Allochtonië

Allochtonen houden er niet van om voor klootzak te worden uitgemaakt. Dat werd gisteren in het Journaal meegedeeld door A. Najib en die kon het weten, want hij was werkzaam bij het Multicultureel Instituut, op het snijvlak van twee culturen, de Autochtoonse en de Allochtoonse. Hij spreekt namens alle Allochtoniërs. Hij is er zelf ook een en dat maakt hem gezaghebbend over alle mensen die van buiten de grenzen komen, van Kalmukkië tot Botswana.

De afschuw van scheldwoorden schijnt specifiek te horen bij de cultuur van Allochtonië waar de andere stam, die van de Autochtoniërs (tevens consumenten van het zoete gerecht chocolade hagelslag), rekening mee moet houden.

Ik miste de vraag of de Allochtoniërs (tevens eters van geplukte of uitgegraven plantendelen) op dit punt niet moeten integreren met de Autochtoniërs. Lijkt mij een verder onderzoek van het Multicultureel Instituut waard en Van Boxtel zou dan zijn standpunt moeten bepalen. Bij de integratiecursus horen ook specifieke oefeningen in culturele botsproeven, op het zebrapad tussen voetgangers en fietsers, tijdens het voordringen bij de slager, bij een meanderende wandeling door de stad na consumptie van dertig Autochtoonse pilsjes en in de communicatie met de conducteur als er geen kaartje voorhanden is. Ze moeten dan leren het woord `klootzak' te incasseren. Van Boxtel kan nog niet beslissen of de Allochtoniërs mogen terugschelden, want er moet nog een onderzoek worden ingesteld naar de vraag hoe Autochtoniërs daarop reageren. Daartoe zou een subsidie moeten worden gegund aan het Meertens Instituut voor Volkskunde en Dialectologie dat door de verschijning van Het Bureau ervaring heeft met gekwetst zijn.

Aangetoond is dat tijdens voetbalwedstrijden Allochtoniërs (van Kaapverdië tot Monaco) door het lint gaan, als zij het woord `klootzak' horen met veel zwaar letsel aan Autochtoonse zijde tot gevolg. Een-nul voor Allochtonië dus. Vandaar dat de burgemeester van de Autochtoonse gemeente, Nederhorst ten Berg, een onsportieve daad heeft gesteld en de plaatselijke wedstrijd tussen Auto- en Allochtonië heeft afgelast.

Ter bevordering van het wederzijdse begrip zijn er steeds meer Nederlanders die zelf een vreemde taal en cultuur aanleren, zodat ze nog Allochtoonser worden dan de Allochtoniërs die meestal nog Nederlands spreken. Een gestudeerde Friese hoogwaardigheidsbekleder spreekt nog uitsluitend Fries in Het Journaal, met ondertiteling. De burgemeester van Kollum of de Officier van Justitie uiten hun nuances in het Fries. Het Saksisch, het Zeeuws, het Limburgs en allerlei andere talen zullen spoedig volgen, zodat alleen Allochtoniërs en de geparachuteerde Commissaris van de Koningin binnenkort nog zonder ondertiteling voor Het Journaal komen. Ik raad Najib aan om dat nieuwe verschijnsel te bestuderen. Binnenkort zullen de ABN sprekende Allochtoniërs de scheldwoorden van de andere zijde niet meer kunnen begrijpen, tenzij ze op het scorebord van ondertiteling worden voorzien. Een interdepartementale werkgroep kan zich buigen over de vraag of die ondertiteling moet plaatshebben en zo ja, welk aandeel van de financiële meevallers daaraan moet worden besteed.

Een andere variant op de Allochtonisering is de documentaire waarin de Nederlander laat zien hoe goed hij zijn moderne talen spreekt. In de openingsdocumentaire over water zag ik de Nederlandse interviewer en de geïnterviewde in het Engels voortstruikelen, voordubben eigenlijk, zodat je bij uitzending in het buitenland minder werk hebt. Je kunt dan het correcte Engels gemakkelijker op de lippen zetten. Gisteravond liet André Rieu de Nederlandse Tros-kijker zien hoe goed zijn Duits is. Het was een Duitse documentaire en hij deed net of hij altijd Duits sprak met de andere Maastrichtenaren. Heel knap, eigenlijk. Hij sprak ook een beetje Maastrichts met zijn vrouw en dat moest door zowel Duitsland als Nederland worden overgezet, een dure operatie. Nu de Allochtoniërs nog.