Uitgestelde allure

Het vernieuwde Museumplein in Amsterdam ligt er gehavend bij. Een half jaar na de opening eisen constructie- en ontwerpfouten hun tol.

Het betreden van een plein kan een overweldigende ervaring zijn. Je komt bijvoorbeeld uit de Straat van de 25ste Oktober in Moskou en dan loop je ineens op vier uur vliegen van Amsterdam, op een gigantische stenen vlakte die omringd wordt door historische gebouwen en paleizen. Op het door grote schijnwerpers verlichte plein ziet het zwart van de mensen, uit alle delen van de wereld. Ondanks de kou zindert het er van grootstedelijk leven. Je voelt de geschiedenis langs je heentrekken, en al gauw word je opgenomen in de menigte en sluit het plein zich om je heen als een pak van een goede Londense kleermaker.

Het is duidelijk: het Rode Plein heeft de allure, die je van de hoofdstad van een wereldrijk mag verwachten. In het verleden diende het als decor van militaire parades en een paar revoluties. Er wordt gevoetbald, geflaneerd, geflirt. Niemand hoeft zich er ook maar een minuut te vervelen en daarom wil iedereen er zijn.

Mijn eerste bezoek aan Moskou schoot me te binnen toen ik een paar weken geleden 's avonds belandde op het Amsterdamse Museumplein. Het was er aardedonker. De veelgeroemde `lichtlijn', die dwars over het plein loopt, deed het niet. Zo'n twintig lantaarnpalen brandden evenmin. Doordat ook de buitenverlichting van de `Mossel', de nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum, was uitgedaan en een groep dronken jongeren uit de nacht oprees om het grasveld over te steken, hing er zelfs een lugubere sfeer.

Het vernieuwde Museumplein, de schepping van de Deens-Zweedse landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson, is aan ernstig materieel verval onderhevig. Het plein ligt er een half jaar na de feestelijke opening op 22 augustus 1999 al gehavend bij. Wekenlang was het zelfs een onbegaanbare modderpoel, waarin alleen varkens zich behaaglijk zouden hebben gevoeld. Nog altijd staan de zes paars-metalen bankjes bij het `Ezelsoor' in een diepe plas regenwater. Het inderhaast uitgestrooide zand, dat de drainagebuizen moet schoonmaken zodat het regenwater beter kan weglopen, wil de bodem maar niet intrekken en ligt als een versleten deken op het gras. Gras dat bovendien maar niet wil groeien.

Aan weerszijden van de kapotte lichtlijn is een zandspoor in het gras ontstaan, doordat voetgangers de lange lichtbak als voetpad beschouwen. Ze maken er massaal gebruik van als ze het plein willen oversteken. Ook de nieuw aangelegde fontein aan het begin van het plein bij de Hobbemastraat functioneert niet, omdat de waterleiding is losgeschoten en de kelder met de pompinstallatie blank staat. De kiosken op het plein aan de kant van de Paulus Potterstraat zijn nog niet meer dan een paar staketsels. Verder zit het plafond van het nieuwe ondergrondse depot van het Rijksmuseum door een constructiefout vol gaten en moet het muurtje om de vijver van de nieuwe vleugel van het Van Goghmuseum worden verhoogd, tegen overspringende honden.

Ook de constructiefout van de parkeergarage onder het Ezelsoor aan de Concertgebouwzijde moet nog worden hersteld. Als dit niet gebeurt zijn nieuwe lekkages van zowel het dak van het Albert Heijnfiliaal als dat van de parkeergarage niet uit te sluiten.

