`Bosje go home? Nou, Bosje zit er nog'

Hij was jarenlang broeder in het kwaad met Bouterse. Nu heeft de Surinaamse president Wijdenbosch de voormalige legerleider de bons gegeven en een eigen partij opgericht. Maar hoe praat hij zichzelf schoon? `Kunnen we het onderhand niet eens over de toekomst hebben?'

Nog geen jaar geleden liep het Surinaamse volk dagenlang heen en weer voor het presidentieel paleis, roepende dat Bosje af moest treden. Zelfs diens oude politieke boezemvriend en Adviseur van Staat Desi Bouterse mengde zich in het koor. Het parlement nam met ruime, net geen tweederde, meerderheid een motie van wantrouwen aan.

Maar Bosje trad niet af.

In plaats daarvan zette drs. Jules Wijdenbosch, president van de Republiek Suriname, Bouterse aan de kant, brak hij met diens partij en richtte hij, blakend van herwonnen zelfvertrouwen, een eigen nieuwe partij op. ,,Let op mijn woorden'', zegt hij nu. ,,In de geschiedenis van Suriname zullen de verkiezingen van de 25ste mei aanstaande de grootste verrassing ooit opleveren. Een enorme verrassing! En een zeer aangename voor mij!''

,,Twee dagen na de grote betogingen hier'', zegt Wijdenbosch als we in een volkomen leeg gebouw tegenover elkaar aan een houten tafeltje zitten, ,,heeft mijn vader mij laten roepen. Hij is 98 jaar en kerngezond. Ik ben naar hem toegegaan. Jongen, zegt mijn vader, luister jongen. Ik heb altijd gezegd, men gooit alleen met stokken naar een boom die vruchten draagt. Denk daaraan. En nog een dinges, jongen. Diegene die met vuil smijt, alleen die houdt er vuile handen aan over. Onthoud dat, jongen. Ga daarmee.''

We zitten in het kale lege gebouw langs de Surinamerivier omdat we daar onbereikbaar zijn voor telefoontjes en voor delegaties uit afgelegen dorpen die petities aan willen bieden. In het omringende struikgewas hebben lijfwachten zich neergevlijd. Een paar andere grijze-uniformdragers hebben zich op strategische punten in het gebouw genesteld. Verder is er tot in de wijde omtrek niemand te bekennen. ,,Want anders'', zegt de president van Suriname, ,,kunnen we nooit rustig praten.''

Voor zich op het tafeltje heeft hij een stapel papieren liggen. Even lijkt het alsof hij de uren die we aan dat tafeltje door zullen brengen, wil vullen met een grondige voorlezing. Uit de papieren moet duidelijk blijken waarom hij, een jaar na de grote betogingen, gebroken heeft met Bouterse, de man met wie hij sinds 1983 twee handen op een buik was. En waarom hij een eigen partij opgericht heeft, het Democratische Nationale Platform 2000 dat bij de komende verkiezingen in mei een geduchte concurrent moet worden van de partij van Bouterse.

De bons gegeven

Als de president wil beginnen aan de lezing van een toespraak die hij onlangs in Paramaribo heeft gehouden, onderbreek ik hem met een korte samenvatting.

,,U heeft iets unieks gedaan'', zeg ik. ,,Iets dat geen Surinaamse president voor u gedaan heeft. Veel van uw voorgangers zijn door Bouterse aan de kant gezet. Maar u heeft Bouterse de bons gegeven.''

,,Nou'', zegt de president terwijl hij de papieren terzijde schuift, ,,in de historie van Suriname ben ik een dergelijke opstelling van een staatshoofd inderdaad niet eerder tegengekomen.''

Wat is er, vraag ik hem, voor ergs gebeurd dat tot de breuk geleid heeft?

