Skiën in de woestijn

Vorig jaar gingen een kleine honderdduizend Europeanen op vakantie in Libië. Vooral de zandduinen in het zuiden zijn een belangrijke trekpleister. Zelfs skiën is er mogelijk.

Op een blauw bord langs de asfaltweg bij Tekerkiba, een dorpje in de Libische Sahara, staat in Arabische letters het woord camping geschreven. Eronder een pijl die maar rechts wijst, naar een karrenspoor. Het pad slingert door een klein palmbomenbos en eindigt een paar kilometer verderop bij de slagboom van de camping. Een zwarte jongen opent de poort, waarna de bezoekers naar binnen kunnen.

Op de camping, die aan de rand van een uitgestrekt zandduinengebied ligt, verblijven enkele tientallen Europese toeristen: twee Oostenrijkers op de motor, een Duits reisgezelschap met vijf campers en een groep Fransen die een georganiseerde reis maken via een Libische touroperator. Twee weken lang trekken ze kriskras door de woestijn. ,,Avontuur en expeditie'', weet campingbaas Abdul, ,,daar houden Europeanen van.''

Abdul, in spijkerbroek en blauwe blouse, klaagt dat de lokale autoriteiten onlangs opdracht gaven tot de verwijdering van het woord camping in Latijnse letters, dat naast de Arabische tekens op het bord langs de asfaltweg stond. ,,Eigenlijk is het gebruik van het Latijnse alfabet op reclamezuilen in Libië verboden'', zegt Abdul. ,,Maar ik hoopte dat de autoriteiten misschien wel een uitzondering wilden maken, als dienstverlening aan toeristen. Helaas bleek dat dus niet het geval te zijn.''

Het aantal toeristen dat Libië bezoekt neemt snel toe. Vorig jaar ontving het land een kleine honderdduizend Europese vakantiegangers. Dat Libië werelwijd terroristen zou steunen, schrikt steeds minder reizigers af. Behalve de woestijn zijn de vele goed bewaarde Romeinse ruïnes langs de Middellandse Zeekust een trekpleister. En niet te vergeten de kilometerslange zandstranden die door bijna niemand gebruikt worden.

Het zandduinengebed bij Tekerkiba, dat ongeveer 1000 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Tripoli ligt, is een van de grootste toeristentrekkers in Libië. In het gebied liggen enkele schilderachtige oases, waarvan Gabron de bekendste is. Tot tien jaar geleden was Gabron een dorpje met een paar duizend inwoners. Maar sinds de bevolking in 1990 verhuisde naar een nieuw dorp, ongeveer zestig kilometer verdeop, is Gabron onbewoond.

Een aantal Libische touroperators heeft van Gabron een vakantieoord gemaakt. Maar het is geen modern toeristenparadijs met vijfsterrenhotels en disco's. De charme van Gabron, dat rondom een meer ligt, bestaat vooral uit de primitieve omstandigheden. Elektriciteit is er niet en water moet met een emmer die aan een touw hangt uit een put worden getakeld. Als er tenminste water is, want de put staat vaak droog.

,,Houd je goed vast'', zegt de chauffeur van de Libische touroperator Africa Tours, terwijl hij in zijn terreinwagen vol gas een zandduin oprijdt. Met vijf toeristen – twee Europeanen en drie Libiërs – is hij op weg naar Gabron. De man heeft duidelijk plezier in het rijden over de zandduinen, die hier vaak honderden meters hoog zijn. Vlak voordat hij op de top arriveert laat hij het gas los, zodat de auto rustig over de duinenkam schiet en door het rulle zand aan de andere kant weer naar beneden glijdt.

Autorijden over de duinen is een kunst apart. Op diverse plaatsen liggen wrakken van auto's die te hard over de zandbergen reden, waardoor ze met vier wielen los van de grond kwamen en aan de andere kant van de duin te pletter sloegen. Wie te langzaam rijdt blijft namelijk bovenop de duin in het zand steken en moet zijn auto uitgraven. ,,Vooral toeristen die met hun eigen auto naar Gabron rijden maken regelmatig fatale fouten'', zegt de chauffeur. ,,Diverse Europeanen zijn al zwaargewond in het ziekenhuis beland.''

