Generatie Doe Maar (2)

Arjen Fortuin heeft een interessant stuk geschreven over de huidige generatie twintigers. Hij bespreekt echter ook met zevenmijlslaarzen de teksten van de popgroep Doe Maar. Hij sluit daarmee de rij van mensen die zich te gemakkelijk een mening vormden over met name de tekst van De Bom. Vóór hem schreef Willem Wilmink al De bom valt nooit, dat de dreiging van de bom een slap excuus was om je huiswerk niet te maken. Daarna zong Kinderen voor Kinderen in Doe Maar Ernst `maar niet zo somber Ernst'. Maar voor wie goed luistert, is De Bom helemaal geen sombere tekst. De `ik' zoekt een levenshouding tegen de achtergrond van de wereldproblematiek. Hij zingt: `E=mc² / voordat de bom valt'. De relativiteitstheorie zelf (waarop de uitvinding van de atoombom is gebaseerd) blijkt relatief als de bom valt, want dan bestaat die ook niet langer. Anders gezegd: de theorie verwijst ook naar zichzelf, alles is relatief. Omdat er geen zekerheden zijn, anders dan het heden, wil de `ik' weten wie zijn medemens is.

Fortuin concludeert dat de aangesproken persoon in het lied wel weer een meisje zal zijn en dat Doe Maar `kiest voor de verbeelding'. Maar in de tekst wordt geen meisje genoemd. De `ik' ziet het nu als enige zekerheid en neemt zijn verantwoordelijkheid. Dat maakt De bom een existentialistische tekst, en de `ik' een ernstig maar levenslustig voorbeeld voor de Doe Maar-fans.

Toen ik vier jaar geleden afstudeerde op een vergelijking tussen het Groot Liedboek van G.A. Bredero en de teksten van Doe Maar was dat, naar de reacties te oordelen, vernieuwend. Maar dat journalisten nog steeds popteksten citeren waar het hun uitkomt, is zeer achterhaald.