Onbedoelde parodie op de computerbarok

Grote woorden begeleiden de installatie van computerarchitect Lars Spuybroek in de bovenzaal van het Nederlands Architectuurinstituut. Het virtuele huis van De Stijl, zoals de installatie heet, ,,probeert een brug te slaan tussen een architectonisch experiment van Theo van Doesburg en Cor van Eesteren in 1923 en de ruimteverkenningen per computer door de hedendaagse avant-garde-architecten'', zo valt te lezen in de aankondiging van het ding. ,,De expositie laat verrassende historische parallellen zien tussen het vroegste modernisme en het huidige `transmodernisme', waarbij elektriciteit, licht, beeld en ruimte en tijd verbindende lijnen vormen. Zowel Van Doesburg en Van Eesteren als de nieuwe computer avant-garde proberen een architectonisch antwoord te formuleren op de ontwrichtende ruimtelijke effecten van toenemende mobiliteit en de opkomst van nieuwe massamedia; van trein, auto, krant, radio en film tot televisie, vliegtuig en Internet.''

Zulke teksten maken benieuwd. Niet zozeer naar de drie huisontwerpen van de De Stijl-oprichter Theo van Doesburg en de architect Cornelis van Eesteren in de installatie, want die zijn na de ruime aandacht die De Stijl de laatste decennia heeft gekregen wel bekend. Toch zorgen Van Doesburg en Van Eesteren met een maquette van hun ontwerp voor het huis voor de kunsthandelaar Rosenburg voor een verrassing: dit kloeke, door Gerrit Rietveld vervaardigde model is voor het eerst sinds 1951 te zien.

Van Doesburg morrelde aan alle kanten aan de `euclidische geometrie', luidt een van de teksten die als toelichting dienen. Maar hij weigerde de laatste stap te zetten naar `de ronding, de kromme, de daadwerkelijke beweging'. Spuybroek, bekend van het zoetwaterpaviljoen op Neeltje Jans, heeft Van Doesburgs stap alsnog genomen, en het resultaat is bijna lachwekkend. Als `Het virtuele huis van De Stijl' niet zo dodelijk serieus was bedoeld, zou de installatie kunnen doorgaan voor een geslaagde parodie op computerarchitectuur. De bouwkunst van het digitale tijdperk wordt in het NAi voorgesteld als een archaïsche, armoedige tent met kreukelige doeken waarop dia-projectoren uit het voorbije machinetijdperk krakend hun werk doen.

Toch onthult de tent parallellen tussen Spuybroeks `transmodernisme' en het `vroegste modernisme' van De Stijl, zoals de aankondiging beloofde. Waarom zette Van Doesburg niet de laatste stap naar een werkelijk dynamische architectuur en bleef hij zo hechten aan de rechthoeken, vraagt Spuybroek zich af. Het antwoord is precies hetzelfde als die op de vraag waarom Spuybroek altijd met kromlijnige, computerbarokke ontwerpen komt. De zakelijke wereld van de machine eist zakelijke, rechthoekige vormen, geloofde Van Doesburg. Bij de vloeiende wereld van de computer hoort een vloeiende architectuur, zo is Spuybroeks stellige overtuiging. De gelijkenis is treffend: Van Doesburg en Spuybroek zijn allebei gevangenen van merkwaardige, zelfverzonnen dogma's, de ene uit het machinetijdperk, de andere uit het digitale tijdperk.

Tentoonstelling: Het virtuele huis van De Stijl. T/m 16 april in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, Rotterdam. Geopend wo t/m za 10-17 uur, zon- en feestdagen 11-17 uur en di. 10-21 u.