De magische hand van de maestro

De tango is geen dans, het is een verslaving. Een opperste vorm van concentratie en genot. Heeft de tango je eenmaal te pakken, dan gaat alles aan de kant: vrienden, werk, sociaal leven. 'Drie dagen en nachten heb ik bijna uitsluitend met hem gedanst.'

Met een zweepslag zet de tango in. De bandoneon weeft een grillig patroon van snelle nootjes om de strakke tweekwartsmaat heen. Intens melancholiek is de muziek, vol verlangen en onuitgesproken beloftes. In het halfduister van de barokke zaal komen de paren in beweging. De mannen en vrouwen op de dansvloer zijn ouderwets chic gekleed. De kleding van de dansers is overwegend zwart. De vrouwen dragen jurken. Ze zijn mooi opgemaakt, hooggehakt, ze hebben het haar opgestoken en de schoenen glanzend gepoetst. De gezichten staan strak en geconcentreerd. Bijna raken ze elkaar. Vier benen, één lichaam, één gedachte.

Alle paren draaien langzaam in een danscarrousel de vloer rond. Na enkele nummers wordt van partner gewisseld. Hier wordt niet geflirt of gelonkt, nauwelijks gepraat en gedronken. De bezoekers komen uitsluitend om te dansen, tot diep in de nacht. De argeloze buitenstaander waant zich midden in de stad in een vreemde enclave, een plaats met een eigen tijdrekening, normen en waarden. Hier heersen ouderwetse hoffelijkheid en intimiteit. De strijd der seksen lijkt niet te bestaan, de onschuld nog niet verloren. Hier weten mannen en vrouwen nog wat ze aan elkaar hebben.

Honderden tangoliefhebbers uit heel Europa kwamen eind december naar het driedaagse Tangomagia-festival in Amsterdam. De schare echte tangoliefhebbers groeit, ook in Nederland. Mirjam - het haar opgestoken, zwarte avondjurk - rust uit tussen twee dansen, waarbij ze de vloer scherp in de gaten houdt. 'Er zijn zeldzame momenten dat je helemaal één wordt met je partner', zegt ze.'Dat kan een totaal vreemde zijn. Het gebeurt misschien maar een paar keer per jaar. Het is alsof je met hem samensmelt. Het is het heerlijkste wat er bestaat, beter dan seks. En het duurt heel wat langer.'

Er gaat een siddering door de zaal. De dansparen maken ruimte voor een spectaculaire demonstratie van de Argentijnse maestro Roberto Reis en zijn partner, een fragiel meisje met het uiterlijk van een roomtoetje. Het tango-orkest zet opnieuw in. Ze glijden weg in een éénparige beweging, dicht bij elkaar. Hij leidt, zij volgt hem als een schaduw in één vloeiende lijn. Het tempo van de passen wisselt, soms gaat het ineens twee keer zo snel. Het paar trekt onnavolgbare patronen over het parket. Dan lijkt het plotseling of het de adem inhoudt, zucht en doorglijdt. Op andere momenten kruist de maestro voor haar langs, houdt even stil, zijn schaduw maakt zich los, leidt plotseling een eigen leven. Er volgt een werveling van beenbewegingen. Zij slaat haar benen als een lasso om hem heen, steekt ze tussen zijn benen en draait denkbeeldige achtjes op de vloer.

De Argentijnse tango is ingewikkeld en vergt grote concentratie. Er bestaat wel een hele reeks van basispassen, maar wat de tanguero's leren is vooral een bewegingstaal waarop vervolgens wordt geïmproviseerd. Het is een dans van aanvoelen, van intuïtie en praten zonder woorden. Maar het is vooral ook de dans der verleiding, erotisch, sensueel en intens lichamelijk.

Na drie dansen is het voorbij. Er gaat een zucht door het publiek, ovationeel applaus. De toeschouwers zijn begoocheld, ze kunnen er niet genoeg van krijgen.

