Mr. Phillips, c'est moi

Lezers die John Lanchesters tweede roman niet voor vol aanzien hebben recht op begrip en zelfs respect. Het boek gaat over te weinig, kunnen zij rechtmatig zeggen. Phillips is zijn baan op een accountantskantoor kwijt en heeft het zijn vrouw nog niet verteld. Wij mogen hem vergezellen wanneer hij 's ochtends als voorheen zijn huis in zuid-Londen verlaat met zijn aktetas aan de hand, de trein neemt naar Waterloo Station en zijn dag verdoet in de stad.

Af en toe ontmoet hij iemand: een uitgever van pornoboekjes in een park, zijn eigen zoon aan de lunch, een oude mevrouw voor wie hij de boodschappen sjouwt. Een enkele keer gebeurt er even iets bijzonders, en tegen het eind iets sensationeels, wanneer de bank waar hij naar de stand van zijn rekening wilde vragen overvallen wordt en alle cliënten plat op de grond moeten liggen.

Iets later dan gewoonlijk keert hij thuis terug. `He has no idea what will happen next', is het laatste wat wij over hem horen. Het is een teleurstellend verhaal voor lezers die zich verheugden op een vernuftige wending zoals in Lanchesters eerste roman A Debt to Pleasure, waar de verteller zichzelf deed kennen als een gifmenger. Phillips is een onschadelijke man. 's Ochtends is zijn seksuele verbeelding oververhit; later op de dag gaat dat over, dan sukkelen zijn gedachten maar door, afgewisseld door indrukken van het stadsbeeld.

Zo loop ik soms ook rond, zal de lezer misschien denken: is dat genoeg betekenis voor een roman?

Volgens mij wel. Phillips steekt in geen enkel opzicht boven ons uit. Hij zal zelden iemand helderder inzichten geven in zichzelf of in relaties; hij leeft net als zijn lezers op dagen dat er niets opmerkelijks in hen omgaat, terwijl zij toch ondervindingen en gedachten hebben die niemand precies deelt. Zoals een accountant past, verliest hij zich soms in becijferingen. Hoe vaak zouden de mensen `het' doen, vraagt hij zich in de loop van zijn seksueel gestemde ochtend af: hoeveel als ze jong zijn, hoeveel op latere leeftijd, en hoe vaak bevredigen zij zichzelf — en wat krijgen wij dan voor gemiddelde? Hoeveel jonge vrouwen zijn er in Engeland die zich naakt laten fotograferen voor verschillende soorten publicaties — uit zijn hoofd rekenend komt Phillips tot de conclusie dat het er 16.744 zullen zijn. Hoeveel van zijn leven besteedt een mens aan nietsdoen: eerst op school, later bij zijn studie, dan als kostwinner, ten slotte als gepensioneerde? Hoe zou Londen er uitzien als de huizen gebouwd werden van stapels bankbiljetten en dan natuurlijk het hoogst en het zwaarst waren in welgestelde stadsdelen?

In een andere stemming probeert Phillips zich voor te stellen hoe nijdig-uitziende meisjes kijken als ze met een man naar bed gaan, en of nieuwsgierigheid hiernaar ze juist aantrekkelijk maakt voor die mannen. Als hij langs het gebouw van de Secret Service komt op weg naar de Tate Gallery stelt hij zich het bestaan voor van een spion die wanneer zijn vrouw vraagt `Waar denk je aan' haar krachtens de wet geen antwoord mag geven. Als de bankrovers geboeid worden afgevoerd door de politie valt het hem op dat hun allure meer waardigheid heeft dan die van hun opgeluchte slachtoffers. Thuis bij de oude mevrouw die hij geholpen heeft met sjouwen vindt hij dat in haar aquarium een vis die vlak bij de luchttoevoer blijft, lijkt op een man die met decadente voldoening een waterpijp rookt.

De lezer die in deze waarnemingen plezier heeft, zal af en toe toch ook denken dat zo'n roman dieper had kunnen doordringen om meer concentratie af te dwingen. Lanchester zit er maar als een causeur in een leunstoel met een been over de armleuning te vertellen over die man op zijn eerste werkloze weekdag, van half negen tot half zeven. Hij is een opmerkzame auteur met een prettige stem, maar maakt hij het zich niet te makkelijk?

Moeilijk is het niet, de aantrekkelijkheid voor lezers die er niet te streng voor zijn, is dat wij er onze eigen verloren uren en verlopen dagen in herkennen. Phillips, c'est moi.

John Lanchester: Mr Phillips. Faber, 247 blz. ƒ42,60.

De Nederlandse vertaling (De heer Phillips) van Maaike Post en Arjen Mulder is verschenen bij Prometheus, 222 blz. ƒ36,50

Buitenlandse literatuur