Flitscrisis als tijdsbeeld

Dát zou mooi zijn. Een aflevering van het televisieprogramma Crisis met een omgekeerde opzet. Niet het fictieve gedrag van bestuurders in een nagebootste spanningsboog registreren, zoals nu gebeurt (gijzeling in Geffen!), maar stappen en fouten reconstrueren uit een waargebeurde crisis. Een geschikt script is er sinds deze week: het boek Klem in de draaideur over de val van Arthur Docters van Leeuwen als voorzitter van het college van procureurs-generaal. Een val die binnen 24 uur werd bezegeld door een comedy of errors van ministers, magistraten en topambtenaren, gevoed door matige prestaties van enkele gezichtsbepalende journalisten.

Dat die aflevering nooit gemaakt zal worden, laat zich raden. Klem in de draaideur, van de televisiejournalisten Van Liempt (ex-Nova) en Van Westing (Nova), bevat te veel ongemakkelijke details voor de politiek-bestuurlijke elite. Het boek is een on-Nederlandse detailreconstructie van een affaire zoals die zich maar zelden voordoet: de `flitscrisis'. In zo'n crisis is de rel nog niet geboren of een coalitie van nerveuze bestuurders, ambtelijke krachtpatsers, spin doctors en kluitjesvoetballende journalisten creëert een hitte die vanzelf het kookpunt bereikt. Iedereen heeft haast, weinig mensen denken na, het feiteninzicht is onvoldoende: de opwinding gaat met de gebeurtenissen op de loop.

Haagse kaste

Zo kon het gebeuren dat PG Docters van Leeuwen in 1998 ten val kwam over een zaak die de zijne niet was, zo maakt dit boek overtuigend duidelijk. Wie in eerste instantie moet geeuwen bij het onderwerp – twee jaar en vele affaires geleden – zal merken dat de auteurs hun boek ver boven het onderwerp uit weten te tillen. Het is niet alleen een case study, maar ook een tijdsbeeld van een Haagse kaste die al jaren de economische wind mee heeft en verblind lijkt als het in acute noodsituaties op alerte reacties aankomt.

In de beschreven casus draait het in de eerste plaats om Winnie Sorgdrager, minister van justitie in Paars I. Een geschiedenis die in het boek, nota bene het eerste hoofdstuk, te traag wordt verteld. Sorgdrager kon haar baan niet aan en het was een loodzware baan. Affaires buitelden over elkaar heen: IRT, Bouterse, Lancee. Tegelijk reorganiseerde ze de leiding van het departement, met de aftocht van diverse topambtenaren en groeiende interne paranoia tot gevolg. Sorgdrager moest dus de ene na de andere ellendige kwestie oplossen met een ambtelijk apparaat dat geen vertrouwen in de minister had, en het op zijn beurt evenmin van haar kreeg. Haar laatste vertrouweling was directeur voorlichting Annemarie Stordiau. Het kon de minister niet van gezwalk weerhouden: al op de helft van haar ambtstermijn was duidelijk dat ze haar politieke toekomst had verspeeld.

Met Docters van Leeuwen liep het anders. Ook hij had een opdracht tot reorganisatie, bij het openbaar ministerie. Maar hij kon iets wat Sorgdrager niet kon: een ambtenarenapparaat aan zich binden terwijl hij het ombouwde. Het succes en stuwende optreden van Docters van Leeuwen (niet gehinderd door twijfel aan de eigen voortreffelijkheid) ging schuren met de steeds heftiger kritiek op Sorgdrager. De gezagsverhouding tussen minister en topambtenaar liep niet langer synchroon met hun feitelijke posities. Het was het draaipunt in een affaire waar niet alleen Docters, maar ook Sorgdrager de facto buiten stond. Die ging over Dato Steenhuis, destijds procureur-generaal in het ressort Leeuwarden. Steenhuis werd (en wordt) door collega-PG's gewaardeerd om zijn kennis van modern management: Business proces design, workflow management. Steenhuis weet er zoveel van dat het particuliere organisatieadviesbureau Bakkenist hem, met instemming van Docters, vanaf 1996 een dag per maand inhuurt. Neutraal pakt dat volgens Van Liempt en Van Westing niet uit: in het boek worden talrijke handelingen van Steenhuis beschreven die niets met workflow management, en alles met zakelijke belangen van Bakkenist te maken hebben.

Als door de zaak-Lancee (een vage incestbeschuldiging aan het adres van een politieman die te gretig door justitie werd aangepakt) de relaties in de Groninger justitiële driehoek op last van Sorgdrager moeten worden onderzocht, wil bureau Bakkenist die opdracht hebben. Men belt Steenhuis, hij wijst het bureau de weg in Den Haag. Als de offerte door Bakkenist is opgesteld, vraagt men voorafgaand aan verzending naar Den Haag een kwaliteitsoordeel: bij Steenhuis, hij wijzigt enkele details. Als het rapport in concept klaar is, worden alvast kopieën verspreid: onder meer aan Steenhuis. En als de definitieve versie gereedkomt, blijkt dat het stuk, anders dan het concept, vrijwel alle schuld voor de affaire-Lancee in de schoenen van de politie schuift. Een enormiteit: kenners weten dat het Groninger parket, waarvoor Steenhuis verantwoordelijk is, de echte bokken heeft geschoten.

