Vechtmachines

De advocaat die niet geïnteresseerd is in de vraag of zijn cliënt schuldig is, lijkt op de tweedehands autohandelaar die nooit onder de motorkap kijkt. De extra informatie zou zijn motivatie wel eens kunnen verminderen.

Het eerste debat in De Worsteling tussen Bernadette Ficq en Bram Moszkowiczc liet twee heel verschillende advocaten zien. De verdachte die empathie wil bij de verdediging, moet bij Ficq zijn, degene die een vechtmachine wenst, een 500-ponds-gorilla, kan bij Moszkowiczc terecht. Ficq wil alles zelf doen en weten, Moszkowiczc wil niet ,,meehuilen met de verdachte'', hoeft niet te veel te weten, vooral niet van drugshandelaars en laat veel aan zijn medewerkers over. Het was vooral Ficq die Moszkowiczc voortdurend kritiseerde, over zijn publiciteit zoeken, over zijn onpersoonlijke aanpak maar zij slaagde er niet in om door zijn ijzeren pantser heen te breken.

Als Mohammed Ali deed hij een paar terugtrekkende bewegingen, tastte hij af, gaf met ijzige hoffelijkheid kleine complimentjes ,,er is wederzijds respect''- waarop Ficq reageerde dat zij hem nooit als advocaat zou willen hebben. Maar aan het einde bracht hij haar vanuit de underdogpositie goed getimed de beslissende slag toe. ,,Zou u door Ficq verdedigd willen worden?'', vroeg Trip aan Moszkowiczc. Zeker, antwoordde die schappelijk. Maar alleen als het om ,,bagateldelicten'' gaat. ,,Omdat zij dan de tijd heeft genomen het dossier helemaal zelf te behandelen. Zij heeft de basiskennis. Maar als het er om spant, zou ik haar niet nemen.'' Het was tevens het slotwoord en de uitdrukking `bagateldelicten' blijft na zo'n twistgesprek hangen.

Gelijk hebben is nog geen gelijk krijgen. En dit winnaarstijdperk draait minder om inhoud dan om gelijk krijgen. De Worsteling, twee weken lang elke avond om half acht, heeft het tv-tweegevecht een nieuwe graad van perfectie gegeven. De moderator Rob Trip stelt nuchtere, directe vragen om de discussie weer vlot te trekken. Ik heb hem in een jaar tijd zien groeien als interviewer en presentator. Sommigen leren het.

De herleving van het debat als vak past bij deze tijd. Het gaat niet om de innerlijke overtuiging maar om de vorm, de manier waarop de overtuiging wordt uitgedragen. Kinderen krijgen steeds meer spreekbeurten op school, er zijn debatwedstrijden. Heel on-calvinistisch, die uiterlijkheid. De overleden kunstchef van NRC Handelsblad, K.L. Poll, had een vooruitziende blik toen hij in de jaren tachtig met de VPRO een gejureerde debatwedstrijd tussen Kamerleden organiseerde. Het ging er niet om wie er gelijk had maar wie het beste sprak. De wedstrijd werd gewonnen door G.J. Wolffensperger van D'66. De Kamer heeft er weinig van geleerd – al ligt het spreektempo hoger – en het is helaas nooit herhaald.

Televisie heeft vorm nodig. Dat merk ik bij Geel, dat zo wisselvallig is, omdat het te calvinistisch inhoudelijk is, geen vorm heeft en geheel afhangt van de spreekvaardigheid van de gasten. Afgelopen dinsdag een wazig gesprek tussen de theologe Dorothée Sölle en voormalig hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, Tamara Benima. Het ging over mystieke ervaringen en sociaal engagement maar er was geen touw aan vast te knopen. De vrouwen praatten langs elkaar heen. Het Lagerhuis heeft weer te veel vorm, zodat het debat te staccato, te voorspelbaar wordt. Misschien ook dat het programma, dat ik waardeerde, te lang loopt, zodat het gaat vervelen.

Op televisie wint meestal de emotie maar bij een goed tv-debat kan emotie juist een nadeel zijn, zo toont het Ficq-Moszkowiczc-dispuut aan. Hoewel, de emoties gaven de vader van een mongool weer wat voorsprong op het redelijke passieve-euthanasie-standpunt van Helène Dupuis, afgelopen woensdag. Aan het einde van De Worsteling zien we de kemphanen nog in de lift naar beneden gaan, soms beleefd zwijgend, soms lacherig napratend, afhankelijk van de ernst van het voorafgaande. Ik kan geen aflevering missen.