Tango is spanning

Overal groeiden haren. Een soort dons. Hij pakte mijn hand. Ik keek hem recht in zijn ogen, waar moest ik anders kijken?

`Niet nadenken', zei hij, `gewoon doen.'

Op zijn handen, zijn armen, zijn neus, zijn oren: haren.

`Kom dichterbij', zei hij, `je kunt niets fout doen.'

In het dagelijkse leven werkte hij voor een bank. Zijn collega's wisten hier niets van.

`Ik ben al zo dichtbij', zei ik.

`Het is een kwestie van vertrouwen', zei hij.

Het principe van wantrouwen was mij bekend, het principe van de nooduitgang, maar vertrouwen?

Hij had gezegd dat ik te veel nadacht en te veel vragen stelde. Voelen was een kwestie van nadenken en vragen stellen. Zonder begrijpen bestond voelen niet, maar hij had gezegd: `voel mij'.

`Oké', zei ik en veegde de haren uit mijn gezicht, `ik ben er klaar voor.'

Ik leidde, want ik was de man en hij was de vrouw. Toen lieten we elkaar los.

`Heel goed', zei hij, `dit noemen wij een ocho. Waarom noemen wij dit een ocho?'

Ik staarde naar de spiegel, toen zag ik de videocamera en voelde me betrapt.

`Wat is ocho? Acht. Heb je naar mijn heupen gekeken, Arnon?'

Ik had naar zijn ogen gekeken. Hij had mooie ogen.

`Wat deden mijn heupen? Ze maakten een beweging van een acht.'

Heupen die de beweging van een acht maakten, dit was mijn wereld; ik moest er nog verder in doordringen.

`Goed', zei de leraar, `doe hetzelfde nu met je danspartner.'

Ik ging klaar staan.

De leraar legde een hand op mijn schouder. `Tango is spanning, je straalt veel spanning uit, maar je moet leren doseren.'

Spanning doseren, ik deed niet anders.

De hand van mijn danspartner vond mijn linkerhand. `Vind je het goed als ik je niet in je ogen kijk?' vroeg ze.

`Uitstekend', zei ik, `vind je het goed als ik je wel in je ogen kijk?'

`Kunnen we iets minder praten?' stelde de leraar voor. `Tango is een loopdans, ik wil geen eerste of tweede stand zien. Tenzij jullie op straat ook zo lopen.'

Sinds ik verleden week voor het eerst had gehoord dat tango een loopdans is, was mijn wereldbeeld veranderd.

Ik liep anders over straat. Recht vooruit, fier, erop vertrouwend dat de mensen plaats voor me zouden maken, want daarop moest ik leren vertrouwen, terwijl ik zachtjes prevelde `tango is een loopdans'. Ik keek ook zwoel, maar niet zo dat het er dik bovenop lag. Mijn wereld was niet meer dezelfde. Anderhalve ton schuld? Tango is een loopdans. Angst wat de mensen van je nieuwe boek zullen vinden? Tango is een loopdans. Steeds weer dezelfde vragen van journalisten, die zo graag willen ontmythologiseren, terwijl er niets te ontmythologiseren valt. Tango is een loopdans.

`En nog iets Arnon, vergeet niet naar de muziek te luisteren. Ik heb liever dat je op haar tenen gaat staan dan dat je vergeet naar de muziek te luisteren.'

Ik luisterde naar de muziek, terwijl mijn danspartner bewegingen maakte met haar heupen die op een acht leken.

`Stop', zei de leraar, `voel je partner.'

`Ik voel mijn partner', zei ik, `wat moet ik doen om het te bewijzen?'

`Je moet haar draaien.'

`Ik draai haar', zei ik.

`De ocho is een uitnodiging', zei de leraar. `Ga daar ook op in alsof het een uitnodiging is.'

De muziek werd gestart.

`Je hebt iets op je lip', zei mijn danspartner. Het licht was ongenadig. Alles was ongenadig. `Iets groens.'

Ik wreef over mijn lip. `Weg?'

Ze schudde haar hoofd. `Wacht maar', zei de danspartner, `ik haal het wel van je lip.'

Ze krabde met haar nagels aan mijn onderlip.

`Wat zijn jullie aan het doen?' vroeg de leraar.

Een journalist had tegen mij gezegd: `Jij bent een groot schrijver, niet?' De volgende vraag luidde `wanneer heb je voor het laatst een condoom gebruikt?' Zo groot was mijn schrijverschap.

