`Dankzij Boelgakov heb ik de bijbel ontdekt'

Vladimir Poetin is gekozen tot president van Rusland. Zijn ambassadeur in Nederland, Alexandr Khodakov, spreekt over het anti-communistische boek dat hem inspireerde.

``Gelukkig, met u hoef ik nu eens niet over politiek te spreken', zegt Alexandr Khodakov opgelucht aan het begin van ons gesprek. Anderhalf jaar geleden trad hij aan als ambassadeur van de Russische Federatie in Den Haag en nu al is hij uitstekend in staat in het Nederlands over koetjes en kalfjes te converseren. In de donkere, statige ontvangstruimte van de Russische ambassade, met Hollandse landschappen aan de muur en Delfts blauw in de vitrine, zegt hij over boeken liever in het Frans te spreken. ``Op mijn zesde leerde ik mijn eerste vreemde taal, het Duits. Het was dat of piano leren spelen. Op school kreeg ik Engels, tijdens mijn studie volgden Frans en Portugees. Ik heb eerst het Gotisch-Duitse alfabet geleerd, later het Russische en vervolgens het Romeinse.' Tijdens zijn studie aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen in Moskou, waar hij zich specialiseerde in internationaal recht, nam Khodakov aan het begin van de jaren zeventig deel aan een uitwisselingsproject met Algerije – uitzonderlijk voor die tijd. ``Ik ben het lot daar erg dankbaar voor. Die tijd in het buitenland heeft mij geleerd met andere ogen naar de wereld te kijken.' Na een aantal jaren op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Moskou, volgden benoemingen in Gabon en New York.

Geen wonder dat de literaire bagage van de heer Khodakov door veel taalgebieden is gevoed. ``Een groot aantal boeken heeft indruk op mij gemaakt', zegt hij, daarmee al aangevend dat hij het niet bij één titel zal laten. ``In het algemeen houd ik erg van sciencefiction. Mij interesseren niet zozeer die technische, op uitvindingen gerichte boeken, à la Jules Verne, maar die verzonnen situaties, waarin op een zekere manier het ware leven weerspiegeld wordt – de sociale kant. Natuurlijk heb ik op school de klassieke Russische literatuur gelezen, dat was verplicht. Die leesdwang heeft mij van sommige schrijvers voor het leven vervreemd. Ik heb bijvoorbeeld nooit meer van Dostojevski kunnen houden. Het is krankzinnig om jongeren van een jaar of vijftien Oorlog en vrede te laten lezen. Ze begrijpen op die leeftijd toch niets van Tolstoj? Tien jaar na mijn middelbare school heb ik het herlezen. Toen vond ik het indrukwekkend, al is mijn leven er niet door veranderd.'

