Wim Kok schrijft!

Het gebeurt niet vaak dat minister-president Kok zelf een stuk schrijft voor de opiniepagina van een krant. Sterker nog: hij deed het nog nooit als minister-president, terwijl hij die functie al weer bijna zes jaar uitoefent. Maar vorige week woensdag was het dan eindelijk zover. Aan de vooravond van de top van EU-leiders in Lissabon, had Kok in deze krant een bijdrage onder de titel `Europa moet aanzet geven tot economische vernieuwing'.

Nu is dat `zelf' schrijven natuurlijk maar betrekkelijk. Kok zet er zijn naam onder, het werk wordt gedaan door ambtenaren. Maar de bedoeling is duidelijk: als er een stuk onder de naam van de premier verschijnt, zeker als dat een unicum is, wordt daarmee een signaal afgegeven. Tenminste, dat zou men denken. Maar de primeur was tevens een deceptie. Het signaal is vanwege het gebrek aan signaal in het geheel niet opgepakt. Integendeel, wat er na publicatie volgde was een pijnlijke stilte.

Waar is het mis gegaan? Het begon er al mee dat Kok zich te elfder ure van een co-auteur had voorzien: vice-premier en minister van Economische Zaken Jorritsma. Het was weer eens een mooie illustratie van de altijd precaire nationale coalitieverhoudingen die niet toelaten dat een premier al te veel voor de troepen uit gaat lopen. Weliswaar is hij tijdens een Eurotop de vertegenwoordiger en onderhandelaar van Nederland, maar in eigen land wordt graag de fictie instandgehouden van een premier die niet meer is dan primus inter pares. Dus werd de naam van Jorritsma er aan vastgeplakt.

Hij van de PvdA, zij van de VVD; paarser kon het niet. Dat was dan ook wel te merken aan het stuk. Wat een leegte, wat een open deuren, maar ook wat een zelfingenomenheid met het eigen Nederlandse beleid. Het kernpunt in hun betoog was dat Europa op technologisch gebied ver achterloopt bij de Verenigde Staten en dat dit gat moet worden gedicht. Maar wie vervolgens in zo'n defensieve toonzetting de aanval aankondigt als Kok en Jorritsma deden, mag al blij zijn als de achterstand niet alleen maar groter wordt.

Eén citaat als voorbeeld: ,,Europa zal een serieuze krachtsinspanning moeten leveren om zijn aantrekkelijkheid als economische regio te bestendigen. Het zal vooral zijn groei- en vernieuwingsvermogen moeten verbeteren. De ontwikkeling van kennis en economisch-technologisch vernieuwing en het moderniseren van sociaal beleid zijn daarvoor cruciale ingrediënten.'' Er staat heel veel, maar tegelijk ook niets. Kortom, vrijblijvende nietszeggendheid, waar niemand zich een buil aan kan vallen.

Maar wellicht hadden Kok en Jorritsma met hun stuk ook geen andere pretenties dan het aangeven van goede bedoelingen en het bevestigen van bestaand beleid. Alleen is het dan niet zo verstandig van hen geweest uitvoerig het Nederlandse onderwijs te prijzen dat al zo zou zijn toegerust op de nieuwe tijd. Hiermee komen we dan op het zelfgenoegzame deel van de belijdenis van Kok en Jorritisma.

Op de intenties valt niets af te dingen: ,,Mensen zullen al op jonge leeftijd vertrouwd moeten raken met computer en Internet. Scholen moeten daarom toegang tot Internet hebben'', aldus beide auteurs. Maar dan komt het: ,,In Nederland is de minister van Onderwijs dan ook bezig met het uitrusten van scholen met het Kennisnet dat ook onbeperkt toegang heeft tot Internet. Maar ook het gebruik van computers en Internet door kinderen thuis moet sterk worden bevorderd.''

Was het maar waar, dat dit de situatie is. De werkelijkheid is door jarenlange verwaarlozing van vooral het basisonderwijs precies andersom. Als het om computers of Internetgebruik gaat nemen de kinderen de kennis niet mee van school naar huis, maar van huis naar school. Schaapachtig lachende leraren moeten toezien hoe ze door whizzkids uit hun klas wegwijs worden gemaakt met de muis. Het is de docenten nauwelijks kwalijk te nemen. Die zijn al lang blij als er voldoende collega's aanwezig zijn om alle klassen les te kunnen geven. Voldoende vervangers zijn er al lang niet meer. Daarvoor is het vak te onpopulair geworden.

Stelselmatig is de noodzaak van werkelijke investeringen in het onderwijs ontkend. Als de OESO constateert dat Nederland relatief minder geld uitgeeft aan onderwijs dan andere industrielanden luidt het antwoord uit Den Haag dat het hier `doelmatiger' gebeurd.

Dat laatste kan inderdaad niet worden ontkend. Kijk maar naar het computeronderwijs. Op de afdankertjes van de Belastingdienst en goedwillende bedrijven wordt de Nederlandse jeugd vertrouwd gemaakt met, zoals Kok en Jorritsma het noemen, ,,het bloedvatenstelsel van de kennissamenleving''. Tweedehands computers voor het onderwijs. Kan het symbolischer?

Toegegeven, er is bij de laatste begroting ook extra geld uitgetrokken voor ICT-onderwijs. Dit jaar: veertig gulden per leerling per jaar, oftewel het bedrag waarvoor vroeger een grote doos Caran

d'Ache-kleurpotloden werd gekocht. En als de computers dan eindelijk zijn aangeschaft, komen ze in lokalen te staan waar de ruimte per leerling nog altijd gebaseerd is op het klassikale houten banken-onderwijs van begin deze eeuw.

Doelmatig, zeker. Gelukkig zijn er nog de sponsors. Een slimme fabrikant van potato chips heeft momenteel een actie lopen, waardoor kinderen kunnen sparen voor bibliotheekboeken en cd-roms voor hun school. Hoe meer chips de kinderen consumeren, hoe beter de school ervan wordt. Het overtollige vet dat hiervan bij de kinderen het gevolg is, kunnen zij er helaas niet meer vanaf zwemmen, want het zwemonderricht op de basisschool is al eerder wegbezuinigd.

Zie hier het contrast met de grote woorden van de premier en de vice-premier die het hebben over de kennissamenleving die eraan komt. De treurige gang van zaken rond het computeronderwijs is maar een voorbeeld. Veel triester is natuurlijk nog de wijze waarop wordt omgesprongen met taalachterstanden. Twintig jaar na de eerste verhalen in Nederland over het ontstaan van witte en zwarte scholen komt de staatssecretaris met het voorstel om zestien (!) `laboratoriumscholen' aan te wijzen om te onderzoeken wat de beste taalmethode is. Het is Piggelmee in Madurodam.

,,Investeren in menselijk kapitaal is van essentieel belang voor het verwezenlijken van de Europese ambities.'' Schreven Kok en Jorritsma. Deden ze het maar.