Brave soldaat Schwejk wacht verbanning

Niet alleen economische resultaten geven aan of een kandidaat-lid van de EU klaar is voor toetreding. Tsjechië wacht een pijnlijke breuk met het verleden.

,,Willen we lid worden van de Europese Unie dan moeten we Švejk uit onze hoofden verbannen, de boekenkast in.'' De avonturen van de Brave soldaat Švejk, of Schwejk, zoals Jaroslav Hašek die in de jaren twintig van de vorige eeuw opschreef, typeren volgens rechter Jan Vyklický nog altijd het rechtsgevoel van de Tsjechische burger. ,,Een combinatie van angst en onbegrip voor het gezag enerzijds, en het ridiculiseren van dat gezag anderzijds.''

Vyklický is voorzitter van de rechtbank in het tiende district van Praag. Een kleine man met heldere ogen en een rond grijs baardje. Vanuit zijn statige, met veel donker hout ingericht kantoor ziet hij uit op een even statig plein. De gebouwen rondom ademen de sfeer van de Habsburgse tijd, de roze en lichtgele `roomtaarten' evenzeer als de donkere kanselarijen waar de keizerlijke ambtenarij de ijzeren grondslag legde voor de Midden-Europese bureaucratie.

Tsjechië is bezig lid te worden van de EU. Vyklický zou liever vandaag dan morgen over een burgerlijk wetboek beschikken naar Nederlands voorbeeld. Rechtspreken op een natuurlijke wijze, zoals zijn Nederlandse collega's dat doen: alle partijen uitleggen wat het beste is, in plaats van formalistisch op je strepen staan.

Vorig jaar oktober kreeg Praag van de Europese Commissie een slecht overgangsrapport: Tsjechië loopt achter met zijn wetgeving. Er moet haast gemaakt worden met de voorbereiding en het aannemen van benodigde wetten, anders kan het land uit de kopgroep van nieuwe leden tuimelen. Het jaar daarvoor had de regering van Miloš Zeman ook al een waarschuwing gekregen.

Maar het verleden blijkt niet zo gemakkelijk af te werpen, noch het communistische verleden van 1948 tot 1989, noch het Habsburgse verleden. Het interbellum met zijn eerste republiek onder de legendarische Tomáš Masaryk blijkt wat dat betreft weinig sporen te hebben nagelaten. Vyklický legt uit dat het huidige recht voor het grootste deel uit de Habsburgse tijd stamt, uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de communisten de autoritaire wetgeving alleen maar verder aangescherpt. Wezenlijk veranderde er weinig. De natuurlijke ontwikkeling van de wetgeving bleef decennia lang stil staan: niet de burger maar de overheid bleef voorop staan. Nog steeds kunnen ambtenaren formeel niet aangesproken worden op hun fouten. Daarvoor is de overheid verantwoordelijk. Bovendien zijn rechters niet verplicht een uitspraak te doen. Processen kunnen zich eindeloos voortslepen zonder dat de rechter met een eindoordeel komt.

Op Vyklický's kamer staan twee dikke kasten met nieuwe wetgeving. Er is sinds het begin van de jaren negentig veel werk verricht om de gaten te dichten en Tsjechië klaar te stomen voor het Europa van de burger en de vrije markt. Maar er valt nog veel te doen. Zo is er tien jaar na de invoering van de vrije markt nog altijd geen faillissementswet (al zijn de voorbereidingen inmiddels vergevorderd). Een ondernemer die een vordering heeft op een andere ondernemer wacht gemiddeld vier jaar voor zijn zaak voorkomt. Als er al een uitspraak komt valt er in de regel niet veel meer te halen bij de debiteuren.

Maar het gaat Vyklický niet alleen om de wetgeving. Hij heeft ook veel last van `niet-functionerende instanties': ,,Als we met een zaak bezig zijn brengt de politie de getuigen niet, geeft het kadaster geen informatie en bezorgt de post geen brieven.'' De ambtenarij doet om allerlei redenen onvoldoende haar werk.

