IERSER DAN IERS

De `authentieke Ierse pub' is een wereldwijd commercieel succes. Ze heten allemaal O'Neill's of O'Reilly's en zijn identiek ingericht van Oslo tot Barcelona. Zelfs in Ierland zelf duikt hij nu op. Sommige kroegen in Dublin lijken immuun voor de gewiekste marketing-formule en een jonge generatie Ieren opent de tegenaanval. ,,Drink niet met de schapen.''

De ergste Ierse pub die de schrijver Dermot Bolger zich kan herinneren stond in Parijs en was speciaal gebouwd voor een literair festival. Drie muren waren volgestouwd met Ierse requisieten zoals de groen-wit-oranje vlag en oude whiskey-reclames. De vierde wand was de balie van een hamburgerketen, griezelt Bolger nog na.

De engste Ierse pub staat volgens hem in Zweden. Het is The Auld Dubliner, zijn stamcafé in Dublin, maar dan steen voor rode baksteen nagebouwd in Göteborg. ,,Ik schrok me rot toen ik hem zag'', zegt Bolger. ,,Ik dacht heel even: als ik hier binnen ga, zie ik ook nog bekenden zitten.''

De Ierse pub is een wereldwijde hit. Van Buenos Aires tot Wenen, van Sjanghai tot Bahrein en van Melbourne tot Novosibirsk. Ze heten O'Neill's, O'Reilly's, Kilkenny's, Muddy Murphy's of Scruffy Joe's. Achter de bar hangt een bord met het aantal dagen tot St Patrick's Day. Uit de tap vloeit Guinness stout, de turfkleurige nationale drank. Aan de muren hangen Ierse hockeysticks en wegwijzers naar Tipperary, op de menukaart staat Irish stew en uit de luidsprekers klinkt Keltische pop. Ze wekken de indruk dat ze er al honderd jaar staan, maar in werkelijkheid komen ze voort uit een gewiekste marketingformule die sinds tien jaar zeer succesvol is: de Irish theme pub.

,,Zulke pubs belichamen een stereotiep beeld van Ierland dat teruggaat op de negentiende-eeuwse emigranten, die hun herinneringen romantiseerden in hun nieuwe vaderland'', zegt Tanya Cassidy, lector sociologie aan Trinity College in Dublin en gespecialiseerd in de Ierse drinkcultuur. Dat de moderne theme pub het eerst aansloeg in Amerika, Australië en het Verenigd Koninkrijk waar de Ierse diaspora neerstreek, is dan ook geen toeval. De Ier heeft wereldwijd een negatief imago als zuipschuit, zegt Cassidy. ,,De commercie buigt dat om tot iets verleidelijks: het idee dat deze mensen als geen ander weten wat plezier maken is. Van die formule heeft Guinness een groot succes gemaakt.''

Harde cijfers staven dat. Een gewoon Londens café met Guinness op tap verkoopt misschien een vat of twee in de week. Maar na een verbouwing tot `authentiek Ierse pub' kan dat gemakkelijk tot veertig vaten oplopen, weet de brouwerij.

Ierland is in de mode: van de boeken van Roddy Doyle en de broers McCourt, tot de films van Neil Jordan en Ierse bands als U2 en Oasis. En van de onstuimige internet-scene in Dublin tot de ongerepte turf in het westen. Neem een slok – waar ook ter wereld – en je bént in Ierland!, zegt Guinness. Het is een investering – reken op een miljoen gulden – maar het loont. Wat moet een voortmodderende kroegbaas dan als de man van de brouwerij langskomt met een fotomap en een investeringsplan?

De Irish Pub Company (IPC) bellen! Dit bedrijf heeft sinds 1991 in veertig landen ruim 350 pubs ontworpen, gebouwd of verbouwd. Als het grove hak- en breekwerk is gedaan, kan de nieuwe publican bij IPC-zuster Interiors Trading Company (ITC) een complete inrichting uitzoeken. In de showroom op een industrieterrein bij Dublin, uit de postordercatalogus of online.

De interieurs zijn er in vijf `basissmaken': de Victoriaanse grotestadspub (spiegels en glimmend hout), de cottage pub (lage plafonds, open haard), de Keltische pub (ruw hout, kabouters), de dorpswinkel (pakken zeeppoeder en biscuit achter de bar) en de brouwerijpub (biertonnen), plus een niet-specifiek Ierse nautische variant (scheepskoperwerk, touw). De ITC levert alles; smeedijzer, lampen en de requisieten, die soms echte bric-à-brac zijn maar vaker alleen oud ogen, want nieuw gemaakt in China.

Guinness steekt weinig eigen geld in de theme pubs. Maar de brouwer organiseert wel cursussen voor aankomende Ierse kroegbazen, bemiddelt tussen café's en traditionele muziekgroepen, en heeft zelfs een soort uitzendbureau voor Iers barpersoneel. Want alleen Ieren beschikken over `de juiste mix van roddel, geestigheid, conversatie, debat en informatie', zonder welke `een authentieke Ierse pub-ervaring' niet compleet is.

Onder sommige Ieren in het buitenland roept de opkomst van de theme pub felle reacties op. Zo scheldt de Londense Ier Tim Bradford op de `Finneganisering' van het caféwezen in de Britse hoofdstad. Over zijn local boozer ligt nu een `verstikkend laagje stroperige fop-Iersheid', schrijft Bradford in Is Shane MacGowan Still Alive?, zijn deze maand verschenen debuut.

Onder Ierse Ieren is het niet anders. ,,Ik noem die pubs Shity O'Shite's'', zegt Oliver Hughes met een verwijzing naar de Ierse variant van `shit'. Hughes, een advocaat die kroegbaas werd, heeft reden voor woede: de formule van de theme pub maakt nu zelfs in Ierland furore. Er wáren al een Russische bar, Latijns-Amerikaanse café's en een Amerikaanse diner, maar kennelijk ontbrak het Ierland aan Ierse pubs.

