J.C.

De mythevorming rond een groot sportman kan al beginnen bij zijn naam. De leraar op de lagere school van James Cleveland Owens had de gewoonte om de jongen met zijn initialen J.C. aan te spreken. Als dat in het Engels snel wordt uitgesproken klinkt dat ongeveer als Jesse. Zo zullen we ons altijd de atleet herinneren die op de Olympische Spelen van 1936 de show stal. Vandaag precies twintig jaar geleden is deze kettingroker overleden aan longkanker.

Owens werd vooral bekend als de man die voor de ogen van Adolf Hitler bewees dat de nazi-ideologie faalde, maar hier heeft de mythe het overgenomen van de realiteit. Het verhaal wil dat de `Koning van de Spelen' van 1936 – de Nederlandse zwemster Rie Mastenbroek was trouwens de koningin – na het behalen van goud niet de hand mocht schudden van Hitler omdat hij zwart was. Dit is het moment waarop de mythe begon.

Op de eerste dag stalen de Duitsers de show bij het kogelstoten en speerwerpen, waarna Hitler de winnaars in zijn loge ontving. Ook de Fin Ilmari Salminen werd na zijn zege op de 10.000 meter ontvangen. IOC-voorzitter De Baillet-Latour protesteerde, omdat dat niet de taak van Hitler was. De volgende dag won Owens de honderd meter. De boodschap bij Hitler was overgekomen en hij nodigde de Amerikaan niet uit in zijn loge. Het kwam hem waarschijnlijk niet slecht uit, maar een bewuste weigering wegens racisme was niet de oorzaak.

Wat we verder zijn vergeten, was dat al een dag eerder een zwarte Amerikaanse atleet om dezelfde reden geen felicitaties ontving. Cornelius Johnson had het hoogspringen gewonnen, maar toen waren de Duitse leiders al vertrokken. Het maakte Johnson weinig uit, want zijn grijns was er tijdens de huldiging niet minder om. Wel steeg een verlegen gemompel op onder het voornamelijk Duitse publiek toen Hitler vertrok, zei de tolk van de Amerikaanse ploeg, Herb Flemming, later.

De zegetocht van Owen viel ook slecht in eigen land. President Roosevelt heeft hem nooit ontvangen, wat hij doorgaans wel deed bij winnende topsporters. En zowel in 1935 als 1936 weigerde de Amerikaanse Atletiek Unie hem tot `Sportman van het jaar' te benoemen. Dat hij in 1935 zes wereldrecords had gebroken en in 1936 in Berlijn de beste was, deed er niet toe. In 1972 steunde Owens in zijn autobiografie de actie van de gebalde vuist van Black Power-atleten op de Spelen van 1968. Niemand beter dan hij wist tenslotte hoe sport en politiek vermengd kunnen raken.