Europa heeft met digitaal offensief eindelijk een doel

Premier Kok en minister Jorritsma bepleitten aan de vooravond van de Europese top in Lissabon op deze pagina (22 maart) economische en sociale vernieuwing. Hans Labohm signaleerde na de top (27 maart) een gebrek aan onderscheidingsvermogen voor goed en slecht beleid bij de Europese leiders. Maar volgens Frits Bolkestein weet de Europese Unie nu wat ze wil.

De conclusie van de Europese top in Lissabon is dat de lidstaten van de Europese Unie op het punt van economisch beleid nu één lijn volgen. Dat was in het verleden vaak anders. Soms voerde de ene lidstaat een restrictief uitgavenbeleid, terwijl andere lidstaten bleven vasthouden aan hoge overheidsuitgaven als beleidsinstrument. Bij zo'n uiteenlopend beleid was het Europese eindresultaat negatief: wat met de handen werd opgebouwd, werd met de voeten weer omgestoten.

De strijd rondom ideologisch beladen begrippen als thatcherisme, reagonomics of de Derde Weg lijkt nu voorbij. De inzet is niet meer de ideologische intentie, maar het praktische resultaat. De `dotcom-top' van Lissabon stelt één strategisch doel: in dit decennium de meest concurrerende hoge kenniseconomie ter wereld opbouwen. Dat kan alleen met een gezonde en dynamische economie, die de grondslag voor twintig miljoen nieuwe banen vormt. Niet alleen in het doel, maar ook in de analyse zit Europa op één spoor: sociale samenhang is onmogelijk zonder gezonde economie.

De dotcom-top heeft overeenstemming opgeleverd over concurrentiekracht als leidraad bij uitstek. Dat is logisch, want lidstaten hebben in het kader van de Economische en Monetaire Unie geen macro-economische beleidsinstrumenten. Het overheidstekort moet worden weggewerkt en eenzijdige devaluaties zijn door de komst van de eenheidsmunt niet meer mogelijk, terwijl de rente in Frankfurt wordt bepaald. Ongeoorloofde staatssteun wordt tegengegaan door de Europese Commissie. Bedrijven die het slecht doen, kunnen niet meer aankloppen bij de staat. Micro-economisch falen kan niet meer macro-economisch worden afgekocht.

Er is dus maar één weg: werken aan een dynamische economie die concurrerend is. We hoeven daarom niet stil te staan bij een Amerikaanse president die ooit zei dat hij alleen maar éénarmige economische adviseurs wilde hebben omdat de twee-armigen zeiden: ,,On the one hand this but on the other hand that.''

De concurrentiekracht van de Europese economie moet worden verhoogd omdat een digitale kloof met de Verenigde Staten is ontstaan. Ten aanzien van Internet zit de EU op éénderde van het gebruik in de VS. De inkomsten uit elektronische handel waren vorig jaar in de VS vijf keer zo hoog als in de EU. Bijna dertig procent van de Amerikaanse inkomsten uit websites is afkomstig van Europese consumenten. Zij steken digitaal de Atlantische Oceaan over omdat Europa achterloopt.

Als die achterstand blijft bestaan, kost dat werkgelegenheid omdat de aansluiting met de kenniseconomie wordt gemist. Het beste Europese banenplan is het verspreiden van nieuwe technologieën zoals Internet, zowel in huishoudens als op de scholen.

Voor de kennissamenleving hangt veel af van de Europese interne markt. Na 1992 dachten velen dat de geïntegreerde markt `af' was. Maar dat is zeker niet het geval. Integendeel.

Allereerst moet de elektronische handel een doelmatig Europees wettelijk kader krijgen. Deze vorm van handel kan niet floreren in een juridische leegte, want zowel bedrijven als consumenten hebben zekerheid nodig. De Europese Commissie is daarom bezig met het definiëren van elektronische contracten, het beschermen van copyright, het regelen van de verkoop van financiële diensten via Internet, de bescherming van persoonlijke gegevens, de erkenning van elektronische handtekeningen en het totstandbrengen van één Europees patent.

