`Je moet de ruiten stukslaan'

`Schrijven is als seks. Je moet niet nadenken, want dan word je impotent. Je moet je overgeven aan orgastische gevoelens', zegt de Braziliaanse bestseller-auteur en new-age goeroe Paulo Coelho. Zijn nieuwste boek `Veronika besluit te sterven', gaat over een slachtoffer van `negatieve waanzin', waar volgens Coelho de meeste mensen aan lijden.

Omringd door een cordon van veiligheidsagenten sprak de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho twee jaar geleden op de Salon du Livre in Parijs. Honderden bewonderaars hingen aan de lippen van de in het zwart geklede, onmiskenbaar charismatische man met de zilvergrijze Karl Lagerfeld-coupe. Ook dit jaar vormden zich oneindig lange, kronkelende rijen voor de stand van uitgeverij Anne Carrière, waar Coelho zijn nieuwe roman signeerde. Ooit vond de tot de journalistiek bekeerde oud-hippie slechts met de grootste moeite een uitgever voor zijn eerste roman, De alchemist, en liet hij in het contract opnemen dat hem, bij vertaling, de buitenlandse rechten zouden toekomen. Tegenwoordig is hij miljardair. Van hem werden zesentwintig miljoen boeken verkocht, in honderd landen en in vierenveertig talen.

De spirituele ervaringen van de hoofdpersoon, in de woestijn op zoek naar zijn `persoonlijke legende', zorgde ervoor dat Coelho beschouwd werd als collega van James Redfield (De Celestijnse belofte) en in de hoek van new-age en Oininio belandde. Niet verwonderlijk als je als schrijver vanuit het rooms-katholieke geloof uitstapjes maakt naar het boeddhisme, het soefisme en vrijmoedig andere mystieke paden van verschillende religies verkent.

Onlangs was Coelho (53) een paar dagen in Amsterdam. Schamperend over de semi-reli etalages die hij zag in de rosse buurt (`viagra helpt, wierook niet'), heeft hij niets van een asceet, een heilige of een hemelbestormer. Hij is goedlachs, energiek, charmant, houdt van een lekker potje flipperen en is er kinderlijk trots op dat hij sinds enkele jaren door de groten der aarde wordt uitgenodigd om in Davos zijn steentje bij te dragen aan de World Assembly over het culturele wel en wee van de aardbol. Als voormalig manager bij CBS en Polygram houdt Coelho zijn zakelijke belangen nauwkeurig in de gaten (`Clinton houdt ook van mijn boeken') en is hij goed op de hoogte van zijn verkoopcijfers. Als hij al een goeroe is, dan tegenwoordig toch eentje van het gezond verstand.

Dat blijkt ook uit zijn meest recente boek Veronika besluit te sterven, waarin van spiritualiteit, op een enkele passage na, geen sprake is. Veronika is een knappe bibliothecaresse van rond de veertig, met zorgzame ouders, een leuk huis en aan iedere vinger een minnaar. Toch neemt ze op een dag een overdosis slaappillen om een einde aan haar leven te maken. Ze lijdt onder de eindeloze, eentonige herhalingen waaruit haar leven bestaat en ze kan niet meer tegen het gevoel nutteloos te zijn in een wereld waarin er zoveel mis is. Ze wordt wakker in een psychiatrische kliniek, waar men haar vertelt dat haar zelfmoordpoging weliswaar mislukt is, maar dat de pillen haar hart dermate hebben aangetast dat het binnen een week zal ophouden met kloppen. ``Veronika is verveeld', zegt Coelho (``zeg maar Paulo'). ``Ze is vandaag dezelfde die ze gisteren was en die ze morgen zal zijn. Haar leven bestaat uit herhalingen. Veel mensen proberen hun leven volledig te controleren. Als je alles om je heen wilt beheersen, trek je muren op om je heen en dan kun je niet meer zien wat er daarachter gebeurt. Je moet de ruiten stuk slaan, rebelleren. Je moet durven! Als je alles strak in de hand hebt, waar is dan het avontuur? Waar is de emotie? Het avontuur ligt vlak voor je, maar uit lafheid kijk je een andere kant op. In een café gaan mensen niet zomaar met elkaar praten, ze zijn veel te bang gekwetst te worden. Maar als je niemand meer ontmoet, verliest het leven zijn zin. Veronika woont achter haar zelf opgeworpen muren. Het echte leven gaat aan haar voorbij.' In de psychiatrische kliniek, die bij Coelho overigens eerder uit intellectuelen dan uit anderszins `geestelijk gestoorden' bestaat, ontmoet Veronika mensen die anders durven zijn. Ze raakt geïntrigeerd, uitgedaagd en hervindt haar levensvreugde, ondanks – of juist dankzij – het zwaard van Damocles dat boven haar hoofd hangt. ``De mensen denken dat ze het eeuwige leven hebben', zegt Coelho, ``het is een taboe om te spreken over de dood, om te accepteren dat we sterven. Er zijn zo ongelofelijk veel dingen die we kunnen beleven en toch stellen we ze uit, tot morgen, tot volgende week, tot volgend jaar – alleen maar omdat ze niet in het boekje van goed gedrag staan. De meeste mensen zijn geneigd tot eenvormigheid, maar de mensheid heeft zich ontwikkeld juist dankzij degenen die anders hebben durven zijn. Tegenwoordig is dat gemakkelijker dan vroeger. Dankzij internet kunnen mensen met de meest vreemdsoortige passies een netwerk vormen. Iemand die gek is van oude klokken, kan een gesprekspartner vinden. Vroeger, als kind in Brazilië, had ik vier radiozenders, nu vierhonderd. Dat is revolutionair, dat is het nieuwe communisme! Internet zal alles veranderen. Niemand is meer alleen. Niemand wordt meer voor gek aangezien.'