Een van de toeschouwers is Marijke de Vries, in een vorig leven beeldend kunstenaar. Ze leefde voor de kunst, maar geleidelijk aan is de tango tot in elke porie van haar bestaan doorgedrongen. Ze traint, geeft tangoles, bezoekt tangosalons en inter nationale festivals en als het even kan gaat ze één keer per jaar naar Buenos Aires om met Argentijnse maestro's te dansen in milonga's, lokale dansgelegenheden. Marijke is vanavond de gastvrouw in de Frescozaal van de Arena in Amsterdam. Vijf jaar geleden ontdekte ze de tango. Ze had liefdesverdriet, toen haar buurman haar aanraadde om tangoles te nemen. 'Misschien ga je anders aankijken tegen relaties met mannen', zei hij. 'Ik wist toen niet wat hij bedoelde, maar ik was onmiddellijk helemaal kapot van de muziek. In het begin kun je natuurlijk nog niet zoveel met de dans, zit je jezelf vooral in de weg.' Maar drie maanden later bezocht ze haar eerste salon in het Amsterdamse b & w Café. 'Het maakte een verpletterende indruk op me. Het zag er zo mooi uit. De intimiteit en de harmonie waarmee de dansers over de vloer bewogen. Je moet heel gevoelig zijn voor deze dans. Die fysieke en geestelijke gevoeligheid moet je ontwikkelen. Ik wist één ding: ik wil zo snel mogelijk de vloer op kunnen en door iedereen ten dans gevraagd worden.'

Marijke ging intensief trainen, volgde privé-lessen en vertrok naar Buenos Aires. Daar werd ze verliefd op een professionele danser, een maestro, een echte ster in de tangowereld. De romance duurde maar een paar weken, maar hier ontstond de liefde voor de tango. 'Toen hij me ten dans vroeg, wist ik natuurlijk dat hij een hele beroemde maestro was. Maar toch was ik niet voorbereid op wat er volgde. Drie opeenvolgende avonden en nachten heb ik vrijwel uitsluitend met hem gedanst. Het was het meest fantastische wat ik ooit heb meegemaakt. Een super-danservaring. Die man betoverde me. Er was een heel concreet moment waarop die begoocheling me trof. Ik liep met hem over straat en hij pakte mijn hand vast. Op dat moment voelde ik zo'n energie, dat was een magische hand. Daar zaten al die tango's van die man in. Het was alsof die hand me zomaar ergens neer kon zetten. Zo voelde het ook als ik met hem danste. Ik was wel eens verliefd geweest, maar dit was duidelijk iets anders. Het was alsof ik het opeens honderd procent begreep.'

De dansers verlangen steeds weer naar die ene rush. 'Die ervaring wil je elke keer opnieuw', vertelt Inez van Beusekom. 'Maar hij is heel ongrijpbaar. Soms lukt het helemaal niet. Een enkele keer valt alles op zijn plaats, dan is het echt een dans van de hemel. Je staat te wankelen op je benen als je van de dansvloer afstapt. Dat is een bijna bovenmenselijke ervaring. Het heeft niets met seks te maken, maar met het boven-natuurlijke. Ik had het vroeger ook als ik een heel goed schilderij had gemaakt. Het is misschien wat ze vroeger goddelijke inspiratie noemden. Dat gebeurt maar een enkele keer, waar het aan ligt weet je niet. En dat heeft inderdaad iets magisch, het is echt tovenarij.'

Marijke vult aan: 'Het is een lang uit-gerekt moment van gelukzaligheid. Je hebt het gevoel dat je er helemaal bent voor elkaar. De wereld om je heen valt weg. Maar naarmate je langer en beter danst, overvalt de roes je steeds minder vaak, dat is met alle verslavingen zo. Dat is de paradox. Zo'n ervaring heb ik later ook nooit meer gehad, terwijl ik nu natuurlijk veel beter dans. Maar je vindt altijd ook weer iets nieuws in de tango. Dingen die bij het ontwikkelingsstadium van dat moment in je leven passen. Ik kan de laatste tijd bijvoorbeeld heel erg genieten van kijken naar anderen, naar de verscheidenheid van dansers. Ik zie daar allemaal verhalen in die ik zelf beleef als ik kijk. De tango neemt een steeds grotere plaats in mijn leven in.'

