Conflict over huis Elco Brinkman

. De gemeente Leiden is in conflict geraakt met de Rijksdienst Monumentenzorg over de aanwijzing van de nieuwe woning van oud-minister Elco Brinkman tot rijksmonument. Dat besluit is met voorrang genomen.

De gemeente protesteert vooral tegen het niet met haar bespreken van de aanwijzing en wijst erop dat nog 200 andere eigenaren van monumentale panden al langer wachten op een aanwijzing. Een dergelijk besluit is voor eigenaren van belang in verband met de financiering van de restauratie van een pand.

Wethouder A. Pechtold van Leiden heeft begin deze maand schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de gang van zaken, die bovendien een omvangrijke operatie doorkruiste waarbij honderden panden in de stad het predikaat rijksmonument zouden ontvangen. ,,Het bevreemdt mij zeer dat over een voorgetrokken plaatsing van een individueel pand geen overleg met de gemeente Leiden is geweest'', aldus de wethouder. Waarom is de woning van Brinkman, momenteel voorzitter van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf, bij voorrang in behandeling is genomen, vroeg hij.

Directeur A. Asselbergs van Monumentenzorg schreef daarop terug dat ,,de eigenaar'' (het echtpaar Brinkman-Salentijn, red.) hem in het verleden reeds ,,herhaalde malen'' verzocht had het pand aan te wijzen als monument, ,,daarbij wijzend op zijn wens de restauratie snel ter hand te nemen''. Brinkman, tussen 1982 en '89 minister in de kabinetten Lubbers I en II, daarna Kamerlid voor het CDA, had haast. ,,Het pand was verwaarloosd, stortte zowat in. Langer uitstel zou de kosten alleen maar doen oplopen'', aldus Brinkman vanmorgen.

Dat de gemeente protesteerde tegen de aanwijzing verbaast hem: ,,Men zou blij moeten zijn dat de zaak wordt opgeknapt.''

De restauratie van Plantsoen 43 in het centrum van Leiden is volop gaande, zowel in- als uitwendig. Voormalig CDA-politicus Brinkman (52) en zijn vrouw, de kunstschilderes Janneke Brinkman-Salentijn, hebben de villa uit 1881 vorig jaar gekocht. Op het pand, dat achterstallig onderhoud had, was kort daarvoor beslag gelegd door een bouwbedrijf wegens een ruzie met de vorige eigenaar. In de villa woonden studenten. De koopprijs lag rond de acht ton. Het echtpaar, dat nu nog in de Leidse Merenwijk woont, nam een hypotheek van ruim een miljoen gulden bij ABN Amro.

Al eerder had de gemeenteraad van Leiden het besluit genomen om een deel van het Plantsoen te bestempelen tot beschermd stadsgezicht en daarbij zou een aantal panden worden aangewezen tot gemeentelijk monument. Daarnaast had de gemeente met de provincie Zuid-Holland een lijst van 200 panden opgesteld die het predikaat ,,rijksmonument'' verdienden. Dat zou onder meer moeten gaan gebeuren met enkele van de kapitale panden aan het Plantsoen.

Zowel de gemeentelijke dienst monumentenzorg als het college van B en W waren verbaasd toen men vernam dat voor de villa van Brinkman en zijn vrouw een uitzondering was gemaakt. Brinkman had de rijksdienst ,,herhaalde malen'' onder druk gezet omdat hij zo snel mogelijk met de restauratie wilde beginnen. Bovendien moest een deel van de villa worden verbouwd tot atelier voor zijn vrouw.

Wethouder Pechtold schreef dat de eerder voor de monumentenselectieprocedure aangemerkte 200 panden in het centrum ,,medio 1998'' reeds tot rijksmonument zouden worden verklaard. ,,Sindsdien is die plaatsing door u steeds weer naar een later tijdstip is verschoven'', aldus Pechtold. Hij wijst erop dat ,,veel eigenaren het doen van onderhoud hebben uitgesteld in afwachting van uw besluit''.

Directeur Asselbergs van Monumentenzorg liet de gemeente weten dat hij het met Brinkman eens was dat het herstel terstond zou moeten beginnen. Begin dit jaar kon hij voldoen aan ,,het indringende verzoek waarin mij de actuele omstandigheden van eigenaar en pand werden geschetst''. De dienst kwam op 25 februari van dit jaar onder nummer 515093 met beslissing af. Sinds 10 maart kan daar bij de gemeente bezwaar tegen worden gemaakt.

Een maand eerder al had Brinkman zich akkoord verklaard met een offerte van het Nationaal Restauratiefonds, feitelijk de bank van de rijksdienst en voorgezeten door Pieter van Vollenhoven. Het fonds verstrekte een lening van 2,1 miljoen gulden met een looptijd van dertig jaar voor de ingrijpende restauratie. Voor de aftrek van de onderhoudskosten trof de oud-politicus een regeling met de Belastingdienst.