Mexico volgt OPEC met verhoging olieproductie

De Mexicaanse minister van Energie, Luis Tellez, heeft gisteren bekendgemaakt dat zijn land in april de productie van ruwe olie met 150.000 vaten per dag zal verhogen. Mexico volgt hiermee het besluit van de organisatie van olieproducerende landen, OPEC, die dinsdag in Wenen al een productiestijging van 1,45 miljoen vaten aankondigde. Verwacht wordt dat ook Noorwegen binnen enkele dagen de productie verhoogt.

Tellez hoopt dat de voorgenomen verhogingen een stabiele olieprijs van ongeveer 25 dollar per vat bewerkstelligen. De markt reageerde positief op de aangekondigde productiestijgingen. De prijs van een vat Brent zakte afgelopen dagen naar 24,18 dollar.

De minister acht het nog te vroeg om voorspellingen te doen over de olieprijs in het tweede kwartaal van dit jaar. Hij benadrukte wat dat betreft het belang van de volgende OPEC-conferentie op 21 juni, waarbij opnieuw zal worden gekeken naar de prijs-productieverhoudingen.

In de Verenigde Staten heerst echter de nodige scepsis over een mogelijke prijsdaling. De Amerikaanse energieminister, Bill Richardson, sprak gisteren de verwachting uit dat de prijs voor een gallon benzine (3,78 liter) tegen juli met 15 dollarcent gedaald zal zijn. Momenteel kost een gallon 1,55 dollar. Critici wijzen echter op een stijgende vraag door het hogere benzineverbruik in de zomermaanden. Tevens zou aanvulling van de schaarse voorraden de olieprijzen weer kunnen opdrijven.

Het International Energy Agency in Parijs schatte onlangs dat een productieverhoging van 2,3 miljoen vaten per dag nodig zou zijn om aan de gestegen vraag te voldoen. Een quotum dat ruim ligt boven de aangekondigde productieverhogingen. De tot dusver aangekondigde stijging van de productie komt hier niet bij in de buurt. In de aanloop naar de OPEC-conferentie van afgelopen week zetten de VS de bij de OPEC aangesloten landen onder druk om de productie te verhogen. Dit leidde tot fel protest van Iran, dat Saoedi-Arabië en Koeweit ervan beschuldigde te zwichten voor Amerikaanse belangen. De Saoedische olieminister, Ali al-Nouaïmi, sprak dat tegen.