Poedelen in een overstroming

Meneer Bas maakt heel wat mee heet het nieuwe prentenboekje van Kitty Crowther. Meneer Bas is een kale, peervormige man op hoge hakjes. Hij draagt vaak een hoge rode hoed, als die tenminste niet wegwaait. Meneer Bas maakt inderdaad heel wat mee: zijn huis loopt vol water, of er komen zoveel logées (drie kouwelijke olifanten, vier getergde eenden) dat het uit zijn voegen barst. Luchtige avontuurtjes zijn het, met een fijn gevoel voor de humor van kleine kinderen getekend en geschreven.

Crowther, een Brusselse, maakte eerder een prentenboek over een merel in een meeuwenwereld, Mijn vriend Jim. Daar stonden ook al zulke grappige platen in, bijvoorbeeld van een meeuwenstad met rijen nesten langs een kade, in het Crowther kenmerkende schots en scheve perspectief getekend. Maar Mijn vriend Jim had nog een boodschap, over `anders zijn' en tolerantie, terwijl Crowther in Meneer Bas maakt heel wat mee haar fantasie pas echt ruim baan geeft.

Ieder kind dat het niet daadwerkelijk overkomt, heeft weleens verzonnen hoe leuk het zou zijn als het huis overstroomde. Dan kun je rondzwemmen door de slaapkamer, de trap afduiken, poedelen temidden van drijvende tafels en stoelen. Meneer Bas geniet er met een brede glimlach van, met behaaglijk toegeknepen ogen. Eén parmantige teen steekt boven de waterspiegel uit. Crowther's illustraties staan vol met dit soort aanstekelijke details. Als meneer Bas aan Gele Hond vraagt of hij misschien zijn rode hoed heeft gezien, zit Gele Hond net te vissen. Onder water buigen twee vissen en de wurm aan het haakje van de hengel zich over een dambord. Zo is er veel te zien, en dat maakt het voorlezen van dit boekje alleen maar plezieriger.

De papawinkel van Kristien Aertssen is een wat zorgelijker prentenboek, want het gaat over een vaderkat die met de noorderzon vertrekt. Hij springt zomaar het raam uit. Kleine Kater mist hem, maar vindt troost bij de buurman. Aertssen, die een gemengde techniek gebruikt met onder andere wasco, is ook goed in vrolijke details. Worstjes buitelen in een koekenpan, een zwart-witte poezenmoeder duwt een kinderwagen voort in de vorm van een half ei. Drie stoute zwart-witte poezenkopjes kijken over de rand.

Aertssens kleurgebruik is een beetje somber, met veel gedempte groen- en bruintinten. In haar teksten legt ze meer uit dan Crowther, over hoe haar katten zich voelen. `Kleine Kater is trots. (–) Zijn vader is niet zo tevreden.' Een prentenboek boet in aan kracht als emoties benoemd worden, en niet de tekeningen afdoende duidelijk maken in welke stemming de figuren zijn.

Toch is ook De papawinkel wel een fijn voorleesboek. Ook Aertssens fantasie sluit mooi aan op die van kleine kinderen. `In de stad is alles te koop,' zegt de buurman, die Kleine Kater meeneemt achterop zijn fiets om inkopen te doen. `Alles?' vraagt Kleine Kater. En ja hoor: in de stad zijn winkels vol onverwachte artikelen, zoals staarten, gekke stoelen, dromen, nachtlichtjes en vaders.

Kitty Crowther: Meneer Bas maakt heel wat mee. Vertaald uit het Frans door Bart Moeyaert. Querido, ƒ25,-

Kristien Aertssen: De papawinkel. Leopold, ƒ27,50

Nederlandse literatuur