Terug in Amsterdam ging Marijke zelf les geven. Ze richtte een tangoschool op.

Ze bezocht festivals en besloot zelf in Amsterdam een festival op te zetten. Het werd een succes en nu is ze de organisator van hét tangofestival in Nederland.

Eerst bleef Marijke gewoon doorschilderen naast het dansen. Maar ze kon de twee passies in haar leven niet combineren. 'Al vanaf mijn zeventiende wist ik dat ik schilder wilde worden, maar nu schilder ik niet meer. Ik ervaar het als een gemis, maar ik krijg er veel voor terug. Ik word heel gelukkig van de tango. Ik heb nu overal op de wereld familie zitten. Het is niet gebonden aan tijd en plaats. Tango is overal. Soms kom ik uit een salon, kijk naar het verkeer en denk dan: waauw, wat bewegen die auto's mooi. Dat begint natuurlijk ernstig op een afwijking te lijken.'

Dracula en de Onschuld

Het is maandagavond in café De Kroon aan het Rembrandtplein. Achter de hoge ramen tekenen de kale takken zich af tegen de donkere hemel. In de hoge, grote ruimte met geschilderde plafonds en marmeren pilaren golven de klanken van tango's, walsen en snelle milonga's. Een tiental paren draait over de vloer. Mannen en vrouwen zitten langs de kant te wachten op een subtiele knik, een vraag, de volgende dans, de volgende partner. Gastvrouw Emmy begroet iedereen persoonlijk bij de deur. De nieuwkomer wordt gemonsterd. 'Kom je om te dansen?' Ze bedoelt: 'Kun je dansen?' Als ik nee zeg, glijdt de teleurstelling over haar gezicht. Maar dan ziet ze Inez met haar levensgezel en danspartner Rob Doolaard. Er volgt een reeks kussen. Ook andere dansers omhelzen het paar. Vrijwel iedereen kent elkaar hier. De tangoscene bestaat uit een wijdvertakte stamboom van partners, leraren en leerlingen. 'Mijn leerlingen zijn toch allemaal een beetje mijn kinderen', zegt Inez. 'Met de tango word je lid van een grote internationale familie. Ik spreek nauwelijks een woord Italiaans maar als ik in Italië kom, kom ik thuis. Je spreekt immers dezelfde taal.'

Emmy volgt ook lessen bij Inez en Rob. Met een frequentie van drie keer per week rekent ze zichzelf niet tot de echte tangojunkies, maar ze komt wel voortdurend dezelfde gezichten tegen: 'Heel veel mensen raken verslaafd en dansen vier, vijf keer per week. Het heeft helemaal geen zin om hier een diep gesprek te voeren, want dan kun je niet elk moment opspringen. Je wilt altijd klaarstaan, omdat iemand je vraagt of omdat er een mooi nummer komt.'

Marcus is een leerling van Marijke.

Hij komt net van de vloer. Hij vergelijkt de tango met een 'stom' broertje dat in zijn leven is gekomen. Een zwijgzaam familielid dat alleen maar wil dansen, waar hij goed voor moet zorgen. Sinds hij een jaar geleden met de tango begon, is er geen week voorbijgegaan dat hij niet op de dansvloer stond. Hij bezoekt tussen de drie en vijf salons per week. Toch wil hij het geen passie of verslaving noemen.