Dat is hem, antwoordt de president, gaandeweg pas duidelijk geworden. Achteraf moet hij zeggen dat ,,bij de heer Bouterse vanaf de eerste dag dat ik president was het idee geleefd heeft dat de heer Bouterse na enige tijd zelf het leiderschap over de staat zou gaan uitoefenen''. ,,Alsof het presidentschap voor de heer Bouterse geen kwestie is van in het ambt gekozen worden, maar van ik wil het en dus word ik het.''

Het is nooit met zoveel woorden door de heer Bouterse aan hem overgebracht, zegt hij, maar als hij alles op een rijtje zet dan destilleert hij daaruit dat het wel degelijk de bedoeling van de heer Bouterse geweest is om hem tussentijds aan de kant te zetten.

President Wijdenbosch: ,,Ik dacht dat ik hierover kort kon zijn. De heer Bouterse heeft zijn ervaringen met niet-grondwettelijke regeringen, en dat zijn heel andere ervaringen dan die ik heb met een wel-grondwettelijke regering. Als je je niet hoeft te houden aan de Grondwet dan is je optreden heel anders dan wanneer je je wel door de Grondwet beperkt weet. In mijn regeringsdagen heeft hij met een grondwettelijke regering willen omgaan alsof er in dit land geen constitutie is!''

,,Natuurlijk'', zegt de president verontwaardigd. ,,Natuurlijk heb ik het de heer Bouterse kwalijk genomen dat hij zich in de meidagen van het vorige jaar tegen mij gekeerd heeft. Zeer kwalijk heb ik hem dat genomen. Ondermijning van binnenuit verdient een veel zwaarder negatief predikaat dan ondermijning van buitenaf. In die zin is `hem kwalijk nemen' zelfs een uitspraak van een al te lichte orde.''

In die meidagen, zegt de president, is de heer Bouterse bij de vroegere premier Udenhout langsgegaan om hem het tijdelijk presidentschap van de Republiek aan te bieden! Stel u voor! Dat doet een Adviseur van Staat tegen zijn eigen partijgenoot en president!

Bij alle presidenten vóór mij, zegt Wijdenbosch, was de aandrang van Bouterse om af te treden alleen al voldoende om ,,eieren voor jouw geld te kiezen''. Alleen deze president, zegt hij, ,,is er naar mijn oordeel in geslaagd om de juiste inhoud te geven aan het presidentschap zoals dat verwoord is in de Grondwet.''

Kuiperijen

Buiten steekt zo nu en dan een lijfwacht een luisterend oor uit het gras omhoog.

Binnen gaat geregeld mobiel een telefoon af. Ja. Het gaat de president goed. Nee. De president is niet beschikbaar.

Zo spraakzaam als de president is wanneer het over de kuiperijen van Bouterse contra zijn eigen persoon gaat, zo zwijgzaam wordt hij als zijn eigen betrokkenheid bij de minder fraaie trekjes van het Bouterse-tijdperk ter sprake komt.

Dat is zijn grote probleem bij de komende verkiezingen. Hoe wrijf je je tegenstander zijn intense slechtheid in als je daar zelf sinds 1983 direct bij betrokken geweest bent? Of is de DNP-president Wijdenbosch, beschermheer van de Grondwet, niet dezelfde persoon als de NDP-voorman Wijdenbosch die met Bouterse broeder in het kwaad was toen er een president tamelijk ongrondwettelijk per telefoon afgezet moest worden?

En dus legt Wijdenbosch in den breedte uit dat de toekomst van Suriname niet gediend is met de verdere politieke aanwezigheid van `die persoon', gezocht door Nederland, wanted in Frankrijk en achtervolgd door Brazilië. Maar over de redenen waarom Bouterse in Nederland en elders gezocht wordt, daarover moet hij, ,,zeker als staatshoofd'' niet in details treden. Het betreft hier een ,,zeer gevoelige zaak'', waarbij het ,,onverstandig is om er inhoudelijk op in te gaan''. Als staatshoofd heeft hij slechts te maken met ,,het resultaat'' en dat is het isolement waarin de persoon Bouterse Suriname gebracht heeft: ,,Voor mij is het niet relevant dat Nederland een vonnis tegen hem heeft lopen. Eén land kan mijn houding niet bepalen. Voor mij is relevant de algemene opvatting in de regio en in de wereld.''

