Kanselier Schröders Bündnis geen lege huls

Critici van de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) waren het erover eens: de `alliantie voor werk' is een lege huls. Maar nu stelt de werkelijkheid de sceptici in het ongelijk.

Kanselier Gerhard Schröders `Bündnis für Arbeit' tussen werkgevers en werknemers ter vermindering van de werkloosheid blijkt toch te leven. Wie had gedacht dat de militantste vakbond van Duitsland, IG Metall, zo snel door de knieën zou gaan.. De hoge looneis van 5,5 procent en het pensioen met 60 jaar zijn prijsgegeven zonder dat het deze week tot de gevreesde stakingen is gekomen.

Nu had IG Chemie-voorzitter Hubertus Schmold het nodige voorwerk verricht. Hij zag al snel in dat loonmatiging een middel was om de werkgevers tot behoud en uitbreiding van banen te bewegen. Al jaren geleden sloot de gematigde vakbondsleider met de werkgevers in de chemie een eigen alliantie voor werk. In ruil voor matiging en flexibele arbeidstijden worden extra stageplaatsen en banen geschapen. Toen vorige week bekend werd dat Schmoldt en de chemie-ondernemers het eens waren geworden over een gematigde loonontwikkeling voor de komende twee jaar, werd de grond heet onder de voeten van menig IG Metall-onderhandelaar.

De komende jaren zullen de salarissen in de chemie stijgen met 2,2 en 2,0 procent. Daarmee blijft de loonontwikkeling onder de economische productiviteitsstijging, die de `Vijf Wijzen' – de economische adviseurs van de regering – dit jaar op gemiddeld 2,6 procent ramen. De groeiverwachtingen voor de chemie worden zelfs op 5 tot 5,5 procent geschat. De praktijk wijst uit dat zodra de lonen minder stijgen dan de productiviteit banen worden geschapen en ook werklozen kans hebben weer aan de slag komen. IG Chemie had het spits afgebeten en als eerste vakorganisatie dit jaar een voorbeeldig akkoord gesloten – geheel in de geest van Schröders laatste Bündnis-ronde in januari.

Het gevoelige thema van de lonen is tijdens de rondetafelgesprekken steeds door de vakbonden van tafel geveegd. ,,We kennen geen taboes'' had de kanselier bij het begin van de gesprekken, in december 1998, gezegd. Inderdaad zijn tot nog toe tal van kwesties besproken in het Bündnis, van pensioenen tot lage-lonen-banen. Maar de gesprekken waren geheel vrijblijvend. Alleen over uitbreiding van stageplaatsen voor jongeren werden de sociale partners het eens.

Het door de werkgevers vurig bepleite thema van de lonen kwam echter niet op de agenda. De aanzienlijke loonkosten in Duitsland blijven een grote barrière op de arbeidsmarkt. De Bondsrepubliek voert met haar hoge belastingen, hoge sociale premies en hoge salarisstijgingen de top-drie aan van Europese landen met de hoogste loonkosten.

Toch lukte het Schröder tijdens het laatste Bündnis-gesprek in januari werkgevers en bonden in ieder geval te bewegen tot een intentieverklaring over de loonontwikkeling. Beide partijen zouden hun best doen bij de nieuwe CAO-onderhandelingen afspraken te maken, die ten minste ,,rekening hielden'' met de productiviteitsstijging in de industrie. Het was een behoedzame formulering. Schröder sprak van ,,een doorbraak''. Maar de architecten van Schröders Bündnis op de bondskanselarij in Berlijn keken met argusogen naar de eerste loonronde, want die gold als lakmoesproef voor de mooie beloften.

Nu is de kogel door de kerk. De hardliners bij de metaalbond zijn door de knieën gegaan; over de 32-urige werkweek wordt niet meer gerept, het pensioen met 60 jaar is van de baan en de hoge looneis is ingeslikt.

Zowel IG Metall als de onderhandelaars van de werkgevers stonden onder hevige druk van hun achterban een gematigd compromis af te sluiten. Economisch zijn de loonafspraken bij IG Metall – met 3 procent stijging voor dit jaar en 2,1 voor volgend jaar – nog aan de hoge kant. Met 3 procent stijgen de lonen sneller dan de productiviteit. Alleen naïeve optimisten kunnen daarvan een direct effect op de werkgelegenheid verwachten. ,,De werklozen hebben er niets aan'', reageerde de econoom Rolf Peffekoven schamper, een van de Vijf Wijzen.

Bovendien mag IG Metall met het afzien van het pensioen met 60 jaar in het stof hebben gebeten. Ook de regeling om een deeltijdpensioen in te voeren zadelt de werkgevers met extra kosten op, waartegen ze zich steeds hevig hebben geweerd.

Toch is het akkoord voor IG Metall onmiskenbaar een stap in de richting van meer realisme. Al vele maanden woedt er een hevige strijd in de grootste vakbond van Duitsland tussen de gematigde Realo's (realisten) en Fundi's (fundamentalisten), die er grote moeite mee hebben onder invloed van de globalisering verworven rechten prijs te geven.

Met de jongste CAO-akkoorden is in ieder geval de weg ingeslagen naar een gematigde loonontwikkeling, waarbij de Duitse economie, die net begint aan te trekken, alleen maar baat kan hebben. Niet toevallig werd ook in de West-Duitse bouw-industrie gisteren een CAO-akkoord bereikt waarbij de salarissen met 2 procent matig stijgen.

Zeker zo belangrijk is het politieke signaal dat van de gematigde CAO-afspraken uitgaat. Het Duitse consensusmodel, waarvan het Bündnis für Arbeit een voorbeeld is, functioneert.