Woningnood

– Hé, hallo, hoe gaat het? Heb je al iets gevonden?

– Nee, ik zit aan alle kanten muurvast. Er zit totaal geen schot in.

– Laatst zei je toch dat je een appartement op het oog had?

– Heb ik nog steeds. Ik heb ook een bod gedaan van dertig mille onder de vraagprijs.

– En toen ging het zeker naar iemand die meer bood?

– Nee, het bod staat nog. Maar kennelijk heeft de verkopende partij onderling ruzie. De makelaar zei dat ze in scheiding liggen en misschien wil een van de twee daar zelf blijven wonen. Zoiets denk ik tenminste...

– Net zoals bij jullie eigenlijk.

– Ja, Marja wil dat ik het huis uitga en ze wil er zelf blijven wonen. In feite komt dat erop neer dat ze de helft van mijn nieuwe huis gaat meefinancieren. Dat is altijd nog goedkoper dan ons huis verkopen en van de opbrengst twee nieuwe huizen kopen of huren of wat dan ook.

– Waarom trek je niet gewoon bij je nieuwe vriendin in?

– Dat ligt een beetje moeilijk. Elly is een paar weken geleden van Groningen naar hier verhuisd, en zit nu in het huis van haar broer. Dat is op zichzelf een prachtig huis, uitzicht op de gracht, maar...

– Maar bij haar broer.

– Nee, ja, kijk het zit zo. Die broer was gaan samenwonen met zijn vriendin – in haar huis. Hij zat er al jaren tegenaan te hikken en waagde eindelijk de grote stap. Elly zocht dringend woonruimte en kon meteen in het huis van haar broer terecht. Met een huurcontract natuurlijk, alles volgens de regels van de markt. Dus kun je nagaan wat ze betaalt.

– Dan kun jij toch makkelijk haar woonlasten komen halveren?

– Ik zou niets liever willen. Het probleem is alleen dat het ineens uitging tussen die broer en zijn vriendin.

– Ah, dus Elly zit op de wip.

– Ja, haar broer kwam met z'n ziel onder z'n arm bij haar aanbellen en vroeg of hij in z'n eigen huis mocht logeren. Zijn vriendin had hem eruit gegooid.

– En toen heeft ze hem liefderijk opgenomen?

– Ze kon hem moeilijk buiten laten staan. Nu zoekt ze zelf weer naar een ander huis. Formeel heeft ze wel dat huurcontract, maar ze wil geen ruzie met haar broer. En die is zo kapot en aangeslagen van zijn verbroken relatie dat-ie geen energie meer heeft om zelf naar andere woonruimte te zoeken. Zegt-ie. Bovendien heeft hij daar geen geld voor.

– Dus jij zit nog steeds op zolder in je eigen huis. Kan Elly niet bij jou intrekken? Dan kunnen jullie samen Marja eruit werken.

– Daar hebben we over gedacht, maar we zijn te laat. Bob zit er al, althans beneden. Tijdelijk hoor.

– Wie is Bob?

– Bob is de vriend van Marja. Nou ja, vriend, ze heeft iets met hem. Wat precies is me niet duidelijk. Ze zei altijd dat ze nooit met hem wilde samenwonen.

– Maar hij zit intussen wel in jullie huis.

– Dat komt door zijn echte vriendin, hoe heet ze ook alweer? Tonia. Tonia heeft een beetje genoeg van Bob en al dat vreemdgaan. Ze vindt dat hij maar eigen woonruimte moet zoeken.

– Maar die kan hij natuurlijk niet vinden.

– Nee, behalve dan bij ons, maar dat is binnenkort ook afgelopen. Marja houdt dat niet vol. Ze zal hem eruit gooien, verwacht ik. Ze zegt: dan kan ik nog beter met jou samenwonen.

– Dat is misschien niet eens zo'n gekke oplossing.

– Het wordt je tegenwoordig onmogelijk gemaakt om uit elkaar te gaan door al die anderen die uit elkaar gaan. Het zijn altijd de goeien die lijden onder de kwaaien.

– Misschien weet ik nog wat voor je...

– Nou? Nou?

– Ik heb een collega wiens vrouw ervandoor is en hij zoekt nu iemand om de voordeur en de huur mee te delen.

– Hmm. Daar kan ik Bob op afsturen. Of Elly. Of allebei, nog beter. We hebben allemaal een beetje lucht nodig.