,,Dat Suriname een narcostaat is geworden.''

,,Ja. Maar dat schrijf ik niet aan één persoon toe. En bovendien, ik vind het onprettig, dat beeld. En ik vind het onjuist. Stel je voor dat ik dat beeld zou ondersteunen!''

Natuurlijk. Hoe lang Jules Wijdenbosch ook met Bouterse is opgetrokken, zijn eigen naam is nooit in verband gebracht met drugssmokkel. Hij hoort bij de jonge Turken die zich ooit politiek onder de hoede van Bouterse gesteld hebben, niet crimineel. Kort na de moorden van december 1982 zei Wijdenbosch zijn baan op als ambtenaar bij de Amsterdamse Bestuursdienst. Terwijl het halve Surinaamse intellectuele kader uit afschuw over de gebeurtenissen het land de rug toekeerde, reisde hij, bezield van revolutionair vuur, juist naar huis terug. Hij wilde, zegt hij, Suriname van de grond af aan ,,herdemocratiseren''. De figuur Bouterse gaf hem daar de ruimte voor.

,,Ik vond'', zegt Wijdenbosch, ,,en ik vind nog steeds dat er veel vraagtekens te zetten zijn bij de waarde van de Westerse democratie voor een land als Suriname. Het Westerse systeem is eenvoudig hierheen overgeplant.'' In Suriname richtte hij eerst de `25-februari-beweging' op, de politieke vleugel van Bouterses bewind en daarna de NDP. Hij vond en hij vindt nog steeds dat Suriname gebaat is bij een tamelijk autoritair systeem waarin de figuur van de president veel meer macht heeft dan nu het geval is. Tot op de dag van vandaag, zegt hij, is hij een groot bewonderaar van Fidel Castro. ,,De wijze waarop die, ondanks de druk van de wereld, in staat geweest is om zich te handhaven! Ik ben op Cuba geweest. En ik moet zeggen, als je ziet wat die man van dat land gemaakt heeft, als je het respect voor elkaar in die samenleving ziet, de educatie naar de jongeren toe, als je dat ziet, dan moet ik zeggen, dat vind ik een geweldig resultaat van een geweldig leider.''

Voor de tragiek van Desi Delano Bouterse, ook al vrij lang volksleider, heeft Wijdenbosch weinig oog. Bijna twintig jaar heeft Bouterse zijn dictatoriale stempel gedrukt op het landsbestuur.

Net op het ogenblik dat hij democratisch tot eerste man gekozen zou kunnen worden, net op dat moment scheidt zijn politieke toeverlaat Wijdenbosch zich van hem af, waardoor de kans dat Bouterse inderdaad president wordt vrijwel is verkeken.

,,Ja'', zegt president Wijdenbosch hardvochtig. ,,Maar de afgelopen vier jaar ben ik, en ben ik alleen de man geweest die de beslissingen neemt. Dus misschien moeten we beginnen met van die twintig jaar er vier af te trekken.''

De president antwoordt in tamelijk mysterieuze volzinnen als ik hem de suggestie voorleg waarover dezer dagen in Paramaribo gesproken wordt. Hij hoeft, aldus die suggestie, maar even de andere kant uit te kijken en Nederland kan zijn tot zestien jaar veroordeelde politieke tegenstander komen ophalen.

Strafgevangenis

Wijdenbosch zegt natuurlijk niet dat dat een goed idee is. Hij zegt dat hij zich aan de Grondwet heeft te houden en dat de Grondwet hem uitlevering verbiedt. Maar hij zegt ook: ,,Ik neem aan dat Nederland een volwassen staat is en dat ze, als ze iets willen, daarover eerst met mijn regering overleggen. En dan zal ik als Suriname antwoorden, op grond hiervan kan het wel of op grond daarvan kan het niet.''