Coelho weet waarover hij het heeft. Zijn ouders lieten hem, als adolescent, drie maal opnemen in een psychiatrische kliniek. ``Mijn ouders waren erg bezorgd om mij', vertelt Coelho, ``omdat ik heel anders was dan mijn leeftijdgenoten. In plaats van bier te drinken, in grote auto's te rijden en over meisjes te praten, las ik Sartre en Heidegger, was ik erg verlegen en had ik moeite vrienden te maken. Ik leefde geïsoleerd. Na mijn eerste opname sloeg ik door naar de andere kant. Uiteindelijk werden ze moe van mijn gedrag. Ik vond het wel gemakkelijk om als gek te boek te staan. Ik had altijd een excuus voor alles, hoefde niet te werken. In mijn medisch dossier maakte men melding van het bizarre feit dat ik tot drie uur 's nachts zat te typen. Ik had toen al besloten dat ik schrijver wilde worden.'

In het midden van de jaren zeventig vreesde Coelho enige tijd dat hij werkelijk gek was geworden. Na drie maal korte tijd in een Braziliaanse gevangenis te hebben doorgebracht – voor subversieve activiteiten, in de vorm van het schrijven van anti-dictatoriale liedjesteksten – kreeg hij paniekaanvallen. ``Toen ik uit de gevangenis kwam was ik paranoide. Ik dacht dat ik achtervolgd werd. In een bioscoop in New York kreeg ik voor het eerst zo'n paniekaanval. Het is een ervaring van angst in zijn meest pure staat, precies zoals Mari, de advocate uit mijn laatste boek, vertelt. De tijd heeft mij ervan genezen.'

Alle personages uit Veronika besluit te sterven hebben wel iets van Coelho, behalve de hoofdpersoon zelf. ``Zoals Veronika ben ik nooit geweest. Ze lijdt, zoals zo veel mensen tegenwoordig, aan `negatieve waanzin'. De mensen gaan om negen uur aan het werk, vertrekken om vijf uur naar huis, zitten 's avonds voor de tv en klagen over depressieve gevoelens en huilbuien. Ze kunnen niet slapen, nemen één, twee pilletjes valium, maar gaan de volgende dag gewoon weer naar hun werk. Het zijn robotten. Die mensen moeten behandeld worden. Ze vormen een gevaar voor de samenleving, maar iedereen vindt ze normaal.' Positieve waanzin daarentegen is van levensbelang, meent Coelho. ``Je moet communiceren, je eigen verlangens ontdekken, zonder bang te zijn.' Dat gaat bij hem hand in hand met het geloof in God. ``Je moet accepteren dat er een wereld bestaat die niet tastbaar is. De vraag wat wij op deze wereld doen, vind ik een valkuil. Het is geen vraag die ik wil stellen. Wij zijn er nu eenmaal. Punt uit. Dus maken we er het beste van, door ons open te stellen voor logica, voor intuïtie, voor symbolen, voor een openbaring, voor God. Je moet op de best mogelijke manier leven – en dat is op een enthousiaste manier. Enthousiasme is de essentie van het leven.'

Het lijdt geen twijfel dat het de schrijver Coelho niet aan enthousiasme ontbreekt. Literair gezien is zijn stijl niet spannend of bijzonder, eerder eenvoudig, op het saaie af, met een teveel aan symbolen en soms wat onhandige kunstgrepen. Eerst is er een idee, een boodschap, zo lijkt het, en dan moeten personages dat idee ondersteunen. ``Klopt', zegt Coelho, ``voor Veronika heb ik me afgevraagd wat me als mens momenteel het meest verontrustte. Het viel mij op dat ik moeite had om mensen te ontmoeten die van elkaar verschilden. Ze leken allemaal op elkaar. Het boek werd geboren in een periode van eenzame concentratie, binnen een maand. Schrijven is als seks. Je moet niet nadenken, want dan gaat het niet, dan word je impotent. Je moet je overgeven aan die intense, orgastische gevoelens. Je moet het gewoon doen.'

Paulo Coelho: Veronika besluit te sterven. Vert. door Piet Janssen.

De Arbeiderspers, 191 blz. ƒ29,90.

Eerder verschenen bij De Arbeiderspers: Aan de oevers van de Piedra huilde ik, De alchemist, De vijfde berg en De weg naar het zwaard.

Buitenlandse literatuur