Lears troostrijke dood

Wie nu in de boekhandel bij de literaire tijdschriften gaat kijken, heeft het moeilijk met kiezen. Er is een aantrekkelijk nummer van Tirade, er ligt een Revisor die het lezen meer dan waard is en er is, eindelijk, een nieuwe Nexus. Nummer vijfentwintig, een soort jubileumnummer dat bovendien over `Het menselijk tekort' gaat (volgens mij gaan àlle nummers van Nexus over het menselijk tekort). Wie het open doet krijgt het volle-koekjestrommel-gevoel: het liefst niet kiezen, maar ze allemaal en liefst ook tegelijk nemen.

Beheersen we ons. Kijken we eens wat de Nexus-redactie met dit themanummer heeft gewild. Lezen we eerst wat hoofdredacteur Rob Riemen in het algemeen zegt over zijn tijdschrift, want bij een vijfentwintigste nummer past wel wat algemeens: ,,Nexus is een pleidooi voor een zo groot mogelijke culturele elite (-) `maar al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam'. Dit inzicht van Spinoza over het menselijk bestaan is het adagium van ons tijdschrift geworden.'' Het lijkt me een mislezing om nu te veronderstellen dat Nexus zichzelf bedoelt met dat zeldzame voortreffelijke. Eerder gaat het om een aansporing van de redactie aan zichzelf en de lezers om steeds op zoek te gaan naar wat echt de moeite waard is en niet teleurgesteld te zijn als dat enige inspanning kost.

Het echt voortreffelijke vindt Nexus nooit in de nieuwste kunstmode, überhaupt niet in de nieuwste kunst, maar in datgene wat zich al enige tijd staande heeft gehouden. Nexus houdt van Dostojevski, van Thomas Mann en van Shakespeare, van Robert Musil en Albert Camus. En van hedendaagse essayisten en filosofen als, onder meer, Martha Nussbaum, Michael Ignatieff, Roger Scruton en Rudiger Safranski.

Deze keer lijkt er bijna een estafette in het tijdschrift aan de gang te zijn. In vrijwel elk stuk duikt Shakespeare, en in het bijzonder zijn King Lear even op. David Rijser heeft dat stuk tot onderwerp van een interessante beschouwing gemaakt. Om te beginnen vraagt hij zich af waarom Shakespeare zijn stuk met zo'n knal laat beginnen: de lezer kent koning Lear nog niet of hij/zij zit al midden in de liefdestest waaraan de oude koning zijn dochters onderwerpt. Wie houdt het meest van hem, dat wil hij weten. En het is de lezer meteen duidelijk: de jongste dochter, Cordelia, houdt het meest van haar vader. Lear is dat echter helemaal niet duidelijk, die wil mooie woorden horen, en aangezien hij die van Cordelia niet krijgt, wordt hij woedend en stuurt haar weg. Rijser wijst op een aan Shakespeare's stuk voorafgaande tekst: The True Chronicle History of King Leir waarin voor Leirs handelen, anders dan voor dat van Shakespeare's Lear, wel motieven worden gegeven. Juist dat lijkt Rijser de kracht van Shakespeare's stuk, dat de toeschouwer zelf een voorgeschiedenis moet reconstrueren. Hij gaat verder met te laten zien dat Lear, ondanks het zeer zwarte einde, geen nihilistisch werk is. Lear wordt elke troost ontzegd, ook die van het stoïcisme dat hij even gevonden lijkt te hebben als hij met Cordelia de gevangenis in moet. Dan spreekt hij ineens, in een schitterend citaat, over de vreugde van de alledaagse mystiek: ,,We two wil sing like birds in a cage (-) and take upon us the mystery of things''. Hij heeft zijn woede, waarmee het drama inzette, overwonnen. Tot Cordelia opgehangen wordt. Dan komt de oude Lear terug, ,,toch in staat koninklijk boos te worden, toch nog, inmiddels tot onze opluchting, King Lear, `every inch a king'.''

Rijser maakt aannemelijk dat Lears dood dan het enige goede is, ja zelfs troostrijk. Wie zijn stuk leest grijpt onmiddellijk weer naar King Lear, en eigenlijk ook naar Seneca en liefst zou zo iemand een week in een bibliotheek opgesloten worden. Met de illusie daar niet alleen `boekenwijs' uit te komen, maar echt wijzer. Omdat het allemaal gaat over de vraag die Robert Musils man zonder eigenschappen de enige vraag vindt die de moeite van het overdenken waard is: `wat is de juiste wijze van leven?'

Over die vraag gaan eigenlijk alle stukken in deze Nexus. Cynthia Ozick keert nog maar weer eens het verhaal van Job om en om. Dat verhaal kan niet genoeg gelezen en overdacht worden. Jobs woede is anders dan die van Lear, maar zijn positie is soms vergelijkbaar en de noodzaak een manier van leven te vinden is even groot.

Mag Nexus nog maar vijfentwintig nummers maken en dan nog vijfentwintig en zo verder, liefst allemaal zo rijk en de gedachten stimulerend als dit nummer.

Nexus 25, uitg. Nexus Instituut, Tilburg. Tel. (013) 4663450. Prijs per nummer ƒ37,50