,,U zegt niet onmiddellijk: geen denken aan.''

Wijdenbosch: ,,Laten we niet vooruitlopen op wat komen gaat.''

Ik zeg: voor Bouterse gaat het bij deze verkiezingen om meer dan winnen of verliezen. Als hij verliest en ambteloos burger wordt, dan neemt daarmee zijn kans op een langdurig verblijf in de strafgevangenis van Scheveningen sterk toe.

Wijdenbosch: ,,Wat is het verschil? Als hij in de assemblee gekozen wordt en daarmee immuniteit verwerft, dan wil dat alleen maar zeggen dat hij in het parlement mag zeggen wat hij wil. Niet dat hij ongestraft alles mag doen.''

U heeft, zeg ik, Bouterse zelf tot Adviseur van Staat benoemd om hem immuniteit te geven.

,,Nee, nee, nee, nee, nee. Dat heeft de pers ervan gemaakt.''

,,U heeft Bouterse benoemd, twee dagen na het Nederlandse opsporingsbevel.''

,,Ik wist niets van zo'n bevel. En ik speelde al maanden met de gedachte om hem Adviseur van Staat te maken.''

En of we het onderhand niet eens over de toekomst kunnen hebben in plaats van over het verleden.

Goed dan. Er wordt in Paramaribo ook gefluisterd dat de breuk slechts schijn is. En dat u beiden na de verkiezingen samen verder gaat.

President Wijdenbosch: ,,Dat zou toch onbehoorlijk zijn en onelegant tegenover je achterban om straks te zeggen, de ene partij is een filiaal van de andere.''

Dus het is uitgesloten dat u na de verkiezingen met Bouterse in zee gaat?

,,Ik sluit in de politiek niks uit. Maar dan praat ik niet over Bouterse, dan praat ik over zijn partij, de NDP.''

,,U moet mij'', zegt Wijdenbosch, aldus zijn tactiek prijsgevend, ,,niet uitlokken om mijn tactiek prijs te geven.'' Na de verkiezingen, zoveel is duidelijk, hoopt hij de partij NDP los te weken van de persoon Bouterse.

Als het aan Wijdenbosch ligt, komt er anno 2000 een einde aan het tijdperk Bouterse. ,,Ach'', zegt Wijdenbosch zuinig, ,,de man heeft in het verleden zeker zijn verdiensten gehad. Ik geloof niet dat je dat onder stoelen of banken moet steken. Maar het is zo, als je tijd over is en je wilt toch verdergaan, dan begint het afzakken.''

Diehards

Het afzakken. Uiteindelijk komt het daarop neer. Desi Delano Bouterse, ooit legerleider, thans bekeerd christen en boetepredikant, is de ijzeren greep op zijn omgeving kwijt. Veel van zijn vertrouwde medestanders hebben zich van hem afgekeerd. Anderen zijn met Wijdenbosch mee de partij uitgegaan.

En ook dat schept een probleem waar Wijdenbosch liever niet lang bij stilstaat. Tot in zijn eigen kabinet heeft hij zich omringd met vroegere Bouterse-getrouwen onder wie verschillende diehards die in het Nederlandse justitiële drugsonderzoek met naam en toenaam genoemd worden als centrale figuren binnen het Surikartel.

Wijdenbosch lost dit probleem eenvoudig op door het bestaan ervan te ontkennen. De waarde van het Nederlandse onderzoek, zegt hij, ,,is voor mij tot nul gereduceerd sinds ik vernam dat ikzelf genoemd word als iemand die pakjes van een berg afsjouwt. Weet ik veel van welke berg. Ik ken die berg niet eens in Suriname.''

Ik zeg dat hij door niemand verdacht wordt van drugssmokkel, ook niet door de Nederlandse justitie.