De eerste verschenen in zomerse toeristencentra als de schiereilanden van Kerry en Dingle in het Westen, maar nu sluit ook in Dublin de ene pub na de andere voor een korte verbouwing om daarna als een `echte' Ierse pub te heropenen. Gevuld met voorwerpen die hun gewone nut hebben verloren en alleen dienen als `Ierse totem', zoals de socioloog Eamonn Slater ze noemt in een bundel die volgende maand uitkomt*.

De trend is goed te zien in Temple Bar, de gerestaureerde wijk aan de zuidoever van de Liffey die zichzelf graag het Quartier Latin van Dublin noemt. De sfeer is er niet slechter op geworden sinds groepjes Engelsen op vrijgezellenpartij worden geweerd. Maar elke vrijdagavond klinkt uit vele deuren de Riverdance, een namaak-Keltische pophit. In het verbouwde Fitzsimons gaan de beentjes van de vloer. En in de vernieuwde Oliver St John Gogarty hangen groepjes te dikke Amerikanen tegen elkaar, blij dat ze eindelijk hun roots hebben gevonden. Zelfs The Auld Dub' moest eraan geloven.

,,Ierland is exotisch in Lissabon of Antwerpen'', zegt schrijver Dermot Bolger. ,,Ik snap wat een Ierse pub aantrekkelijk maakt in het buitenland, maar wat doet zoiets in Dublin of Cork? Tien jaar geleden had elke pub hier een eigen karakter. Nu proberen ze allemaal hetzelfde cliché te imiteren.''

Allemaal? Nee. Sommige lijken immuun. Zoals Mulligan's in Poolbeg Street aan de Liffey, waar de sneltram voorbij raast en links en rechts kantoorblokken omhoogschieten in het voormalige havengebied. Of zoals Kavanagh's, naast de poort van het kerkhof ten noorden van het centrum, die bij elke taxichauffeur als Gravedigger's bekend staat. Omdat de grafdelvers er door een speciaal achterdeurtje na (en mogelijk ook vóór) gedane arbeid binnen komen om een glaasje met de rouwenden te drinken. ,,Paddy zou het zo gewild hebben'', is het eerste (en het laatste) wat je hier denkt.

Of neem Crogan's Castle Lounge, een iets te mooie naam voor een mudvol bruin café waar zeker wel eens is verbouwd, maar niet sinds de jaren vijftig. Daar staat Tommy achter de bar en op de krukken ervóór zit de halve clièntele van zijn vorige pub. ,,Het zinkende schip volgde de ratten'', zeggen ze er lachend bij.

En dan is er natuurlijk Hartigan's in Lower Leeson Street, waar de `pub-belevenis' al decennia geleden onbedoeld is teruggebracht tot zijn essentie: een tap, een vloer vol peuken en twee flikkerende TL-buizen.

Sommige Ieren weigeren lijdzaam af te wachten tot de laatste volhouders zijn uitgestorven. Zij openen de tegenaanval op drie fronten. Ten eerste verschijnen er steeds meer moderne, Ierse pubs. Hier komen de jonge Ieren die de afgelopen jaren in hordes zijn teruggekeerd uit Amerika of Australië om te profiteren van groeicijfers van de `Keltische tijger'. Zulke Ieren voelen zich bijvoorbeeld thuis in The Octagon Bar in het gerenoveerde Clarence Hotel, waarin de popgroep U2 een deel van zijn internationaal vergaarde fortuin heeft geïnvesteerd. Hier nipt de Nieuwe Economie mineraalwater en Martini's tussen plexiglas en roestvrij staal, maar kil is het er zeker niet. ,,Ze verwerpen alleen de oude cliché-identeit van een mooi maar achterlijk Ierland'', zegt Tanya Cassidy. ,,Ze willen liever aan New York herinnerd worden.''

De Castle Inn aan Lord Edward Street doet het omgekeerde. Hier wordt eenmaal per twee weken, op donderdag, alleen Gaelic gesproken, de Ierse volkstaal die alleen nog in het westen van het land leeft. Zeker, je wordt er vanavond gewoon bediend, maar de boodschap is duidelijk: we zijn hier onder ons.

Oliver Hughes vecht op een derde front. Hij opende aan Parliament Street de eerste microbrewery van Dublin, The Porter House, een kroeg met brouwerij aan huis. `Drink niet met de schapen', liet hij op zijn viltjes drukken en wie bij hem een glas Guinness bestelt, wordt beleefd uitgelachen. Hij schenkt alleen zijn eigen stout, dat Oyster heet en uit een koperen ketel op zolder naar een vat in de kelder stroomt om te fermenteren. En acht andere zelfgebrouwen bieren met een eigen karakter. In de achttiende eeuw brouwde vrijwel elke kroeg zijn eigen bier, zegt Hugues, maar ,,door het Guinness-monopolie is Ierland een bierwoestijn geworden''.

Zijn idee vindt navolging. Naast O'Connell Bridge, de belangrijkste brug over de Liffey, is kortgeleden een tweede microbrewery geopend. En Hughes erkent dat hij zelf misschien óók een formule heeft ontdekt. Want binnenkort opent hij een filiaal in de Londense wijk Covent Garden, magneet voor Italianen, Japanners en Amerikanen. ,,Het is een grijze zone'', grijnst Hughes. Maar een `designer-pub' wordt het niet, belooft hij. ,,Een goeie bar moet voelen als je favoriete trui die je nooit weggooit al is-ie versleten.''

*Eamonn Slater en Michel Peillon, Memories of the Present; Irish Sociological Chronicles, vol.2, Institute of Public Administration, Dublin.