Het probleem is dat de markt en de technologie vaak sneller gaan dan de wetgever. Na de dotcom-top moet die dus opschieten.

Een tweede aspect van een gezonde economische structuur is de positie van kleine en middelgrote bedrijven. In Europa kost het te veel om een klein bedrijf op te zetten en de bureaucratische rompslomp is te groot. Een kenniseconomie vereist meer flexibiliteit. Kleine bedrijven zijn flexibel. In tien Europese lidstaten is het vereiste minimumkapitaal om een bedrijf op te richten 8.000 euro. In Duitsland zelfs 25.000 euro. In de VS kost het 500 euro om een bedrijf te beginnen. Die kosten moeten omlaag en de administratieve wegen eenvoudiger. De Commissie probeert via het zogeheten SLIM-initiatief lagere kosten en eenvoudige procedures te bewerkstelligen.

Een derde aspect is een interne markt voor financiële diensten. Vóór de zomer wil ik een richtlijn voorleggen die financiële markten verruimt door pensioenfondsen meer armslag te geven. De pensioensbedrijfstak is een groeisector. Als alle lidstaten over vergelijkbare pensioenfondsen zouden beschikken als Nederland zou er een extra bedrag van 5000 miljard euro beschikbaar komen. Daarmee zouden de kosten voor het verkijgen van kapitaal worden gedrukt. De portefeuillebeperkingen voor beleggingsactiviteiten van de pensioenfondsen moeten daarom dringend worden verminderd.

Een vierde onderdeel is de interne markt van overheidsopdrachten. Die bestaat nog onvoldoende omdat veel overheden proberen nationale bedrijven te bevoordelen. Het gevolg is dat de Europese belastingbetaler te veel betaalt voor aanbestedingen van de overheid. Het betreft een belangrijke sector. De markt voor overheidsopdrachten bedraagt ongeveer twaalf procent van het Bruto Europees Product. Over enkele maanden komt de Commissie met nieuwe maatregelen om de interne markt op dit terrein te voltooien.

De lijn van Lissabon is verheugend. In punt 17 concludeert de Portugese voorzitter: ,,De Europese Raad vraagt aan de Commissie, de Raad en de Lidstaten om binnen hun bevoegdheden de liberalisering van de gas- en elektriciteitssector, de postdiensten en het transport te versnellen.''

Dit verzoek van de regeringsleiders en de Franse president klinkt als muziek in de oren.

De liberalisering is sectoraal al voortgeschreden. De telecommunicatiemarkt is vrij en de elektriciteitssector is sinds vorig jaar vergaand geliberaliseerd. Voor de gassector heeft Europa 2007 als belangrijke datum op weg naar liberalisering vastgesteld. Sommige lidstaten wilden sneller gaan, zoals Nederland. Minister Jorritsma koerst nu op 2003 als einddatum voor volledige liberalisering. Maar sommigen in Den Haag willen dit weer vertragen tot 2007. Het is de vraag of dat verstandig is. Die wens tot vertraging gaat in tegen de conclusies van Lissabon.

In de sector van de posterijen is de geleidelijke en beheerste vrijmaking van de markt ook het doel. Vóór de zomer zal een richtlijn worden voorgelegd die is gericht op een belangrijke stap in 2003 en vervolgens toewerkt naar voltooiing van de interne markt in deze sector.

Nu de telecommunicatiesector volledig is geopend en het elektronisch tijdperk de informatiesamenleving vormgeeft, kunnen de posterijen zich niet aan modernisering onttrekken. Als zij achterblijven, zullen zij de aansluiting missen en erodeert de werkgelegenheid. Ook in de postsector moet de les van Lissabon doorklinken.

Er is dus alle reden om verheugd te zijn over de dotcom-top. Europa heeft nu een doel én een kompas voor een heel decennium.

Frits Bolkestein is Europees commissaris voor de interne markt en belastingen.