Inez en Rob horen het glimlachend aan. Ze weten beter. Marcus bevindt zich duidelijk in de fase van ontkenning. Zij behoren tot de eerste lichting Argentijnse tangodansers in Nederland en zijn al vijftien jaar in de ban. Op het Amsterdamse festival Boulevard of Broken Dreams in 1985 zagen ze Wouter en Martine - een beroemd stel in de tangowereld - een eigen variant van de Argentijnse tango dansen. 'Die kennismaking sloeg in als een bom', zegt Rob. 'Ik was gewoon helemaal verliefd op die dansers, ze fascineerden me. Ze hadden iets heel on-grijpbaars. Alsof Dracula met de Onschuld danste.'

Een jaar later gingen Rob en Inez naar Argentinië. Ze bleven twee maanden. In Buenos Aires kregen ze in een klein zaaltje met een oude pick-up privé-les van de maestro Antonio Todaro. 'De eerste les had ik het gevoel dat ik een pak slaag kreeg', zegt Inez. 'Die man was geniaal', zegt Rob. 'Zijn wijsheid lag in zijn manier van bewegen. Iedere les was een avontuur. De tango heeft wel tien gezichten. Het is altijd en overal weer anders. Maar in Argentinië maakt de tango deel uit van de nationale ziel. Dat willen ze graag laten zien. Ze vonden het prachtig dat wij dat wilden leren.'

Terug in Amsterdam werd de schildersezel steeds vaker ter zijde geschoven om te dansen. Ze richtten een tangoschool op. Het orkest Sexteto Canyengue vroeg ze om op te treden. Toen werd het serieus. Plotseling stonden ze overal op de buhne, in De Doelen en de Kleine Komedie. Zeven jaar geleden kochten ze een oud schoolgebouw in Groningen om daar rustig te gaan schilderen, maar het kwam er niet meer van. 'Kunstenaars die ermee ophielden, dat was wel zo'n beetje het allerergste wat je kon overkomen, dat vond ik zo triest', zegt Rob. 'Ik was altijd heel gelukkig met schilderen. Je afsluiten voor alles, midden in de nacht gaan feestvieren met je eigen doekje en daar helemaal vrolijk van worden. Ik ben daarvoor gebakken. Maar ik merkte dat ik het veel spannender vond om op te treden of een choreografie voor te bereiden. Er is al twee jaar geen schilderij meer uit mijn handen gekomen. Ik heb mijn laatste tekentafel naar zolder verbannen. Hij stond alleen maar in de weg.'

Inez vergelijkt het met verliefdheid. 'Je bent getrouwd en helemaal niet van plan om je man te verlaten. Maar je wordt verliefd en alles verandert. Ik geloof niet dat we de realiteit onder ogen willen zien. Er lijkt nu geen leven meer te zijn buiten de tango. Mijn hartsvriendin heb ik al een jaar niet gezien. Vroeger waren er etentjes, feestjes, uitstapjes naar Venetië en Kassel, daar is geen sprake meer van. Als we al weggaan, dan is het naar Buenos Aires. Daar gaan we de hele dag dansen. Ik geef toe, het is idioot. Maar we willen samen een soort perfectie bereiken en er steeds verder in doordringen.'

Bijna overdreven macho

Tango is ook het verlangen naar erotiek. In de tango tref je het archetype aan van de verhouding tussen man en vrouw, vindt Marijke. 'Het heeft een grote symbolische waarde voor mij. De erotiek ligt er niet dik bovenop. Maar als het goed is, speelt het altijd een rol. Ik probeer er wel altijd die intentie in te leggen, want anders is het voor mij geen tango. Maar het hoeft niet altijd gevolgen te hebben. Het is een romance van drie minuten.'