De tocht van de camping naar Gabron duurt ongeveer twee uur. Naarmate Gabron dichterbij komt, neemt de begroeiing toe. Af en toe schieten gazellen weg, die hun rust bruut verstoord zien door het naderende lawaai. De auto, een meer dan twintig jaar oude Toyota, heeft het niet makkelijk in het rulle zand. Regelmatig moeten we stoppen om de motor te laten afkoelen. ,,De radiator is niet meer in al te beste staat'', zegt de chauffeur verontschuldigend. Maar je hoeft je geen zorgen te maken, we halen het wel.''

Uiteindelijk doemt dan in de verte Gabron op. De oever van het meer staat vol met palmbomen, waarin enorme hoeveelheden dadels hangen die prima smaken. Veel van de verlaten huizen zijn nog intact. Overal in het dorp vind je bezittingen die de bewoners hebben achtergelaten. In de lemen huisjes, die van binnen prachtige muurschilderingen hebben, liggen kapotte olielampjes en oude kleren. Aan de overkant van het meer is een oud dorpshoofd begraven. Een witte vlag, die vroeger groen was maar door de felle zon is verkleurd, markeert de plek.

Volgens de Libiërs is het water in het meer zeven keer zo zout als het water in de Dode Zee. Zwemmen is daardoor niet mogelijk, drijven wel. Maar het zout doet gemeen pijn op de huid, waardoor het niet echt plezierig dobberen is. In het meer, dat tientallen meters diep schijnt te zijn, leeft een op garnalen lijkende wormsoort, die eetbaar is. De bevolking in de omgeving gelooft dat de diertjes een medicinale werking hebben. Met name oud-inwoners komen regelmatig naar Gabron om de wormen te vangen, waarna ze met zakken vol weer terugkeren naar huis.

Even buiten het dorp heeft een Libische touroperator een aantal strohutten laten bouwen, waar toeristen tegen betaling kunnen overnachten. Maar omdat het in Gabron 's avonds wemelt van de muggen, zijn er nauwelijks reizigers die de hutten gebruiken. De meeste toeristen kiezen ervoor een paar kilometer de zandduinen in te rijden, om daar hun eten te koken en onder de blote hemel te slapen. Muggen blijken zo ver niet te kunnen vliegen.

De enige vaste bewoner van Gabron is de Malinese gastarbeider Cheikh Kouina. Kouina, die in dienst is van een Libische touroperator, drijft een restaurant waar toeristen spaghetti en blikjes lauwe cola of alcoholvrij bier kunnen kopen. ,,Echt bier is in Libië verboden'', zegt Kouina. ,,Maar alcoholvrij bier is ook best lekker.'' Kouina, die zijn haar lang in de nek draagt, woont al meer dan een jaar lang onafgebroken in Gabron. Hoewel hij klaagt dat zijn loon aan de lage kant is, heeft hij het prima naar zijn zin.

Nadat de spaghetti naar binnen is gewerkt, loopt Kouina naar zijn hut om even later met een set oude ski's terug te komen. Hij vertelt dat hij de ski's cadeau heeft gekregen van Europese vrienden. Skiën in de woestijn is volgens hem een nieuwe rage, waar vooral Oostenrijkers en Zwitsers dol op zijn. Kouina kan zelf niet skiën, maar hij beweert dat bijna alle toeristen die het geprobeerd hebben enthousiast waren. ,,Zand schijnt iets minder goed te glijden dan sneeuw. Maar als de duinen zo hoog zijn als hier is dat geen enkel probleem.''

Wat wel een probleem lijkt, is de afwezigheid van liften. Toeristen die willen skiën laten zich vaak ontmoedigen door de gedachte dat ze eerst door het mulle zand omhoog moeten klauteren, wat een hele onderneming is in de verzengende hitte van de Sahara. Maar Kouina wuift deze bedenkingen weg en zegt een uitstekende oplossing te hebben. ,,Sommige Libische chauffeurs zijn zo goed in het autorijden over de zandduinen, dat ze je met ski's en al naar boven kunnen brengen. Als je wilt kun je zonder moe te worden de ene na de andere afdaling maken.''