Een boek dat dat wel deed was De meester en Margarita van de Russische schrijver Michail Boelgakov. ``Ik heb het in 1974 voor het eerst gelezen. De censuur had er ongeveer vijftien coupures in aangebracht. Die waren niet wezenlijk voor de algemene lijn, zoals ik later heb kunnen constateren, toen ik het boek in het Frans herlas. Het is ongelofelijk dat dat boek tijdens het communisme is verschenen, al was het natuurlijk wel een periode waarin de Sovjet-Unie flirtte met het Westen. Het boek is ronduit anticommunistisch. De meester en Margarita bestaat uit drie parallelle verhalen. Eén verhaal gaat over het Moskou in de jaren dertig – dus over de stalinistische tijd – waarin Satan verschijnt, vergezeld door Engelen des Doods. Parallel daaraan loopt een verhaal dat speelt in Galilea onder de Romeinse bezetting, dus ten tijde van Jezus Christus. Boelgakov schept als het ware een nieuw evangelie, al spelen de gebeurtenissen zich af rond een persoon die niet noodzakelijkerwijs de zoon van God is. Zijn personages zijn net even anders. Hij voert Pontius Pilatus op, maar legt net even een ander accent. Dat is fascinerend. Het derde verhaal is een liefdesverhaal tussen een schrijver en een vrouw die alles verlaat om maar bij hem te kunnen blijven. Dit verhaal is gelieerd aan dat over de verschijning van Satan en uiteindelijk belandt de schrijver in een gekkenhuis. Het is een ongelofelijk ingewikkeld boek, niet alleen moeilijk te begrijpen voor iemand uit het Westen, maar ook voor toekomstige Russische generaties. Je moet echt op de hoogte zijn van de context van het Moskou uit die tijd. Het is een psychologische roman, een liefdesgeschiedenis en een bijbels verhaal. Voordat ik dit boek las, had ik de bijbel niet gelezen. Mijn familie was niet bepaald godsdienstig, maar door De meester en Margarita raakte ik geboeid, wilde ik de brontekst lezen. In de Sovjet-Unie was de bijbel niet te koop. Na mijn eerste buitenlandse post was ik in Genève en er lag in het hotel een bijbel naast mijn bed, een versie in drie talen. In zekere zin heb ik die gestolen. Niet echt natuurlijk, want hij lag er juist zodat men hem kon meenemen – het was een manier om hem te verspreiden. Juridisch gezien heb ik hem dus niet ontvreemd, al voelde ik me wel een beetje gegeneerd. Eerst heb ik de Franse versie gelezen, nu lees ik hem in het Nederlands. Dankzij Boelgakov heb ik de bijbel ontdekt. Er zijn delen waar ik erg van houd, fragmenten die een aaneenschakeling van diepe wijsheid zijn. Het is een filosofisch boek, een onderdeel van de christelijke beschaving. Als je de Heilige Schrift kent, kun je gemakkelijker begrijpen waarom sommige mensen sommige dingen doen. Zelf ben ik niet praktiserend, maar ik heb wel een groot respect voor de rooms-katholieke kerk.'

Aan het begin van de jaren zeventig las Khodakov eveneens De drie kameraden van Erich Maria Remarque, een boek dat hem ook diep trof. Met Boelgakov vormt het in zijn herinnering een indrukwekkend tweeluik uit die tijd. ``De drie kameraden speelt in het Duitsland van vlak na de Eerste Wereldoorlog, een periode van ernstige depressie, waarin iedereen gefrustreerd en terneergeslagen was. Drie jonge mensen, intieme vrienden, proberen weerstand te bieden aan de tijdgeest. Ze hebben een garage, nemen deel aan autoraces – kortom, ze proberen er iets van te maken. Dan blijkt de vriendin van één van hen aan tuberculose te lijden. Ze verkopen alles om haar te redden, maar het mag niet baten. Ze sterft. Het is een erg triest, romantisch verhaal, maar het past goed bij de Russische mentaliteit. Een Rus hecht altijd meer waarde aan de spirituele kant dan aan de materiële. Je kunt geen cent hebben, maar toch gelukkig zijn. Ik was nog jong toen ik het las. Ik werd aangetrokken door die vriendschap, dat gevoel voor het tragische in het leven. Niemand had nog echt in de gaten dat het eind van de Sovjet-Unie in zicht was. Het was een tijd waarin er in feite niets gebeurde. Ja, oppervlakkig gezien gebeurde er van alles: confrontatie met de Amerikanen, gedoe met kernraketten, vredesmarsen, maar dat was de buitenkant. Wezenlijker was dat men begon in te zien dat de communistische propaganda vals was. Men zei ons dat het Sovjet-volk het beter had dan wie ook, maar de werkelijkheid bleek anders. Dat was de reden dat dat boek zo populair was; het beantwoordde aan het onbewuste gevoel van frustratie dat er heerste. Voor de meeste mensen bleef het communistische ideaal het uiteindelijke doel. Voor mij ook. Ik heb mijn illusies pas veel later verloren.'

Michail Boelgakov: De meester en Margarita. Verzameld Werk deel 3. Vert. Marko Fondse en Ai Prins.

Van Oorschot (1997), 446 blz. ƒ79,-

Correctie

In Boeken van vorige week stond bij de foto van de Russische ambassadeur Alexandr Khodakov een verkeerd onderschrift. De foto was niet afkomstig van AP, maar van ANP/Dijkstra.