De advocaten Tomáš Holas en Ladislav Prošek stuiten in hun praktijk vooral op wat zij omschrijven als een `fundamenteel gebrek aan rechtsgevoel'. Willekeur en gebrek aan traditie leiden tot situaties zoals Kafka die tachtig jaar geleden beschreef in Het Proces. Burgers dwalen eindeloos rond in mistige labyrinten van rechtspraak en vervolging. Zoals de dienstweigeraar die een gevangenisstraf moet uitzitten maar na zijn straf opnieuw een oproep krijgt, die hij opnieuw weigert, waarop een nieuwe straf volgt. Het principe dat je niet twee keer voor hetzelfde veroordeeld kan worden, blijkt gemakkelijk verloren te gaan in de Tsjechische rechtsstaat. De burger legt het maar al te vaak af tegen de formalistische hiërarchie, menen de advocaten. ,,Wij lopen dagelijks tegen dit soort zaken op. Het is een kwestie van de manier waarop het recht wordt opgevat en uitgevoerd.''

De praktijk van Holas en partners ligt tegenover de oude joodse begraafplaats van Praag. Het kantoor specialiseert zich in restitutiezaken, het teruggeven van eigendom dat in de oorlog of de communistische tijd in beslag is genomen. Holas geeft het voorbeeld van een joodse familie die tijdens de oorlog werd `geariseerd', alles moest opgeven, en na de oorlog, uit angst voor de communisten, niet op tijd met een claim kwam. In 1948 bepaalden de beroemde Beneš-decreten, genoemd naar de toenmalige president, onder meer dat wie geen claim had ingediend later geen enkel recht meer kon laten gelden. Volgens de regering zijn de omstreden Beneš-decreten – die vooral betrekking hebben op de verdrijving van honderdduizenden Sudeten-Duitsers en Hongaren uit Tsjechoslowakije – niet meer actueel, maar de rechters blijven zich er toch op beroepen.

Holas wijst op de invloed van de politiek op de rechtspraak. De politiek staat het functioneren van de rechtsstaat regelmatig in de weg. ,,Bij die schadevergoedingen gaat het om een gebrek aan politieke wil. Ze willen gewoon niet betalen. Rechtvaardigheid is een kwestie van wil, maar hoe kun je rechtvaardigheid verwachten van een premier die er geen been in ziet om in het openbaar te liegen?'' Ook rechter Vyklycký maakt zich zorgen over de invloed die de politiek op de rechtspraak wil houden. Het belang van de scheiding van de macht is nog lang niet tot alle leden van het parlement doorgedrongen. De rechter noemt een recent geval waarin afgevaardigden de rechterlijke macht nadrukkelijk wezen op hun politieke verantwoordelijkheid.

De overgang van een formalistisch rechtssysteem waarin veel beklonken werd in achterkamertjes naar een open systeem waarbij niet de overheid maar de burger in de eerste plaats staat, is enorm. Het vraagt om een nieuwe mentaliteit, een lawine wetswijzigingen op het gebied van privaatrecht en publiekrecht en totaal nieuwe wetgeving op bijvoorbeeld het gebied van ondernemingsrecht.

,,Sinds kort is er eindelijk een wetgevende storm opgestoken in het parlement'', zegt het hoofd van de EU-missie in Praag, Ramiro Cibrian. De Spaanse diplomaat denkt dat de boodschap duidelijk is overgekomen. ,,De harde kritiek heeft gewerkt.'' Vorig jaar was nog sprake van een angstwekkende stilte op het gebied van wetgeving, een gevolg van de merkwaardige verhoudingen in het parlement waar regering en oppositie de macht hadden gedeeld maar toch niet tot zaken kwamen. Nu is er duidelijk beweging.

Regering en oppositie hebben inmiddels plechtig beloofd om elkaar niet meer tegen te werken waar het de wetgeving betreft die noodzakelijk is voor toetreding tot de EU. Er wordt zelfs gedacht over versnelde procedures om het Brussel naar de zin te maken. De faillissementswet ligt inmiddels bij de Senaat. Het is een van de belangrijkste instrumenten om Tsjechië rijp te maken voor de interne markt. En dat is het belangrijkste criterium.

Maar er is ook nog iets als Europese waarden en normen in het openbare leven. Daarvoor moet er een nieuwe ambtenarenwet komen, vindt Cibrian. De wet moet ambtenaren motiveren om minder aan hun eigen belang te denken. Zij moeten verantwoordelijk worden gesteld voor hun daden. Er moet een einde komen aan de mentaliteit van corruptie en achterkamertjesbeleid die de Tsjechische maatschappij op dit moment nog kenmerkt, vindt Cibrian.