Onvoltooid

Het is duivels moeilijk om een woordenboek te maken. Er zijn woordenboekenmakers die aan de drank raakten, die stierven voordat de klus was geklaard, die blind werden van het vele lezen. Gevolg is dat er een bibliotheek bestaat van onvoltooide woordenboeken. Een kleine greep: L.G. Bredie kwam met zijn Woordenboek der kerkelijke geschiedenis (1826) tot de J; het Woordenboek op Alexanders Geesten van Jacob van Maerlant (1888) van L. Roersch stopt bij de D; het Woordenboek bevattende Drentsche woorden en spreekwijzen (1906-1922) van J. Bergsma gaat tot de G, en Isidoor Bauwens' Nederlandsch woordenboek der geneeskunde (1910-1914) eindigt halverwege het artikel clausius.

Tegenwoordig verschijnen woordenboeken compleet. Wel worden geregeld naslagwerken aangekondigd die nooit verschijnen. In die zin bloeit dit genre als vanouds.