Eenzame schoenen

Max en Vera kwamen op straat een paar schoenen tegen. Het was een bruin paar, herenschoenen. Het rare was dat het keurige schoenen waren, maar dat er geen heer bij hoorde, en ook geen man of zwerver. De schoenen waren alleen. Ze stonden netjes naast elkaar op de stoep, onder een lantarenpaal. Van de linkerschoen was de veter gestrikt, bij de andere schoen hing hij los. Het waren wel schoenen die een behoorlijk eind gelopen hadden, dat kon je zien. Toch waren ze goed gepoetst. De neuzen glinsterden zelfs een beetje in de zon.

,,Wat doen die nou hier?'' vroeg Max zich mompelend af. Zijn hoofd stond helemaal niet naar schoenen, en zeker niet naar grote mensenschoenen. Zeker van dichtbij waren ze hem veel te groot, een beetje eng zelfs.

,,Iemand heeft ze hier laten staan,'' zei Vera praktisch. Ze hurkte bij de schoenen neer.

,,Waarom?'' vroeg Max. Hij vond het maar vreemd. Wie liet er nou zijn schoenen op straat staan? En hoe moest je dan verder? Op je sokken?

,,Dat weet ik niet,'' zei Vera. Ze had een van de schoenen opgepakt en rook eraan. Haar neus verdween er bijna helemaal in. ,,Bah, hij stinkt.''

,,Schoenen stinken altijd,'' zei Max. Hij had daar ervaring mee. Zijn eigen gympen stonken ook altijd.

,,Nee hoor,'' zei Vera, terwijl ze de onderkant van de schoen streelde, ,,alleen mannenschoenen stinken. En jongensschoenen. Kijk, een gat.'' Ze hield de schoen omhoog. Er zat een groot gat in de zool. Het was groter dan een rijksdaalder.

,,Jouw gympen stinken ook Vera,'' zei Max langzaam. Wat was er toch de laatste tijd met Vera? Het leek wel alsof ze het nooit meer met hem eens was.

,,Heb jij wel eens zo'n groot gat in je schoen gehad?'' vroeg Vera nu.

Max schudde zijn hoofd. Zijn voeten waren bijna net zo groot als het gat in de zool van de bruine schoen. Hoe kon hij dan ooit zo'n groot gat in zijn zool hebben gehad? Dan zou hij geen schoen meer hebben, alleen maar een gat aan zijn voeten. Dat kon dus niet. ,,Mijn schoenen zijn te klein voor zo'n groot gat,'' bromde hij.

Vera knikte.

Aan de overkant van de straat stak een poes zijn kop uit de struiken. In de verte rommelde een trein voorbij. De lucht was blauw en helder, het was eigenlijk best een mooie dag - wat koud misschien.

,,Van wie zouden de schoenen zijn?'' Vera voelde ineens iets gevaarlijk kriebelen in haar buik. Alsof ze precies de verkeerde vraag had gesteld en het beter was geweest als ze de bruine schoenen gewoon met rust hadden gelaten. Ze keek Max bezorgd aan. Misschien begreep hij het en zou hij geen antwoord geven.

,,Weet ik niet,'' antwoordde Max.

,,Ik ook niet,'' zei Vera toen snel en opgelucht. Ze zette de schoenen weer netjes naast elkaar en kwam overeind. Ze hoopte dat Max nu niet verder zou gaan over de schoenen. Ze vond ze ineens eng namelijk, heel vreemd. Alsof er een griezelige man uit omhoog zou kunnen groeien; keurig van buiten, maar griezelig van binnen.

,,Zullen we kijken hoe het met de poedels van de burgemeester is?'' vroeg Max nonchalant. Hij had niet in de gaten dat Vera helemaal pips was. De vrouw van hun burgemeester had allemaal jonge poedels en daar kon je ontzettend om lachen, zulke stomme dieren.

,,Oké.'' Vera had er eigenlijk geen zin in, maar ze was al lang blij dat ze dan de schoenen de schoenen konden laten. Twee bruine grote mannenschoenen die zomaar netjes op de stoep stonden, er kon niks goeds uit komen.

,,Hup, kom op,'' riep Max - en daar gingen ze, een nieuw avontuur tegemoet. De bruine schoenen bleven keurig achter.