Wereld Op Lucht

Terwijl de koers van World Online afgelopen vrijdag op de Amsterdamse beurs in elkaar plofte, spraken de Europese regeringsleiders in Lissabon euforisch over de nieuwe vergezichten van de Interneteconomie. De beursgang van het eerste Internet-bedrijf in Nederland werd een bittere teleurstelling voor beleggers die gehoopt hadden op een vluggertje. Op de Europese top beloofden de regeringsleiders ondertussen dat de EU binnen tien jaar de Verenigde Staten zal inhalen als `meest dynamische kenniseconomie ter wereld'.

Het heteluchtgehalte van beide gebeurtenissen is groot. De Europese regeringsleiders kunnen nóg zoveel toppen houden waarop ze zich tot de discipelen van de nieuwe e-conomy bekeren, zolang de moeren en bouten van de oude economie niet losser worden gedraaid, zal de EU worstelen om de economische dynamiek met bijbehorende welvaarts- en banengroei van de Verenigde Staten te evenaren. Het is een politieke illusie dat de EU de kloof met de VS in tien jaar zal kunnen dichten.

Illusies vervlogen ook bij de beursgang van verlieslijdend World Online. Na de grondige bewerking van het publiek door een agressieve marketingcampagne, bedacht door World Online-oprichtster Nina Brink zelf, waren de verwachtingen hoog gespannen. De aandelenuitgifte was vele keren overtekend, maar de beleggers die op een snelle koerswinst hadden gegokt, kwamen van een koude kermis thuis. World Online flopte.

De hardste klap kwam vorige week vrijdag, toen bekend werd dat Nina Brink drie maanden vóór de beursgang tweederde van haar aandeel in WOL had verkocht. Tegen een koers die niet is bekendgemaakt (het gerucht is: 6 euro), maar in ieder geval vele keren lager dan de uitgiftekoers van 43 euro. Beleggersconclusie: Brink vond WOL persoonlijk minder waard dan de prijs waarvoor het aan het publiek werd verkocht.

Dat wekt geen vertrouwen. Temeer niet, omdat in het prospectus van World Online de verkoop door Brink niet was vermeld. Ja, er stond dat ze een deel van haar aandelen had `overgedragen'. Die overdracht was met vaagheid omgeven, ook al door het ondoorzichtige woud van beleggings-bv's, onder meer gevestigd op de Antillen, maar vorige week bleek het te gaan om `verkopen'. Transfer was de newspeak voor cashen. Hier bleef de ontluistering niet bij. Een van de drie afnemers van Brinks pakket, de Amerikaanse firma in durfkapitaal Baystar Capital uit San Franciso, had een deel van zijn verworven aandelen bij de beursgang onmiddellijk verkocht.

Juridisch was het dichtgetimmerd, maar het druist in tegen de regel dat grootaandeelhouders bij een beursgang hun aandelen eerst een tijd vasthouden, de zogenoemde lock up-periode. Baistar was niet aan zo'n lock up-periode gebonden en toen dit bekend werd, waren vooral grote Amerikaanse investeerders briesend. Ze dumpten World Online.

Pijnlijk voor de Amsterdamse beurs, pijnlijk voor ABN Amro en Goldman Sachs, de banken die de beursgang van WOL hebben begeleid. Pijnlijk ook voor World Online en Nina Brink. En helemaal pijnlijk voor de werknemers van World Online.

Afgelopen dinsdag hielden zij een persconferentie om het beeld recht te zetten van het Internet-bedrijf. Dezelfde dag verscheen een artikel in de Wall Street Journal met even gedetailleerde als vernietigende informatie over de WOL-escapades. De eerste zin: `Lees de kleine lettertjes'.

De teleurstelling bij het personeel is begrijpelijk. Internet-bedrijven betalen in hun aanloopfase slecht, maar ze beloven gouden bergen bij de beursgang als opties op aandelen verzilverd kunnen worden. Dit is de geheime formule waarmee in de Verenigde Staten de afgelopen jaren een vermogensstijging van 800 miljard dollar (volgens sommigen `de grootste legale schepping van financiële welvaart uit de geschiedenis van de aarde') heeft plaatsgevonden. Bij World Online is het anders gelopen. Daar heeft het personeel zich in de schulden gestoken om eigen aandelen te kopen en nu kijkt men aan tegen een koersdaling van 40 procent.

De kwestie World Online is vervelend voor betrokkenen, maar niet het einde van de nieuwe economie. Want hoe spectaculair stijgende beurskoersen bij de introductie van dot.com-bedrijven ook zijn, vaak zakken die koersen daarna even hard weer in. Veel belangrijker is dat het uitzicht op de mogelijkheid van veel geld talentvolle medewerkers, durfkapitalisten en innovatieve ondernemers aantrekt. En dat de nieuwe dot.com-bedrijven met hun informatie- en communicatietechnologie (ICT) de productieverhoudingen in de hele economische keten, zowel privaat als publiek, overhoop halen.

Het effect van de ICT-revolutie wordt wel vergeleken met een genetische verandering die doordringt tot alle lagen van de bestaande economie. Oók tot de bedrijven die nu meesmuilend als de `oude economie' worden afgedaan. Maar die zullen natuurlijk overleven en hier komt de kwestie van de economische dynamiek waar de Europese regeringsleiders in Lissabon zo begeesterd over raakten, aan de orde. De EU denkt met aanbevelingen van bovenaf de e-conomy te kunnen bevorderen. Maar afgezien van de noodzaak het juridische speelveld te egaliseren en waar nodig te voorzien in nieuwe wetgeving, gaat het om economische activiteiten die volledig gedreven worden door de markt.

Dit is een van de grote veranderingen. De overheid staat grotendeels langs de zijlijn in de nieuwe economie. Europese overheden, Europese bedrijven en Europese werknemers zijn daaraan minder gewend dan hun Amerikaanse tegenhangers. Zonder tegenbericht bieden de Verenigde Staten vooralsnog de meest opwindende mogelijkheden voor ondernemerstalent en investeerders uit de hele wereld. Daarom groeit de Amerikaanse economie onstuimiger dan de Europese. Daar helpen geen Europese top of beursafgang van Nina Brink aan.

rjanssen@nrc.nl