Mea culpa

De beschouwing van J.L. Heldring over het mea culpa van de paus in de krant van 17 maart verdient enige rechtzettingen.

Zo is de door hem gesuggereerde tegenstelling tussen het mea culpa van de paus en diens onfeilbaarheid een valse, aangezien dat mea culpa betrekking heeft op menselijk wangedrag en die onfeilbaarheid alleen op standpunten inzake geloof of zeden die door de paus ex cathedra worden uitgesproken, dat wil zeggen als definitief bindend – en als zodanig plechtig afgekondigd – voor de leden van de roomskatholieke kerk. Overigens zijn dergelijke uitspraken tot op heden slechts in bescheiden mate gedaan en is de paus, behalve in het beschreven geval, in beginsel even feilbaar als wie dan ook.

Voorts heb ik nergens duidelijk gelezen dat de paus alleen leden van de roomskatholieke kerk schuldig acht en niet die kerk zelf. Integendeel, hij sprak terecht en grootmoedig in de `wij'-vorm.

Ook vindt Heldring het verwonderlijk dat de paus niet sprak over `fouten en misdaden' van vandaag en hij noemt dan als voorbeeld de vermeende onwaardigheid van de vrouw om het priesterambt te bekleden.

Ik heb van de zijde van de roomskatholieke kerk wel eens andere argumenten gehoord, waarmee ik overigens moeite heb, maar nog nooit die zogenoemde onwaardigheid.

Er zijn in de Nederlandse media heel wat schampere woorden geuit over het toch goed bedoelde mea culpa van de paus. Het zij zo. Maar die critici hadden bij hun beoordeling wel wat boter op hun hoofd door niet terug te denken aan ónze koele houding jegens de joden tijdens en kort na de laatste wereldoorlog en – wat verder weg, in de reformatietijd – aan de beeldenstorm, de roof van roomskatholieke kerken en de marteldood in Gorkum, om maar enkele historische feiten te noemen.

Hopelijk is het mea culpa van de paus ook bevorderlijk voor ons eigen schuldbewustzijn.