Een eerbetoon in oorlogstijd

Pskov heeft er 22 helden bij. Het zijn de officieren van de negende compagnie van het 104de regiment parachutisten uit de kleine provinciehoofdstad in het noordwesten van Rusland. Ze zijn op 1 maart gesneuveld toen de compagnie bij Oeloes-Kert in een hinderlaag van tweeduizend Tsjetsjeense rebellen liep. In de strijd kwamen 84 van de 90 mannen om. De doden zijn begraven, de zes gewonden zijn thuis of in het ziekenhuis. Woensdag 22 maart moest de apotheose volgen. De familieleden zouden door niemand minder dan minister Igor Sergejev van Defensie worden geëerd met de hoogste onderscheiding: Held van Rusland.

Generaal Ivan Komar is een dag eerder al met de nachttrein uit Moskou vertrokken om het bezoek van maarschalk Sergejev voor te bereiden. Komar werkt op de defensiestaf in de hoofdstad. Tientallen jaren is hij operationeel geweest in het veld: in Afghanistan en in de eerste Tsjetsjeense oorlog (1994-1996) die aan 150 para's uit Pskov het leven kostte. Komar kent de stad. In december heeft hij nog geprobeerd vanuit Pskov een zetel in de Staatsdoema te veroveren. Die poging mislukte – hij trad tijdens zijn verkiezingscampagne de burgers niet geheel nuchter tegemoet.

Zijn programma is nu tot in de puntjes vastgelegd. 11.00 uur: aankomst maarschalk Sergejev op het vliegveld van Kresti. 11.15: demonstratie gevechtstechnieken van para's op het schietkamp bij Palkino. 12.00: aankomst bij het Huis der Officieren in Pskov zelf. 12.10: ontmoeting met familieleden van gesneuvelden op tweede verdieping. 12.45: ontmoeting met veteranen uit `grote vaderlandse oorlog' (WOII) op eerste etage. 13.10: erewacht en parade op plein voor Huis der Officieren, kranslegging bij monument van alle sinds 1945 gesneuvelde para's van het 104de regiment en uitreiking `heldensterren' 14.00: lunch. 15.00: vertrek.

Alles leek op woensdag 22 maart dus op orde. Totdat 's morgens uit Moskou het bericht komt dat Sergejev niet zal verschijnen. Hij stuurt brigadegeneraal Georgi Sjpak, de bevelhebber van de Russische paratroepen. Maar ook Sjpak houdt zich niet aan het protocol. Hij arriveert uren te laat en gaat meteen naar het schietterrein. Buiten voor het Huis der Officieren staat het bataljon voor de parade kleumend in het gelid. De blaaskapel heeft de instrumenten gestemd en wacht gelaten af. Binnen beginnen de veteranen te morren. Een voor een verlaten ze ontstemd het pand.

Een verdieping hoger worden de familieleden opgetrommeld. Met een bus worden ze naar het oefenterrein vervoerd. Sjpak overhandigt daar 21 sterren en oorkondes.

Tegen halfvijf komt de brigadegeneraal uiteindelijk bij het Huis der Officieren aanrijden, de lokale autoriteiten in zijn kielzog. Het bataljon marcheert, Sjpak legt bloemen bij het monument, iedereen luistert naar de marsmuziek, het bataljon rukt in en klaar is Kees. Totdat iemand bemerkt dat er iets vergeten is. Een paar passen achter Sjpak is loopt een oude officier rond. Het is Kazimekkin, een Afghanistan-veteraan. Zijn zoon is ook in Oeloes-Kert gesneuveld. Maar hij heeft nog geen heldenster gekregen.

Het bataljon wordt teruggeroepen. De soldaten staan weer in het gelid. Ook Kazimekkin krijgt een donkerrood doosje met ster en oorkonde. Dan is de plechtigheid voorbij, Sjpak vliegt terug naar Moskou.

Pskov blijft in verwarring achter. Dat Sergejev het heeft laten afweten, interesseert hun weinig. ,,We hebben hem al genoeg gezien, bij de begrafenis. Laat hij maar in Moskou blijven'', zegt een officier met onverholen ergernis terwijl hij in de kantine wat op de speelautomaten rammelt.

Maar er zijn te veel vragen onbeantwoord gebleven. Waarom zijn maar 22 van de 84 omgekomen para's tot `Held van Rusland' verheven? Niemand weet het. Fatsoenlijk is het niet. ,,Of iedereen of niemand'', zegt de serveerster achter de bar. Belangrijker is de vraag wat er in Oeloes-Kert precies is gebeurd. De officiële lezing is simpel. Op 1 maart werd de 6de compagnie door tweeduizend rebellen overrompeld. In Pskov denken ze daar het hunne van. Pas op 3 maart drong het nieuws tot de stad door. Toen Joeri, zelf voormalig majoor bij de luchtafweer, op die dag op zijn werk kwam, werd hem dat achter de hand toegefluisterd. Dat wekte argwaan. Het hardnekkige zwijgen van Sergej Jastrzjemski, de speciale Tsjetsjenië-woordvoerder, heeft het wantrouwen verder gevoed.

In Pskov weten ze inmiddels beter. De versie uit Moskou klopt niet. De 6de compagnie heeft drie dagen en nachten moederziel alleen strijd moeten leveren in Oeloes-Kert. De roep om hulp van buiten is niet beantwoord. Zo werden de 90 mannen uit Pskov een prooi voor de `terroristen'.

Trouwens, hoe konden de rebellen zich zo makkelijk hergroeperen nadat ze eerder uit het stadje Sjatoi waren verdreven? Het plaatselijke communistische parlementslid Vladimir Nikitin hecht geloof aan de versie van Zavtra. Volgens deze radicaal-nationalistische krant heeft niemand minder dan minister Sergejev bevel gegeven om de Tsjetsjenen te laten ontsnappen.

Waar of verzonnen, de ouders en zusters van een achttienjarige rekruut hebben daar geen boodschap aan. `s Avonds, als brigadegeneraal Sjpak al lang weer thuis is, moeten zij op het station van Pskov afscheid nemen van hun zoon en broer. Samen met bijna honderd `kameraden-koersanten' moet hij met de trein van 19.10, via Moskou, naar Rostov aan de Don, in de noordelijke Kaukasus. In Rostov is niet alleen het mortuarium van het leger gevestigd, het is ook vlakbij Tsjetsjenië.

Vader rookt een sigaret per vijf minuten. Hij probeert zich op het perron in te houden. Moeder verslijt twee zakdoeken. Zoon staat bij het raam dat niet open kan. In gebaren praten ze met elkaar. Zijn familie maakt met duim en wijsvinger een nul, wat in Rusland `komt goed' betekent. Stipt op tijd vertrekt de trein. De zoon voegt zich bij zijn lotgenoten in de coupé. Op het perron barsten vader en moeder in huilen uit.