`Zijn jullie hier om de tango te leren dansen, of zijn jullie hier voor een schoonheidsbehandeling?'

`De ocho is een uitnodiging', zei ik, `maar als er iets groens op mijn lip zit, is de ocho geen uitnodiging meer.'

Toen de les was afgelopen, vroeg de leraar: `Jullie willen zeker sociaal leren dansen?'

`Nee', zei ik, `we willen op een podium staan en ik wil een wit pak aan.'

Ook in de lift naar beneden was het licht ongenadig. `Kun je die videocamera nu weg doen?' vroeg ik aan mijn danspartner, `het begint me te irriteren.'

Een danseres met een paardenstaart drukte panisch op 4.

`Heb je veel geërfd toen je vader doodging? Klopt het dat je een hofhouding hebt? Wat is eigenlijk waar van alle geruchten?' had de journalist gevraagd.

`Ik ken de geruchten niet', had ik gezegd.

Vertrouwen was iets wat je kon leren, en wat was de consequentie als je het niet leerde?

`Ik heb je gezegd', zei de danspartner, `dat ik een dagboek bijhoud op mijn website, ik heb foto's nodig van wat ik meemaak en geluidsmateriaal.'

`Laat me buiten jouw dagboek.'

`Jij schrijft toch ook over mensen?'

`Dat is heel iets anders.'

`Kijk', zegt ze. `Je lip op video, straks zet ik in photoshop een cirkeltje op de plaats waar dat groene schilfertje zat.'

`Ik wil geen cirkeltjes om mijn lip. Ga je eigenlijk met me om, omdat je nog wat materiaal nodig had voor je dagboek?'

We waren op de begane grond.

Zo voelde het dus om materiaal te zijn. Zoals een paraplu zich moest voelen wanneer die in de regen wordt opgestoken. Niet misbruikt, wel gebruikt. Fijn dat ik het nu zelf ook eens meemaakte.

`Berg die videocamera op', zei ik, `mijn woorden zijn sterker dan jouw beelden.'

De danspartner borg haar videocamera op. `Jij je zin, gaan we dan nu Pretty Woman doen?'

`Dan hebben we champagne en aardbeien nodig.' Ik was blij dat ik even niet tegen een videocamera hoefde te praten.

Het Soho Grand Hotel had geen aardbeien.

`Zonder aardbeien gaat het niet', zei ik. `Ik ben zo terug, ik ga aardbeien halen.'

Ik nam een taxi en reed de halve stad door op zoek naar aardbeien. `Het is nog niet het seizoen', kreeg ik steeds weer te horen. Als je iets doet moet je het goed doen, daarom zocht ik aardbeien. Dat was de enige hoop die ik erkende. Dat het script zei, `aardbeien', dat die er niet waren, en dat je daar geen genoegen mee nam. Obsessie was hoop.

Uiteindelijk vond ik in de Upper West Side twee halfbeschimmelde doosjes aardbeien. Zo gelukkig was ik nog nooit met aardbeien geweest.

Ik stormde de kamer binnen. `Aardbeien', zei ik, `halfbeschimmeld, maar aardbeien.'

Ze zat in een ochtendjas voor de televisie.

`Nu gaan we de aardbeien eten, en dan ga jij je tanden flossen.'

`Waarom?', vroeg ze. Ik ontplofte zowat. `Omdat Julia Roberts na het aardbeien eten haar tanden gaat flossen, daarom. Ik ken mijn films.'

`Waarom doen we eigenlijk Pretty Woman', vroeg mijn danspartner.

`Omdat ik zo niet tegen je hoef te liegen', zei ik. `En ik kan niet meer tegen mijn leugens.'

Ik waste de aardbeien.

`En wat wil je van me?'

Ik droogde mijn handen zorgvuldig af.

`Leren vertrouwen', zei ik, `je hebt het vandaag gehoord, ik moet leren vertrouwen, anders komt het niet goed met de ocho.'

Ik stopte wat aardbeien in de mond van de danspartner.

`Wat een opluchting', zei ik, `dat we niet verliefd op elkaar zijn.'

`God heeft ons niet voor elkaar geschapen', zei de danspartner, `dat is maar goed ook.'

`Kutgod.'

`Oké', zei de danspartner, `we gaan zo verder met Pretty Woman, maar nu eerst even dit.'

Ze pakte haar camera. `Heb je nog iets te zeggen tegen de kijkertjes thuis?'

Ik keek recht in de lens.

`Verlos me van jullie liefde', zei ik.