Van Mierlo moest zwijgen over ambassadeur Roëll

Oud-minister Van Mierlo werd door toedoen van koningin Beatrix min of meer gedwongen tegenover de Tweede Kamer te liegen.

Als slechts de hele waarheid de werkelijkheid is, is dan ook alleen de hele werkelijkheid de waarheid? Nee, meent de vroegere minister van Buitenlandse Zaken, H. van Mierlo. De waarheid is ondeelbaar, maar aan de werkelijkheid valt te sleutelen. Wie een deel van de werkelijkheid achterhoudt, kan bijvoorbeeld tóch de waarheid spreken.

Zijn aanleg voor filosofie komt de oud-bewindsman goed van pas nu H. van Wijnen, redacteur van deze krant, in zijn boek `Het geheim van de kroon' onthult dat Van Mierlo in 1996 door toedoen van koningin Beatrix min of meer is gedwongen om in de Tweede Kamer te liegen over de overplaatsing van de Nederlandse ambassadeur E. Roëll van Zuid-Afrika naar Brussel. Van Wijnen zegt zich te baseren op ,,meervoudige bronnen'', die hij niet wil prijsgeven.

Roëll, zo schrijft Van Wijnen in zijn boek dat morgen verschijnt, werd in het najaar van 1994 teruggeroepen door tussenkomst van koningin Beatrix. Zij wilde om persoonlijke redenen niet dat hij haar tijdens haar staatsbezoek aan Zuid-Afrika in september 1996 zou begeleiden. Beatrix had zich geërgerd aan de voorbarige ruchtbaarheid die Roëll had gegeven aan haar voorgenomen staatsbezoek aan Zuid-Afrika. De publiciteit die de ambassadeur had gezocht tijdens een bezoek van Willem-Alexander aan Zuid-Afrika was haar ook slecht bevallen. Bovendien was de koningin ontstemd over een escapade van Roëll met een Deense vriendin, voor wie hij enige tijd daarvoor tijdelijk zijn vrouw had verlaten.

Van Mierlo besloot haar verzoek tot overplaatsing niet in te willigen. Op het functioneren van Roëll was in zijn ogen niets aan te merken. Maar toen hij op het paleis kwam om de koningin dat mee te delen, werd hij overdonderd door een compliment. Nog voor hij iets kon zeggen, bedankte de koningin hem hartelijk voor de medewerking die hij had verleend aan de overplaatsing van Roëll. ,,Uit wat de koningin hem vertelde en vooral uit haar kennelijke opluchting, maakte [Van Mierlo] op dat hem iets moest zijn ontgaan dat onherroepelijk was'', schrijft Van Wijnen. De secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken, D.J. van den Berg, bleek de overplaatsing in Van Mierlo's afwezigheid te hebben geregeld. Hij had uit de lichaamstaal van de minister geconcludeerd dat deze akkoord was, verklaarde hij later. Op Kamervragen – de pers had inmiddels lucht gekregen van de zaak – antwoordde Van Mierlo dat Roëll was overgeplaatst op grond van ,,management-overwegingen op het departement''. Over de echte reden zweeg hij. Adviezen, aansporingen of waarschuwingen van de kroon zijn immers geheim.

Van Mierlo heeft de bewuste passages in het boek van Van Wijnen gelezen, zo laat hij telefonisch weten. Zijn verklaring in de Kamer destijds dekte misschien ,,niet de hele werkelijkheid'', maar was daarmee nog geen onwaarheid,zegt hij. Het was ,,een deel van de werkelijkheid'' en dat deel, zo filosofeert Van Mierlo, was niet in strijd met de waarheid. ,,De volledige werkelijkheid, hoe graag ik die ook zou willen onthullen, wordt beperkt door de wet van de vertrouwelijkheid en de ministeriële verantwoordelijkheid. Maar het deel van de werkelijkheid dat ik in de Kamer heb verkondigd, is wél de waarheid. Ik heb de Kamer niet maar wat voorgelogen.''

Van Wijnen, die de ontstaansgeschiedenis van het koningschap beschrijft en het moeizame huwelijk tussen ministeriële verantwoordelijkheid en koninklijke onschendbaarheid, pleit voor drastische inperking van de politieke taken van het staatshoofd.