Een koppelaarster met adelaarsblik

Een van de meest gruwelijke verhalen die ik ken is `De school der goddeloosheid' uit de gelijknamige bundel van de Servische schrijver Aleksandar Tisma. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en het laat de lezer van binnenuit kennismaken met een folteraar die zijn bloedige arbeid verricht. Terwijl hij zijn slachtoffer doodmartelt, denkt deze Dulics aan zijn zieke zoon thuis en onwillekeurig opent zich een psychologische beerput, waaruit een onverkwikkelijk mengsel van frustratie, wreedheid, angst en erotiek oprijst. Wat het verhaal, ondanks de afgrijselijke details, zo indrukwekkend maakt, is de koelbloedigheid van de auteur die zich geen moment verliest in morele verontwaardiging, maar beeldend en exact oproept wat er in het hoofd van de folteraar omgaat.

Dit vermogen om zich te verplaatsen in de meest uiteenlopende personages, ook de meest verachtelijke, is typerend voor Tisma's schrijverschap. Zijn eerste in het Nederlands vertaalde roman heette Het gebruik van de mens en dat suggereert meteen hoe Tisma over de wereld denkt. Mensen worden gebruikt, door elkaar en door een ondoorgrondelijk lot, dat zelden iets goeds voor hen in petto heeft. Maar Tisma oordeelt of veroordeelt niet, althans nooit direct: hij toont en biedt zijn lezers op die manier een mogelijkheid tot identificatie, waarvoor vaak de nodige innerlijke weerstand overwonnen moet worden. Een hoogst ongemakkelijk soort nieuwsgierigheid wordt door hem bevredigd, zonder een spoor van koketterie met de verschrikkingen die hij ogenschijnlijk onaangedaan beschrijft.

In de onlangs vertaalde roman Die wij liefhebben uit 1990 blijven de verschrikkingen beperkt, vergeleken met het titelverhaal van De school der goddeloosheid of met een roman als De kapo. Tisma beschrijft ditmaal een `wereld van kleine dimensies', zoals het ergens wordt genoemd. Een obscure microkosmos van koppelaarsters, vrouwen die hun lichaam verkopen, en klanten. Lust, armoede, intriges, schaamte, affectie en misschien zelfs liefde – alles is erin aanwezig, net als in de grote buitenwereld, die slechts af en toe tussenbeide komt in de gedaante van een politieagent met zijn gevreesde opschrijfboekje, dat de dreiging belichaamt van rechtszaak en gevangenisstraf. Want prostitutie is verboden in het Novi Sad van vlak na de oorlog, de stad en de periode waarin Tisma zoveel van zijn verhalen en romans situeert.

Mozaïek

Een duidelijk `verhaal' is er niet. De roman heeft nog het meest van een mozaïek, opgebouwd uit kleine geschiedenissen, waarin nu eens de vrouwen alle aandacht krijgen, dan weer de klanten. Geen van allen zijn zij volledig thuis in de wereld van de betaalde liefde. De klanten hebben, buiten hun momenten van onbedwingbare lust, nog een ander leven, gevuld met arbeid en echtgenotes; de vrouwen zijn meestal onnozele meisjes van het platteland of huisvrouwen die een centje bijverdienen om hun fatsoenlijke, burgerlijke bestaan te kunnen handhaven. Alleen de koppelaarsters lijken zich, in weerwil van hun onderlinge rivaliteit, volkomen op hun gemak te voelen; tegen een flinke fooi brengen zij vrouwen en klanten met elkaar in contact en stellen zij hun slaapkamer, kelder of zolder ter beschikking voor een erotisch rendez-vous.

Hun permanente aanwezigheid voorkomt dat de roman in vormeloosheid tenondergaat. Als spinnen in het web houden zij de lotgevallen van de overige personages bijeen: de liefde van het meisje Emina voor de gehuwde Devic, de begeerte van de horlogemaker ^Spiler voor het hoertje Natasa dat hem zonder tegenprestatie zijn geld afhandig heeft gemaakt, de passie van de oude vrijster Ilona voor de kleine mollige Nadica, die haar klanten in háár woning ontvangt.

Diepgaande portretten zijn het niet die Tisma schildert. Vluchtig maar intens, zoals de prostitutie zelf, passeren zijn personages de revue, oninwisselbaar dankzij karakteristieke details. Koppelaarster Paula toont al haar bezoekers ongevraagd het litteken op haar linkerdij, veroorzaakt door een `fascistische kogel'. In het rendez-vous huis van tante Ru^za heerst een ouderwetse orde `met het gekartelde Franz-Joseph-stempel dat alles wat burgerlijk is in Novi Sad draagt'. Het meisje Envera wordt onvergetelijk door het enthousiasme waarmee zij zich in elke omhelzing stort `als een jonge soldaat in de strijd'.

Illusies

Ook in Die wij liefhebben ontbreekt elke veroordeling. Hoogstens veroorlooft Tisma zich nu en dan een zakelijke constatering, waarin je desgewenst een moreel oordeel kunt beluisteren. `Deze vrouwen handelen in lichamen, maar ze hebben hun waren van de natuur ten geschenke gekregen en onderscheiden niet al te best waar en waarin de waarde ervan ligt', schrijft hij bijvoorbeeld. Of hij laat fijntjes de dubbelhartige houding uitkomen van een klant die met een van de meisjes een soort relatie begint: `Het meisje behoort aan iedereen toe – dat bevrijdt hem van een hele hoop verantwoordelijkheden waarvan hij zich pas bewust wordt nu hij ze heeft afgeworpen, zonder dat hij ze helemaal op zich had genomen'.

Voor overdreven illusies is in Tisma's wereld evenmin plaats, behalve dan bij enkele van zijn meest naïeve personages. Maar ook zij leren tenslotte de werkelijkheid kennen, getuige de ontdekking van het treurige dorpsmeisje Emina wanneer haar een gevangenisstraf boven het hoofd hangt: de gevangenis, zo maakt zij op uit de verhalen van andere meisjes die al eerder achter de tralies hebben gezeten, is slechts `een leven als ieder ander'. Jeugd en gezondheid zijn belangrijker dan illusies, en als deze beide zijn verdwenen, blijft er altijd nog macht, de macht waarvan de koppelaarster Katarina geniet, terwijl zij zich in gedachten `als een soort nachtvogel' boven de stad ziet zweven, met `een adelaarsblik' onder iedere drempel glurend.

Dezelfde blik moet Aleksandar Tisma hebben gestuurd bij het schrijven van deze – door Reina Dokter wederom in uitstekend Nederlands vertaalde – roman, waarin een even rauwe als morsige wereld wordt blootgelegd, met een aandacht en een precisie die je ondanks alles alleen maar liefdevol kunt noemen. Hoewel de titel Die wij liefhebben aanvankelijk vooral een ironische indruk maakt, dient zij bij nader inzien toch ook letterlijk te worden genomen.

Aleksandar Tisma: Die wij liefhebben. Uit het Servo-Kroatisch vertaald door Reina Dokter. Meulenhoff, 127 blz. ƒ32,90

Buitenlandse literatuur