Truckers van de lucht

Het zware vliegtuig maakt zich los van Ierse bodem, en klimt met zwoegende motoren naar zes kilometer hoogte. Zet dan vrijwel meteen weer de daling naar Manchester in. Een immense parabool over de Ierse zee. Dat is voordeliger dan laag blijven, zegt captain Kees. De straalmotoren werken op grotere hoogte zo efficiënt, dat een paar minuten vliegtijd voldoende zijn om het hogere verbruik tijdens de klim goed te maken. Bovendien gaat het met stationair toerental weer omlaag. Een vorm van vallen. En dat is praktisch gratis.

Het belang van de hele bliksemoperatie is niet duidelijk. Er is geen bederfelijke waar aan boord. Geen beesten en geen post. Wel printers, drank, raadselachtige kisten met Arabisch opschrift. Je vraagt je af waarom er zo'n haast bij is, om deze lading dozen en kratten met negenhonderd kilometer per uur door de lucht te vervoeren.

Het toestel, een A300 Airbus, is eerder ervaren dan geavanceerd. Het heeft de hele wereld al gezien. Geen computerpanelen in de cockpit, maar klassiek ogende mechanische klokken en wijzers. En niet de tegenwoordig gebruikelijke joysticks, maar traditionele U-vormige sturen, die veel weghebben van het verticaal gemonteerde stuur van vaders fiets: gemaakt van hoekig staal, zonder veel ergonomische finesse.

De vliegers zijn al even ervaren als hun toestel. Captain Kees was voorheen bushpiloot op Irian Jaya, copiloot Arie vloog eerder op de Hercules. Boordwerktuigkundige Erwin begon zijn luchtvaartcarrière als mecanicien van propellervliegtuigen. Gezien zijn ongebruikelijke carrièrepad behandelen de piloten hem met respect: het is een man die vuile handen durft te halen. Die als het moet een instrumentenpaneel kan uitbouwen, of een hydraulische pomp aan de gang krijgen. Zo eentje kun je er goed bij hebben.

Vrachtvliegen is voor een vlieger een begerenswaardige job, zeggen ze alledrie. Korte afstanden, veel enerverende starts en landingen, en vooral geen getuttebol met passagiers. En belangrijk: het is ontegenzeglijk meer macho om een lading whisky op te halen uit Dublin, dan een club kwebbelende zontoeristen uit Torremolinos. Het verschil tussen een trucker en een buschauffeur.

De betrokkenheid is groot. In Dublin staat captain Kees zelf in het gigantische bagageluik. In de gure wind, hemd uit zijn uniformbroek. Hij brult aanwijzingen naar de verladers op het platform, en geeft geregeld zelf een hengst als een onwillig pallet op de hydraulische rollenbanen blijft steken.

Loadmaster Herman klapt na elke landing een tafeltje uit in het aluminium gewelf van het laadruim en begint op een stapel formulieren de optimale gewichtsverdeling voor het toestel te berekenen. Mijn landrottenvraag of daar geen computerprogramma voor bestaat wordt kort afgedaan: daar wordt aan gewerkt. Enige beroepstrots is ook op z'n plaats: is de gewichtsverdeling van het vliegtuig niet in orde, dan heeft dat bizarre gevolgen voor de bestuurbaarheid en gaat de hele mikmak, honderd ton vliegtuig, plus vijfhonderd dozen en kratten, zó de Ierse zee in.

Alle machismo terzijde is het bij vlagen natuurlijk gewoon Hollands gezellig aan boord. In de lucht verandert de serieuze loadmaster plotseling in een vriendelijke, ietwat corpulente steward. Uienstokbrood en saucijzenbroodjes komen door met koffie en limonade. Bij de approach-checks wordt de doos Bastognekoeken van de middenconsole verwijderd. Dan treedt de stilte in die elke landing kenmerkt. Routine wordt een landing nooit, al maken deze mannen er soms zes op een dag. Luchttrucker. Móói vak.