Wie deze feiten ruim twee jaar later terugleest, vraagt zich in gemoede af hoe dit onmagistratelijke gedrag onbestraft kon blijven. De flitscrisis die januari 1998 uitbrak nadat TV Noord de bijbaan van Steenhuis onthulde, is het antwoord. Vanaf dat moment werd er niet gedacht, maar gedaan. Waar nuchter crisismanagement was geboden, werd kippendrift de belangrijkste drijfveer.

In een spannend, compact en evenwichtig feitenrelaas laat Klem in de draaideur zien hoe al die grote namen en ego's op belangrijke momenten de mist ingingen. Geen der betrokkenen komt er ongeschonden uit. Sorgdrager vielen de `oren' al van het `hoofd' nog voordat ze een onafhankelijke derde (oud-Kamervoorzitter Dolman) de bijbaan van Steenhuis liet onderzoeken. Haar secretaris-generaal Harry Borghouts wachtte dat onderzoek evenmin af, en probeerde alvast met Docters het vertrek van Steenhuis te regelen. Wim Kok vloog uit de bocht toen hij, op een moment dat het conflict al was gesust, de PG's openlijk van kinderachtig gedrag betichtte. Het verleende Sorgdrager protectie, maar was tegelijk een armoedige poging alle schuld van een genuanceerd conflict in de schoenen van niet-politici te schuiven. Ook Docters' gedrag was blijkens het boek allerminst foutloos. Hij hield onvoldoende afstand van Steenhuis, hoewel hij diens bijbaan achteraf verwerpt. Dat hij streefde naar een fatsoenlijke behandeling van zijn collega was logisch. Maar dat Sorgdrager die opstelling verwarde met steun, mag hij zichzelf verwijten.

Twee momenten waren beslissend. Het eerste komt als Steenhuis, blijkbaar verblind door eigenbelang, serieuze voorbereidingen treft via een kort geding te bereiken dat hij het Dolman-rapport 48 uur mag lezen alvorens het naar de Kamer gaat. Het betreft een eenmansactie (de andere PG's ontraden het), maar Steenhuis houdt vol dat hem inzake de bijbaan geen blaam treft. Het tweede moment is diezelfde dag, 's avonds tien voor acht, als er telefonisch contact is tussen voorlichter Stordiau en Job Frieszo van het NOS-journaal. De term `kort geding' valt (betwist wordt nu wie het als eerste noemde: volgens Stordiau bevestigde zij slechts wat Frieszo al wist), het effect is immens: Frieszo zal die avond ten onrechte melden dat het college van PG's met een kort geding heeft gedreigd. De PG's en Sorgdrager ontgaat de uitzending, ze vergaderen door en bereiken nog die avond het compromis dat het rapport-Dolman 's anderendaags naar de Kamer gaat – maar dan is het te laat om de onjuiste beeldvorming bij te sturen. Die is: de PG's zijn aan het muiten. Het geeft Docters' ontslag, waartoe Sorgdrager drie dagen later besluit, een logica die er onvoldoende was. Het blijkt temeer als later, wanneer de hitte eraf is, het besluit valt Steenhuis wel te handhaven.

Crisismanagement

De auteurs van Klem in de draaideur besluiten met een nogal leerstellige foutenanalyse annex epiloog. Een onnodige stijlbreuk. Duidelijk is dan allang hoe de vork in de steel heeft gestoken. Als iets duidelijk wordt uit deze fraaie reconstructie, dan is het dat crisismanagement bij de huidige generatie regeerders niet vanzelfsprekend tot de bagage behoort.

Er wordt in Den Haag nog altijd een ongekende hoeveelheid beleid gemaakt, er is volop zelfvoldaanheid, er is bovendien een hausse aan meevallers. Maar of er een verband is tussen al dat goede nieuws en de kwaliteit van het bestuur, blijft de vraag. Het belang van accuraat en alert leiderschap, en het publieke geloof in leiders, is in elk geval nog geen theoretische kwestie geworden. Bij geloofwaardig beheer – steeds belangrijker nu de begroting op orde is – is in de eerste plaats geboden dat regeerders de juiste keuze maken in acute crises, als maar één goed antwoord mogelijk is. Dus misschien is het toch niet zo gek dat alle hoofdrolspelers in dit boek aan zo'n Crisis-uitzending deelnemen: als eerste proeve van een reeks nog te leren lessen in een nieuw tijdperk. Een tijdperk van beslissers, in plaats van rekenmeesters.

Ad van Liempt en Ger van Westing: Klem in de draaideur. Balans, 228 blz. ƒ34,90

Onderzoeksjournalistiek