Aansprakelijk

De Amsterdamse televisiezender AT5 deed begin deze maand een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en kreeg inzage in de correspondentie die eind vorig jaar werd gevoerd tussen Stadsdeel Oud-Zuid en Arcadis Heidemij, het ingenieursbureau dat verantwoordelijk was voor het toezicht op de herinrichting van het nieuwe plein. Het bedrijf werd formeel aansprakelijk gesteld en opgeroepen de gevolgen van zijn `tekortkomingen op de kortst mogelijke termijn te herstellen'. Arcadis heeft de afgelopen vier maanden onderzocht waarom het regenwater zo slecht wegloopt. Een van de conclusies van dat onderzoek is dat de problemen niet te maken hebben met het drainagesysteem, maar met de grond. Maar ,,er hoeft geen nieuwe grond te worden gestort, hoor'', zegt projectleider Gerard van der Horst van Arcadis Heidemij. Volgens hem hoeft de grasmat niet te worden vervangen, zoals dat in het nieuwe Amsterdamse voetbalstadion ArenA wel het geval is. Daar is de Heidemij ook verantwoordelijk voor de grasmat.

Van der Horst over de problemen op het Museumplein: ,,Alles is op te lossen. We hadden nu eenmaal te maken met een aantal dingen die nieuw voor ons zijn. Voor de nietwerkende lichtlijn moet een oplossing worden gezocht, zodat we zowel over het slijtvaste plexiglas als over het belendende gras kunnen lopen. De architect heeft bewust gekozen voor een parkachtige uitstraling. En gras heeft nu eenmaal zijn beperkingen: als je er honderdduizenden mensen over wilt laten lopen, dan gaat dat niet. Je zult er rekening mee moeten houden dat je niet om de twee weken een Uitmarkt kunt organiseren.''

Omdat het Museumplein ook bedoeld was voor grootscheepse manifestaties, is dat een probleem. De verantwoordelijke deelraadwethouder voor het Museumplein, Richard Ronteltap (VVD), heeft inmiddels toegegeven dat Stadsdeel Oud-Zuid fouten heeft gemaakt. De huidige problemen zijn volgens hem vooral veroorzaakt door de haast om het Museumplein op tijd gereed te hebben voor de viering van de opening. Die haast heeft volgens hem `ongetwijfeld' bijgedragen aan het maken van fouten en het minder intensief controleren van de uitvoering, zei hij op AT5 in een reactie op de waslijst met gebreken. In het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid zijn de gemoederen door Ronteltaps uitlatingen de afgelopen weken verhit geraakt. Oppositiepartijen D66 en GroenLinks eisen het aftreden van de wethouder als inderdaad blijkt dat het Stadsdeel verwijtbare fouten heeft gemaakt.

Bij het opstellen van de begroting voor het Museumplein heeft het stadsdeel in ieder geval met een aantal zaken geen rekening gehouden. De kosten voor het onderhoud van het plein zijn niet begroot, zoals het reinigen en maaien van het gras – een karwei dat een miljoen gulden per jaar kost. Het Stadsdeel moet om financiële hulp aankloppen bij de gemeente. Ook de ijsmachine, die van de nieuwe vijver een ijsbaantje moet maken, is een probleem: hij is nog niet geïnstalleerd. Dat zal deze zomer gebeuren, al weer met financiële steun van de gemeente. Kosten: 1,3 miljoen gulden voor de aanschaf van de machine en de bouw van een machinekelder. Voor onderhoud en toezicht komen daar jaarlijks nog eens zeven ton bij. Oud-Zuid heeft er het komende jaar vier ton voor gereserveerd. Voor de volgende jaren is niets beschikbaar.

Architect

Behalve op het beleid van stadsdeel Oud-Zuid richt de kritiek zich ook op het ontwerp van landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson. Het bedrijf Trafilux, verantwoordelijk voor de straatverlichting op en rond het Museumplein, uit in een brief aan het stadsdeel zijn onvrede over de gebrekkige verlichting op het plein. Op sommige plekken is er in het geheel niet in voorzien.

Architectuurhistoricus Lydia Lansink, die deel uitmaakte van de Commissie Museumplein van de Amsterdamse Raad voor de Stedebouw: ,,Het zag er mooi uit vorig jaar. Tot de Uitmarkt kwam en de natte moesson het plein in een modderpoel veranderde.'' Ze begrijpt niet hoe Andersson de stad met `wollige ideeën' kon overtuigen, zoals die voor zijn lichtlijn. Dat is bedoeld als een `oriënterend element' en moest eindigen in een fontein die er nooit is gekomen.

