Drie UPC-dochters naar beurs

Kabelbedrijf UPC wil behalve Internetaanbieder Chello ook de bedrijfsonderdelen UPC Media (onder meer SBS6) en Priority (telecommunicatie voor bedrijven) naar de beurs brengen. Dat heeft financieel bestuurder C. Bracken gisteren gezegd in een toelichting op de jaarcijfers.

UPC ziet de verliezen steeds verder oplopen. Het nettoverlies kwam in 1999 uit op ruim 784 miljoen euro, ruim 1,7 miljard gulden. Een jaar eerder was het verlies nog 256 miljoen euro. ,,Ik heb het even voor uw opgezocht'', aldus Bracken gisteren. ,,Maar wij kijken zelf niet eens naar dat cijfer.''

De verliezen van UPC lopen op door investeringen in de communicatienetwerken van het bedrijf en, met name, door het razende tempo van overnames. Bracken verwacht dat de verliezen dit jaar verder toenemen.

UPC verwacht de beursgang van UPC Media en Priority binnen één tot anderhalf jaar. Van Priority, dat telefoondiensten levert via tv-kabels en glasvezel, zal UPC alleen het zakelijke gedeelte naar de beurs brengen. De UPC-tak die telecomdiensten levert aan particulieren is volgens Bracken onlosmakelijk verbonden met andere consumentendiensten van UPC, zoals televisie.

De omzet van UPC is gegroeid tot 447 miljoen euro (1998: 186 miljoen euro). Het resultaat voor afschrijvingen en rentelasten (ebitda), een cijfer waarop UPC zich zegt te richten, kwam in 1999 uit op minus 120 miljoen euro. Een jaar eerder bedroeg dat resultaat minus 51 miljoen euro. De positieve geldstroom uit kabeldiensten kan de investeringen in acquisities, Internet, telefonie en andere nieuwe diensten maar ten dele compenseren. Het aantal kabeltelevisie-abonnees dat UPC controleert bedroeg eind vorig jaar 5,4 miljoen, en inmiddels 6,4 miljoen. Een groeiend deel van deze abonnees levert UPC ook telefoondiensten en Internet. Het aantal telefoonaansluitingen dat UPC levert via tv-kabels lag eind vorig jaar op bijna 123.000 (waarvan dik 67.000 in Nederland) en was medio maart gegroeid tot ruim 168.000. Het aantal Internetabonnees van het bedrijf lag eind 1999 op bijna 118.000 (waarvan ruim 58.000 in Nederland), en nu op 169.000.