De aanklager aangeklaagd, dat is `gênant'

Door een rapport van de Europese Rekenkamer staat het Europees Parlement opnieuw in de beklaagdenbank.

De gebleken financiële onregelmatigheden bij de politieke fracties hebben de positie van het Europees Parlement verzwakt. Dat zegt GroenLinks Europarlementariër Joost Lagendijk. Zijn Groene fractie was vorig jaar zeer actief bij het aantonen van misstanden bij de Europese Commissie, die ten slotte tot aftreden werd gedwongen.

,,Gênant vindt Lagendijk het dat de Europese Rekenkamer nu ernstige kritiek heeft op de financiële administratie van zijn eigen politieke groep. Hij zegt schuldbewust te zijn en denkt dat Groene Europarlementariërs zich te weinig gerealiseerd hebben dat geld van de Europese Unie net zo goed moet worden geadministreerd als eigen geld.

Europarlementariër Hanja Maij-Weggen (CDA) wil helemaal niet over schuld praten. Zij zegt dat zij de kritiek van de Rekenkamer op het financieel beheer van de EVP-fractie, waartoe zij behoort, geheel deelt. Zij zegt die kritiek binnenskamers al lang te hebben geuit, wat, zoals zij erkent, tot nu toe nergens toe leidde. Zij wijt de fouten van haar fractie echter niet aan collega's, maar aan ,,onhelderheid van de regels''. Ze zegt: ,,Als dit opgeschoond wordt, komt dit het imago van het Europees Parlement ten goede.''

Maij-Weggen verdedigt de poging van het parlement om het voorlopige rapport van de Rekenkamer geheim te houden. De fracties hadden voor publicatie de kans moeten hebben om de Rekenkamer van weerwoord te dienen. ,,De Rekenkamer kan zich ook vergissen'', zegt zij. Het voorlopige rapport is echter door de Groene fractie naar de pers gelekt en Europarlementariërs hebben er nog geen fouten in kunnen ontdekken. Europarlementariër Max van den Berg (PvdA), wiens fractie door de Rekenkamer onder andere wordt bekritiseerd wegens nationaal gebruik in Nederland van EU-geld, wil pas over ongeveer zes weken op het definitieve rapport van de Rekenkamer reageren.

Door het onderzoek van de Rekenkamer is een eind gekomen aan een periode van betrekkelijke rust voor het Europees Parlement die begon toen eind 1998 de kritiek op het financieel beheer van de Europese Commissie hoog opliep. De voorgaande jaren zijn de Europarlementariërs herhaaldelijk in opspraak geweest wegens hun onkostendeclaraties, gunstige pensioenregelingen en onregelmatigheden bij de betaling van medewerkers. Een financieel statuut voor alle Europarlementariërs, dat een einde zou moeten maken aan veel bekritiseerde praktijken, is er ondanks jarenlang praten nog altijd niet.

Deze week heeft de interne accountant van het Europees Parlement een vertrouwelijk rapport gestuurd aan de parlementaire commissie belast met de controle op de begroting, waarin ernstige kritiek wordt geuit op het financieel beheer van het parlement. In 1998 zou voor miljoenen euro's in strijd met de regels geld zijn uitgegeven. Ook zouden bijna 12.000 voorwerpen ter waarde van vijf miljoen euro spoorloos uit de parlementsgebouwen in Brussel en Straatsburg zijn verdwenen. De socialistische Europarlementariër Helmut Kuhne heeft bovendien een zeer kritisch rapport gemaakt over het personeelsbeleid van de secretaris-generaal van het parlement, Julian Priestly. Bij benoemingen in hogere functies zou veelvuldig sprake zijn van vriendjespolitiek.