De markt moet moderner

De markt heeft het moeilijk. Klanten hebben minder tijd, maar genoeg geld om elders meer te betalen. De kooplieden moeten het bij zichzelf zoeken en professionaliseren, vindt de branchevereniging. ,,Vroeger ging je staan met je handel en de klanten kwamen vanzelf. Maar die tijd is voorbij.''

De markt heeft vooral concurrentie. Van de inkoopreuzen achter winkelketens, die lagere prijzen kunnen bedingen. Van supermarkten die ook 's avonds open zijn. En van werkende vrouwen, want huisvrouwen waren altijd de belangrijkste doelgroep. Maar tijd lijkt de grootste concurrent: tweeverdieners willen na hun werk snel boodschappen doen, en niet slenteren langs marktkramen.

Grijze haren bepalen het beeld op de markt, waar het steeds stiller wordt. Dat concludeert marktonderzoeksbureau GfK deze week. Van elke gulden die Nederlanders aan eten uitgeven, besteden ze slechts 2,5 cent op de markt. André Esselink, voorzitter van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel(CVAH), irriteert zich aan de negatieve verhalen. ,,De omzet van de totale marktbranche is de afgelopen jaren gestegen van zeven naar negen miljard'', zegt hij. ,,Het gaat niet slecht. De markt moet alleen moderner. Kooplieden laten nog veel te veel omzet liggen.''

Voor het oude Raadhuis in het centrum van Zwolle staat een lange kraam met beddengoed. Stapels dekbedovertrekken en slopen liggen te wachten op klanten. Het is druk in het stadshart op zaterdagmiddag. De mensen lopen langs het linnengoed, werpen er een blik op en gaan weer verder.

Ook de ansichtkaartenstand, de bloemenkraam en de drogisterij staan er verlaten bij. Bij een textielhandelaar hangen felgekleurde shirtjes en rokjes in de wind. Ze passen niet bij het weer. De lucht is grijs, het miezert zelfs een beetje. Maar gezellig is het wel. ,,Doe mij ook maar een loempiaatje'', roept een meisje tegen haar vriend. Op het bankje naast de Vietnamees eten meer mensen een snack.

Eén pad op de langgerekte markt van Zwolle is verstopt. Klanten voor de kaaskraam en de poelier staan met de ruggen naar elkaar toe. Handelaren in levensmiddelen doen goede zaken. Ook de groente- en fruitboeren, kramen met soms wel zeven man personeel, hebben het druk. ,,De mooiste aardbeien van Zwolle, exportkwaliteit'', roept een verkoper. Drie doosjes en een verse ananas gaan er voor vijf gulden uit. De man blijft tasjes vullen.

Het beeld van de Zwolse markt, een warenmarkt van honderd kramen, verschilt niet veel van andere centrummarkten. Vooral verse levensmiddelen vinden gretig aftrek, weet André Esselink, CVAH-voorzitter. Maar traditionele marktbezetters, zoals de stofjeskraam, redden het vaak niet. ,,Ach, mensen zijn niet creatief meer'', verzucht Esselink. ,,En als ze tijd hebben, gaan ze liever naar het theater dan achter de naaimachine.''

Specialisten maken kans op straat, net als leveranciers van `supervers'. ,,Restaurants kopen hun vis vaak in op de markt. Maar ik ken ook voorbeelden van geslaagde specialisten in non-food. Zoals een handelaar in huishoudtextiel, die gordijnen op maat maakt en ze thuis aflevert. En is er iets mis, dan is de man rechtstreeks aan te spreken. Dat heeft voordelen boven de grote warenhuizen, waar je in de rij kunt voor de klantenservice'', meent Esselink.

De grootste kracht van de markt lijkt zich tegen de kooplieden te keren. ,,Mensen komen voor het zintuiglijk genot, het ruiken en proeven, maar ook de sfeer en gezelligheid. Het babbeltje of de grap van de koopman die je erbij krijgt'', weet Rolf Koops van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel uit ervaring en onderzoek. Maar de individualistische houding van marktlui, het Calimerogevoel, maakt overleg met de gemeente of opboksen tegen supermarkten ,,donders moeilijk''.

De kraamhouders zouden meer moeten samenwerken. En dat hoeft volgens Koops het kleinschalige karakter niet in de weg te staan. Hij denkt aan het huren van gezamenlijke opslagruimte, een grote kostenpost. Of samen een contract sluiten voor afvalverwerking. ,,Een paar bedrijfjes werken al samen, zoals bakkerijketen Het Stoepje. En dat gaat heel goed.''

Dat de markt zijn langste tijd gehad heeft, wil hij niet horen. ,,Integendeel. Het is de oudste vorm van detailhandel. De markt heeft ook de komst van de supermarkten overleefd. Er ligt nu wel een uitdaging. Om kwaliteit te bieden en te specialiseren.'' Koops denkt aan lokale marketing. In stadscentra kopen vaak veel allochtonen en studenten. Daar is de prijs belangrijk. Maar in de grachtengordel doet een boerenmarkt met biologische producten het goed. ,,Wat voor markt wil je zijn? Dat is de vraag.'' Begin vorig jaar bracht het HBD het rapport `Markt op maat', dat de markt benaderd als collectief product. De nieuwe leus van de CVAH, de komende weken op bussen en billboards, is dan ook `Van alle markten thuis'. De gulden is lang niet altijd een daalder waard, en bovendien geen speerpunt meer van iedere handelaar.

Koops' markt van de toekomst bestaat uit luxe verkoopwagens en uitklapbare kramen, overkapping van terreindelen en meer service. Hij denkt aan een centraal servicepunt waar de aanbiedingen van de week zijn te vinden, maar ook een boodschappenbewaring en een gratis kop koffie. Internet past ook in het plaatje. ,,Een vaste klant van de viskraam zou zijn boodschappenlijstje ook per email door moeten kunnen geven.''

Maar ook op de markt zelf is meer automatisering noodzakelijk. ,,We zijn al jaren bezig om het pinnen aan de kraam op te zetten'', vertelt Esselink. ,,Hier en daar zie je al een mobiel pinapparaat, maar die zijn ontzettend duur. Nu moet je mensen die duurdere producten willen kopen vaak teleurstellen.'' Een gemis, vindt Esselink, vooral omdat de markt steeds meer een plek wordt om te `funshoppen'. ,,Het is jammer dat de overheid ons in de kou laat staan, er is vooralsnog geen steun voor het initiatief.''

Op andere punten vindt Esselink de invloed van de overheid juist te groot. Zo verdeelt de gemeente standplaatsen, bepaalt de huurtarieven, maar bemoeit zich ook met het aanbod. ,,De markt moet je niet privatiseren, maar op de vloer zouden de kooplieden het zelf moeten regelen'', zegt de CVAH-voorzitter. Zo krimpen de wachtlijsten voor standplaatsen de laatste jaren snel. Toch houden gemeentes ze in stand. ,,Je zou de lijsten moeten opheffen en kandidaten laten solliciteren.''

Op dit moment kent Nederland ongeveer vijftienduizend fulltime markthandelaren; In de branche werken in totaal zo'n zestigduizend mensen. Met faillissementen valt het wel mee, meent Esselink, maar de nieuwe aanwas daalt. ,,Het is een harde business, detailhandel pur sang: slecht betaald en moordende concurrentie.'' Esselink dat een verbetering van de arbeidsvoorwaarden, in loon en scholingsmogelijkheden, niet alleen klanten maar ook meer personeel naar de markt trekt.

Informatie op internet: www.demarkt.nl