Wijdenbosch: ,,Ik heb het toch echt in een of ander Nederlands blad zien staan.''

,,In een of ander Nederlands blad! En op grond daarvan noemt u het hele Nederlandse drugsonderzoek van nul en gener waarde?''

,,Oké. Maar ik heb niet de minste bewijzen tegen mijn mensen.''

,,Uw adviseur Boerenveen is in Amerika veroordeeld.''

,,U kent het Amerikaanse recht! Iemand hoeft daar maar een uitspraak gehoord te hebben tussen mensen en je bent weg!''

President Wijdenbosch trommelt met zijn vingers op het houten tafeltje om te onderstrepen dat hij in zijn regeerperiode al bijna de machtige, geherdemocratiseerde, niet op Westerse leest geschoeide president geweest is waarvoor hij als jongeman ooit naar zijn geboorteland teruggekeerd is.

,,Niemand heeft me de afgelopen vier jaar hoeven te vertellen wat ik moet doen'', zegt hij. ,,Dat is toch wel gebleken! Ook de heer Bouterse niet. De heer Bouterse weet precies wie Wijdenbosch is. Hij weet, als de heer Wijdenbosch een job heeft en daarvoor de verantwoordelijkheid draagt, dan draagt de heer Wijdenbosch die ook. En dan draagt de heer Wijdenbosch die alleen. Dan neemt hij de besluiten. Wie beoordeelt er of een minister goed is of niet goed? Ik! Niet Bouterse. Geen convent van fractievoorzitters. Alleen ik! Niemand anders. Toen de heer Bouterse vond dat ik mijn minister Alibux moest ontslaan, wie heeft dat toen tegengehouden? Ik. En toen ik mijn minister Mungra wilde ontslaan, heb ik dat toen vanwege zijn roep soms niet gedaan? Wie heeft bepaald dat de heer Bouterse ontslagen moest worden? Ik. Niemand anders dan ondergetekende. Dat bedoel ik u te zeggen. Ik ben iemand die luistert. Ik ben geduldig. Ik ben zeer meegaand. Maar niemand bepaalt voor mij wat ik moet doen. Dat bepaal ik zelf. Ik toets alles aan mijn geweten en aan de Grondwet. En dan is er maar één hier die beslist. De president van Suriname. Ik. President Wijdenbosch.''

,,Neemt u mij de vraag niet kwalijk, president. Maar tussendoor, heeft u een drankprobleem?''

,,Ik ga niet uit de weg voor een borrel. Ik moet zeggen dat ik de borrel lekker vind. Dat ga ik niet ontkennen.''

,,En uw vice-president. Heeft die een drankprobleem?''

,,Ik weet dat hij een borrel ook niet uit de weg gaat.''

Wijdenbosch zegt dat hij zijn zelfverzekerdheid te danken heeft aan zijn strenge opvoeding in de beste Evangelische Broedertradities. Zijn moeder wijlen, zegt hij, heeft hem altijd voorgehouden, dat er niets komt voor zijn tijd, niets jongen. Luister jongen, zei ze. De politiek is rijden en remmen. De politicus moet niet doen waar hij zijn in heeft. De politicus heeft zin in wat hij doen moet voor het volk. Ga hiermee jongen. Laat dit je in je leven tot leiding zijn.

