Amerikaan. ``Daarmee kunnen ze onafhankelijk van elkaar twee deuntjes zingen, desnoods in contrapunt – Johann Sebastian Bach zou trots op ze geweest zijn. Ik ken een geluidsopname van een spreeuw uit Nieuw Zeeland die tegelijkertijd een vliegenvanger en een meeuw imiteert. Luister naar de slotcadens in Ein musikalischer Spass: het lijkt of je dissonanten hoort, maar in feite is het muziek in twee verschillende toonsoorten. Mozart wist van die tweevoudige zang. Zijn stuk is op te vatten als een laatste requiem voor zijn geliefde spreeuw.''