Wat betreft de gebreken vindt Lansink het ,,absurd dat je in een technisch zo geavanceerde tijd de boel niet beter kunt inschatten''.

Lansink heeft nooit veel in het ontwerp van Andersson gezien. ,,Zijn gebrekkige inschattingsvermogen blijkt al uit het ontwerp van de stenen bankjes in de `bloementuin' voor het Amerikaanse consulaat: in de winter bevriezen ze.''

Als het aan Lansink had gelegen was het Museumplein een groot, symmetrisch stenen plein geworden. De plannen daarvoor lagen gewoon in de kast. Ze dateren van 1891 en zijn van bouwmeesters P.J.H. Cuypers (die ook het Rijksmuseum ontwierp) en Jac. Ankersmit. Het plan voorzag in een trapezium-achtig plein van zo'n 82.000 vierkante meter, met een lengte, over de middenas, van 355 meter en een breedte van maximaal 340 meter. Lansink vindt het een plan dat tot de verbeelding blijft spreken. In het kunsttijdschrift Jong Holland beschreef ze het plein van Cuypers vorig jaar als een vlakte `bedekt met een glad, onderhoudsarm, vandalismebestendig stenen plaveisel, zonder aanstellerige esthetische effecten en desgevraagd gemakkelijk te verwijderen voor tijdelijke grasveldjes, waterpartijen en opstallen. Duizenden demonstranten en voetbalfanaten kunnen stampen wat ze willen [...]. De broodnodige voorzieningen vinden vanzelfsprekend hun plaats onder een cordon van een driedubbele rij bomen. [...] Zo'n enorm, ongenaakbaar plein, waar geen gebod tot gezelligheid heerst [...] dat zou pas mooi zijn.''

Wat haar betreft had Cuypers' plan opnieuw moeten worden bestudeerd. Het past in de Nota van uitgangspunten. ,,Het is zonde dat het nu anders is gegaan. Het is gewoon lullig zoals het er nu uitziet.''

Cultuurwetenschapper Koert Lagerweij, die zich de afgelopen drie jaar uitvoerig met de geschiedenis van het huidige plein heeft beziggehouden, plaatst nog altijd vraagtekens bij de besluitvorming over de herinrichting van het Museumplein. ,,In een raadsbesluit van februari 1990 is vastgelegd dat de herinrichting van het plein in handen moest komen van Stadsdeel Oud-Zuid, hoewel dat vrijwel geen bestuurlijke ervaring had. Het Stadsdeel heeft vervolgens een adviescommissie op pad gestuurd, die na een Europese rondreis met Andersson kwam aanzetten. Een andere architect is nooit overwogen.'' Volgens Lagerweij is het een raadsel waarom er behalve de landelijke ideeënprijsvraag van het Cultureel Supplement geen internationale prijsvraag is uitgeschreven, zodat de beste ontwerpers ter wereld zich ermee hadden kunnen bemoeien. ,,De grote pleinenmakers zitten tenslotte in Italië en Spanje.''

Het landschappelijke karakter dat het plein nu heeft, staat de grootstedelijke invloed die moet uitgaan van het Museumplein in de weg, vindt Lagerweij: ,,De stad breidt zich uit in zuidelijke, oostelijke en westelijke richting. De relaties tussen de uitbreidingsgebieden onderling worden sterker dan die met het centrum. Het Museumplein moet dus een nieuw centrum worden en daartoe dienen de culturele functies van het plein te worden uitgebreid. Landschappelijke oplossingen passen daar niet bij.''

Grootstedelijke allure zal het Museumplein voorlopig moeten ontberen. Tot 1 juli mogen er geen grote activiteiten worden georganiseerd. En of dat wel kan nadat het stadsdeel de problemen weet op te lossen, is maar de vraag.