Vliegenthart eist strenger toezicht uitgaven thuiszorg

De zorgverzekeraars moeten er strenger op gaan toezien dat de thuiszorg het extra geld ook daadwerkelijk aan hulpverlening besteedt. De instellingen krijgen pas meer geld voor de aanpak van wachtlijsten als ze ook hun reserves in extra zorg hebben gestoken.

Dit schrijft staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) vandaag aan de Tweede Kamer. De reserves in de thuiszorg bedragen 15 procent van de omzet (zo'n 500 miljoen gulden). Volgens haar is voorlopig niet meer dan 5 procent nodig. Vliegenthart verwacht dat door haar aanpak zorgkantoren (meestal de regionaal dominante verzekeraar) kunnen voldoen aan hun plicht de noodzakelijke zorg te leveren waarop de rechter ze in 1999 twee keer heeft aangesproken. Maar ze gaat door de zorgkantoren een centrale rol te geven bij de verbetering van de hulpverlening in tegen de Kamer. Die wenste onlangs de zorgkantoren een minder dominante positie te geven. Tijdens een toelichting op haar brief gaf Vliegenthart vanochtend toe `niet erg tevreden'te zijn over de manier waarop thuiszorg, verpleeghuizen en ook verzorgingshuizen tot dusver de wachtlijsten hebben aangepakt. Ze erkende dat de instellingen hun toezegging, in 1998, om snel een betrouwbaar inzicht in de wachtlijsten te geven niet zijn nagekomen. Volgens haar gebruiken instellingen wachtlijsten nog steeds om extra geld binnen te halen. Daarom gaat ze nu zelf samen met de verzekeraars de wachtlijstregistratie uniformeren en de lijsten doorlichten. Voor 1 juli wil ze met betrouwbare cijfers komen.

De cijfers over de wachtlijsten in thuiszorg, verpleeg- en verzorgingshuizen die ze vanmorgen naar de Kamer zond moeten `met zeer veel slagen om de arm worden bekeken', aldus Vliegenthart. Ze zijn niet alleen gebaseerd op een enquête onder de instellingen waarop de respons matig was, ook blijkt een groot aantal instellingen die hebben gereageerd alleen maar schattingen van het aantal wachtenden te hebben ingezonden. Uit de enquête blijkt dat in 1999 de omvang van de wachtlijsten in de meeste sectoren nauwelijks is veranderd. Er zouden op 1 oktober tussen de 53.000 en 57.500 mensen wachten op hulp in thuiszorg, verpleeghuis of verzorgingshuis. Eind 1998 was dat aantal bijna 55.000.