Ook Inez was vanaf het begin gefascineerd door de verhouding der seksen in de tango. Ze had dat nog in geen enkele dans ooit gezien. Het rolpatroon is heel duidelijk - de man leidt, de vrouw volgt - maar daar wordt ook een geraffineerd spel mee gespeeld. 'In de tango zijn mannen bijna overdreven macho. En als vrouw kun je je heel uitdagend, enorm sexy en plagerig gedragen. Gedrag dat je normaal nooit vertoont. Maar het is een spelletje, je speelt de archetypische vrouw. Je bent heel erg lang bezig om een zintuig te ontwikkelen voor dat leiden en volgen. Je kunt niet als een slaafje de man volgen, dan wordt het niets. Je moet ook heel sterk zijn. Op een gegeven moment weet je niet meer wie leidt en wie volgt. Toen ik eenmaal een beetje kon dansen, begreep ik opeens het wezen van de man. Want in de tango komt sterk naar voren dat mannen ook een lieve en zorg-zame kant hebben. Dat heeft mijn wereldbeeld ingrijpend veranderd.'

Voor Rob was dansen vroeger een vreemde wereld. Dans was het Scapinoballet en tutuutjes. Of nog erger: vrije expressie, over de grond rollen en contactimprovisatie. Meer iets voor jongens met fraaie maillots. Een man gooit niet zo snel zijn been op, kent niet het verlangen om pirouettes te draaien. Het idee dat je een mooi pak aantrekt en de tango gaat dansen, vond hij intens burgerlijk. 'Mijn leraar Wouter heeft dat radicaal veranderd. Hij was een echte man, maar kon je tegelijkertijd laten zien wat er zo mooi was aan je been optillen. Een macho in de tango is een wonderlijk wezen. Hij moet kunnen leiden, maar daarnaast zacht en zorgzaam zijn. Dat is ook in zo in Argentinië, waar de cultuur veel meer macho is. Daar leren mannen het eerst met elkaar, zowel leiden als volgen.'

Rob was altijd vrij afstandelijk, niet gericht op lichamelijke intimiteit. Door de tango ontdekte hij dat hij die lichamelijkheid juist heel plezierig vond. 'Dat was een enorme overwinning voor me en het heeft mijn leven totaal veranderd. Deze dans heeft zoiets zinnelijks. Ik vind het nog steeds ongelofelijk spannend om zomaar vreemde dames beet te pakken, de één na de ander. Dat je al die naturen in je armen kunt houden. Gewoon swingen is ook leuk, maar dit is toch heel anders. Want je voelt elkaars hart bonken. Je loopt al een leven lang over straat en hebt misschien al duizenden vrouwenogen gezien, maar opeens ontmoet je een paar ogen die je recht in je hart treffen. Dat zit ook in de tango. Al loopt het op niets uit, je hebt toch dat moment met elkaar gedeeld. Dat geeft ook een enorme troost. Ik ben niet uit op die erotiek, maar als ik het niet zou voelen, zou ik niet dansen. Dat weet ik zeker.'

Marijke heeft door de tango veel geleerd over relaties met mannen. 'Ik ben nog zelfstandiger geworden. Ik kan mannen nu beter inschatten, en blijf niet meer hangen in een relatie als het niets om het lijf heeft. In de tango kun je jezelf niet verstoppen. Je bent naakt als je danst. Dat is zo persoonlijk, je weet onmiddellijk hoe iemand is. En als je met iemand danst die je niet leuk blijkt te vinden, neem je na twee dansjes afscheid en zeg je dankjewel. Dat maakt ook deel uit van de tangocultuur. Kijk, als hij het niet is, zijn er nog twintigduizend mannen. Je kunt je vreselijk ongelukkig voelen en daar heel dramatisch over doen. Maar zolang de muziek doorgaat, zijn er nieuwe kansen en partners. En de muziek gaat altijd door. Mag ik nu gaan dansen?'

Om één uur 's nachts versterven de laatste tangoklanken in café De Kroon. De diskjockey pakt zijn cd's in. Alle dansers hebben de vloer verlaten en kleden zich voor de koude nacht. Behalve Rob en Inez. Ze laten nog een paar passen zien aan een leerling.

In de stilte van het café dansen ze een tango, één langgerekte omhelzing.