Een licht gevoel van gêne

Het formaat van foto's wordt steeds groter. Want dan pas is het kunst of werkelijk een gebouw.

EEN VAN DE meest opvallende veranderingen in de fotografie van de laatste jaren betreft het formaat. Jarenlang hingen foto's op een expositie in formaten als 24 x 30 cm, 30 x 40 cm of soms 40 x 50 cm. Maar wie nu een museum of een tentoonstellingsruimte binnenloopt, moet zich voorbereiden op ingelijste foto's van een meter breed of hoog. En in plaats van veertig afdrukken zijn het nu nog maar een stuk of twaalf. Waar komt dat vandaan? Van wat voor ontwikkeling is dit een teken?

Laten we eerst constateren dat het `juiste' formaat niet bestaat. Vroeger, toen de negatiefformaten nog heel groot waren – tot 18 bij 24 cm en nog groter – hoefden de foto's niet vergroot te worden. Het veelal glazen negatief werd plat op een stuk afdrukpapier gelegd en na belichting en ontwikkeling ontstond er een positieve afdruk die precies even groot was als het originele negatief. Met de komst van de kleinbeeldcamera (ongeveer 1925) die negatieven produceerde van 24 bij 36 mm, was vergroten onontkoombaar. Sinds die tijd is het formaat van de afdruk een kwestie van keuze.

Maar waarom steeds groter? De eerste verklaring is dat die steeds grotere foto's voor het museum bestemd zijn en dus moeten laten zien dat het hier wel degelijk om kunst gaat.

Fotografie heeft altijd een precaire relatie gehad met de officieel erkende beeldende kunst. Fotograferen kan iedereen, dus waarom zou fotografie dan kunst zijn?

Wie bijvoorbeeld de foto's van de Amerikaanse fotografe Tina Barney bekijkt – flinke lappen, veelal van huiselijke taferelen – en zich probeert voor te stellen wat voor indruk die foto's zouden maken op 10 bij 15 cm in het mapje van de ontwikkelcentrale, die zou het bijzondere er wel eens niet meteen aan af kunnen zien. Of neem het werk van de Zwitser Beat Streuli (tot 16 april nog te zien in het Stedelijk Museum): eigenlijk niet meer dan snapshots van mensen op straat, maar het enorme formaat waarmee ze aan de wanden van het Stedelijk hangen heeft tot effect dat je er met een ander soort aandacht naar kijkt dan wanneer ze ingetogen op 24 bij 30 cm in het passe-partout zouden zitten. Het grote formaat geeft het alledaagse een flink dramatische lading, het werkt esthetiserend. Zulks geheel in overeenstemming met de omgeving waarin deze fotografie wordt vertoond: een museum voor moderne kunst.

Op dezelfde plek is het werk van de Italiaanse fotograaf Gabriele Basilico te zien. Ook groot afgedrukt. Basilico fotografeert in de hele wereld gebouwen en straten. Het zijn sombere foto's, in zeer gedetailleerd zwart-wit. Hier heeft het grote formaat juist een documentaire functie, alles staat erop en alles kan rustig worden bekeken. Een ander voorbeeld van dit documentair gebruik van het grote formaat is de fotografie van de Nederlandse fotograaf Hans Aarsman, bij wie het grote formaat bedoeld lijkt om te voorkomen dat je het gewone van zijn Hollandse landschappen en stadsgezichten per ongeluk over het hoofd ziet.

Ook Rineke Dijkstra bedient zich zo nu en dan van een groot formaat. Haar strandportretten, enorme afdrukken van jonge mensen die ten voeten uit bij de zee zijn geportretteerd, wekken zelfs een licht gevoel van gêne. Elke huidplooi en elke onregelmatigheid is te zieDat effect wordt mede bereikt doordat Dijkstra – net als veel andere fotografen – teruggrijpt op een technische camera, een camera met een groot negatiefformaat. Het zijn zware, grote toestellen die alleen op een statief zijn te gebruiken. Meestal wordt als negatiefformaat 4 bij 5 inch gebruikt en dat formaat maakt het mogelijk de zeer fijne detaillering en stofuitdrukking te verkrijgen die deze foto's zo'n bijzondere aantrekkingskracht verlenen. Maar dat is niet het enige. Bij camera's als deze kan de lens ten opzichte van het negatiefvlak versteld worden, en daarmee kan de fotograaf een aantal bewerkingen uitvoeren die de foto nog meer zeggingskracht verlenen.

De meest in het oog springende is wel de mogelijkheid een gebouw recht op de foto te zetten. Met een eenvoudige camera zijn naar boven toe spits toelopende gevels niet te vermijden, met een technische camera is dat te corrigeren.

Op de foto's van Gabriele Basilico verheffen de sombere flatgebouwen zich kaarsrecht in de lucht. Het levert een fotografie op die zegt: kijk zelf maar, zo ziet het er uit.

FORMAAT