Uitnodiging

Wijdenbosch brengt zelf de verhouding met Nederland ter sprake. Hij zou niets liever willen dan nog voor de verkiezingen topoverleg voeren met premier Kok. Natuurlijk weet hij ook wel dat zijn regering niet erg geliefd is bij het duo Herfkens en Van Aartsen. Maar kijkt elk individu in de Nederlandse regering precies zo tegen Suriname aan? Vinden alle ministers dat de regering in Suriname vol corruptievelingen zit? En dat er in Suriname geen sprake is van behoorlijk bestuur? Wijdenbosch vraagt zich af of `die mevrouw' zich niet beter met haar eigen zaken kan bemoeien. En over behoorlijk bestuur gesproken: Nederland is volgens verdrag verplicht om met Suriname op topniveau overleg te voeren. Is Nederland soms geen lid van de Europese Unie? En onderhoudt Suriname juist geen heel erg goeie relatie met Brussel? Dat zou de Europese Unie nooit doen met een land zonder behoorlijk bestuur! Dus waar gaat het Nederland nu eigenlijk om? Om Bouterse? Dat zou toch totaal onjuist zijn! Dat is toch een puur binnenlandse aangelegenheid. Nederland is tegenover Suriname voor zeshonderd miljoen een verdragsmatige schuldenaar. Verdragsmatig! Het verdrag bepaalt dat er periodiek overleg moet zijn. Als Surinaamse president vraagt hij niet om overleg, het is geen verzoek van zijn kant, het is gewoon een uit het verdrag voortvloeiende verplichting.

,,Dus als er een uitnodiging komt van Kok?''

,,Dan zal ik daar zeker op inspelen.''

Wijdenbosch leunt achterover. Hij is iemand, zegt hij, hoe groter het conflict, hoe krachtiger de botsing, des te meer hij daarbij gedijt. ,,Hoe kort is het nog maar geleden dat het volk te hoop liep en riep: Bosje go home? Nou, Bosje zit er nog!''

,,Laat me zo zeggen'', zegt Jules Wijdenbosch, ,,wat liep er te hoop? Paramaribo. Maar Suriname bestaat uit tien districten. Suriname is niet alleen Paramaribo. Ik ga echt niet voorbij aan de argumenten van de mensen. Het volk had reden om de straat op te komen. Als het volk vindt dat de prijzen te hoog zijn, dan mag het aan die gevoelens uiting geven. Ik heb er pas een probleem mee als de mensen door anderen met andere motieven op straat gebracht worden. Als de brandstichters komen oplopen met de mensen als waren ze de brandblussers. Een kleine groep van mensen had de bedoeling om de regeermacht zelf in handen te krijgen. Ik zou de staat in groot gevaar gebracht hebben als ik aan die mensen had toegegeven. Als het mogelijk geweest was, om zomaar de straat op te komen en het grondwettelijke staatshoofd naar huis te sturen. Ik heb de plicht en de verantwoordelijkheid om de Grondwet daartegen in bescherming te nemen. Met als gevolg, Bosje gaat niet, Bosje blijft.''

,,Bent u, op zijn Surinaams gezegd, een man met droge ogen? Iemand die onaangedaan reageert op moeilijke omstandigheden?''

,,Ik ben'', zegt Wijdenbosch, ,,bereid om te luisteren en zelfs om het hoofd te buigen voor eerlijke opvattingen. Maar ik ben niet bereid om de staat in gevaar te brengen. Als ik opgestapt was dan had elke president na mij, zodra een groep iets wilde, dezelfde kans gelopen. Dus ik ben doorgegaan en u ziet het resultaat. De straten zijn schoon, de verkiezingen staan voor de deur en de nieuwe partij groeit als kool. We hebben nu al meer dan vierduizend inschrijvingen, ze komen elke dag met bakken bij ons binnen. Let u op mijn woorden. In de geschiedenis van Suriname zullen de verkiezingen van de 25ste mei aanstaande de grootste verrassing ooit opleveren. Een enorme verrassing! En een zeer aangename voor mij!''

De president heeft zijn stoel nog niet terug aan tafel geschoven of rondom het gebouw komen de lijfwachten overeind uit de bosjes.

In het gebouw tikken anderen haastig telefoonnummers in. ,,Het is over. Hij komt eraan.''

Jules Wijdenbosch zelf loopt met krachtige tred naar de uitgang.

,,Tot ziens'', zegt de president. ,,U vindt de weg terug zelf wel.''